Voor je het weet bent je de nuttige idioot van Peking

'Helaas, ik ben verantwoordelijk voor wat u zegt.' De jonge Chinese journalist zegt het gelaten, aan het einde van een openhartig gesprek in een verscholen hoekje in het reusachtige Radisson Xingguo Hotel in Shanghai.

Beeld HH

Aanleiding voor het interview is het verschijnen van de Engelse vertaling van mijn boek, China and the West, waarin ik pleit voor een diepgaander belangstelling van het Westen voor China en een zo open mogelijke dialoog. Aan belangstelling van Chinese staatsmedia (het Volksdagblad, China Daily, persbureau Xinhua) en lokale websites in Peking en Shanghai geen gebrek - de interesse in het Chinese imago bij de buitenwereld is groot. Maar maakt dat ook een open gesprek mogelijk in een land dat de vrije meningsuiting van zijn burgers drastisch aan banden heeft gelegd?

Het is een vraag waar ook koning Willem-Alexander en koningin Máxima mee te maken krijgen, wanneer zij vanaf zondag met een reusachtige handelsdelegatie een staatsbezoek afleggen. Staatsmedia zullen de komst van deze afvaardiging uitleggen als het zoveelste bewijs dat China een absolute supermacht is. Hun gesprekspartners worden door de autoriteiten geselecteerd en geïnstrueerd. Van zulke zware regie had ik geen last. Nadat ik met enige moeite mijn visum had gekregen, mocht ik vrijelijk mijn mening geven. Maar dat leidt nog niet tot openheid van twee kanten, ook al willen beide gesprekspartners dat wel.

De jonge journalist in Shanghai toont zich daar zeker in geïnteresseerd. Hij studeerde politicologie aan een Chinese topuniversiteit, werkte enige tijd in Duitsland op de redactie van een tijdschrift en leerde opvallend goed Engels, naar eigen zeggen door het lezen van The Economist. Met westerse kritiek op zijn land is hij daardoor vertrouwd geraakt. Maar die ook opschrijven, is een ander verhaal. 'De anticorruptiecampagne van de regering boezemt zo veel angst in dat er op allerlei niveaus geen initiatieven meer worden genomen', merk ik tijdens ons gesprek op. Om eraan toe te voegen: 'Maar dat kun je waarschijnlijk niet opschrijven.' Hij knikt, net zoals opmerkingen over mensenrechten geen kans maken. Maar kan hij dan niet tegen zijn superieuren zeggen dat het die Nederlander is die rare uitlatingen doet? 'Nee', zegt hij, 'want ik schrijf het op.'

Anoniem telefoontje

Aan de hand van zijn laatste reprimande legt hij uit wat de gevolgen van die verantwoordelijkheid zijn. In opdracht van de partij schreven journalisten in het hele land onlangs krantenbijlagen vol over het einde van de Chinees-Japanse oorlog in 1895: 120 jaar geleden, niet echt een majeur jubileum, maar laat nooit een kans onbenut om de Japanse slechtheid uit te meten, luidt het parool van de autoriteiten.

Mijn jonge collega waagde het in zijn artikel 'Japanse bronnen' aan te halen. Die stelden dat een bepaalde massamoord op Chinezen kon worden verklaard door voorafgaande Chinese wreedheden. Prompt kreeg hij een telefoontje, waarin een anonieme figuur hem verweet dat hij China de schuld van de slachtpartij had gegeven. Nog voor hij de vindplaats van zijn Japanse, wetenschappelijke bronnen kon geven, werd er opgehangen. Een half uur later moest hij bij zijn hoofdredacteur komen. Hij moest een 'zelfkritiek' schrijven, waarin hij aangaf 'naïef' te zijn geweest door Japanse bronnen aan te halen. Het was zijn derde aanvaring in een halfjaar, na zes probleemloze jaren. Dat kwam hem slecht uit, juist nu zijn vrouw zwanger is. De druk op hem en zijn beroepsgenoten neemt toe. Journalisten moeten de al langer bestaande cursussen 'marxistische slogans' weer een stuk serieuzer nemen dan voorheen. Hun perskaart staat daarbij op het spel.

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima. Beeld anp

Onder die druk opereren Chinese journalisten. Ze maken overwegend een slimme, goed geïnformeerde indruk en weten heel goed wat er in de wereld te koop is. Maar al tijdens de interviews verontschuldigen ze zich voor de beperkingen waarmee ze te maken hebben: 'Als ervaren journalist begrijpt u dat wel.'

Mijn streven om lof en kritiek over China en het Westen te verdelen, botst met hun instructies. Sommigen blijken daaraan zo gewend geraakt dat een vrije rol hun angst aanjaagt. 'Ik zou niet weten wat ik met al die vrijheid zou moeten doen die u heeft', zegt een ervaren journalist van de partijkrant het Volksdagblad. In stilte knikt hij instemmend bij mijn opmerkingen over mensenrechten ('China wil toch groot zijn en internationaal een belangrijke rol spelen? Dan wordt het tijd ook tegen kritiek te kunnen'), maar een onzichtbare derde verhindert hem die ook te noteren: 'Ik kan kritische opmerkingen wel opschrijven, maar mijn eindredacteur in Peking haalt ze er toch weer uit.'

Het ware China

In zijn weergave van ons gesprek kom ik over als een journalist die het ware China ziet, anders dan zijn westerse collega's, en onder de indruk is van het optimisme, de kracht en de moed van de Chinezen. Die boodschap staat op een site met dagelijks twintig miljoen bezoekers en in een krant met een oplage van drie miljoen. Mooie getallen, maar niet als je als de 'nuttige idioot' van de Chinese regering wordt afgeschilderd.

Zijn jonge collega in Shanghai verzekert mij zijn uiterste best te zullen doen om dat te voorkomen: 'Ik begrijp heel goed dat u niet als onkritisch tegenover de Chinese autoriteiten bekend wil komen te staan.' Ik wil hem graag geloven, maar vrees zijn censors. Andere, inmiddels gepubliceerde interviews stemmen niet hoopgevend. Zo kopt China Daily deze week: 'Dutch journalist says Xi shows 'determination''. Behalve vastberadenheid zeg ik dat Xi 'moed, kracht en autoriteit in zijn anticorruptiecampagne' aan de dag legt. Geen woord over mijn kritiek op de campagne. 'Obbema vindt Xi wel een toffe peer', sniert een Nederlandse journalist in Shanghai in een tweet.

Gelukkig doen zich ook verrassingen voor. Op een zondagmiddag zie ik in Peking Kaiser Kuo weer. Vier jaar geleden sprak ik hem in zijn functie als woordvoerder internationale zaken van Baidu, de Google van China. Nu zijn de rollen omgekeerd.

De Chinese president Xi Jinping. Beeld getty

Kuo werkt nog steeds voor Baidu, maar zijn nevenactiviteit is de podcast Sinica. Met een aantal geestverwanten maakt hij dit goed beluisterde radioprogramma waarin wetenschappers, zakenlieden en journalisten zich vrijelijk over China buigen. Kuo wordt vergezeld door de Amerikaanse universiteitsdocent en jazzfanaat David Moser, die al decennia in Peking woont. Met zijn drieën en alle professionele apparatuur passen we net in het kamertje. 'Onze studio komt overeen met ons budget', zegt Moser droogjes.

Op onze sokken praten we drie kwartier over China. Moser verwelkomt me met de opmerking dat ik, net als zijzelf, 'noch een China-basher noch een panda-hugger' ben - het willen begrijpen van dit krankzinnige land staat ook bij Sinica voorop. Net als de vrije meningsvorming: voorafgaande instructies over 'gevoelige' onderwerpen blijven uit en tijdens de uitzending neemt Kuo geen blad voor de mond. Hoe zo'n vrijplaats precies kan overleven, blijft raadselachtig.

Inmiddels beheersen vele miljoenen Chinezen Engels en de repressie van het vrije woord neemt eerder toe dan af. Maar Kuo zegt nooit enige last van de autoriteiten te hebben gehad. 'Ik denk omdat de uitzendingen in het Engels zijn. In het Chinees zou dit zeker niet kunnen', oppert hij.

Minder vrij van overheidsbemoeienis is The Bookworm, waar ik de volgende dag optreed. Het blijkt een vrij grote, uitnodigende boekhandel te zijn die naar modern gebruik de verkoop van boeken combineert met een bar, een restaurant, allerlei optredens en filmvertoningen op een buitenterras. Zo poogt de Ierse eigenaar Peter zijn niet al te royale inkomsten aan te vullen. Op zijn kernactiviteit is het moeilijk geld verdienen. Boeken die geen goedkeurend stempel van de overheid hebben - en dat zijn er nogal wat - worden moeizaam en dus kostbaar aangevoerd. Een distributeur in Hongkong verscheept ze naar het zuiden van China, waarna ze met trucks met andere vracht meekomen naar Peking. Het is een route die de Bookworm-eigenaar goodwill oplevert bij expats in Peking en een jong, Chinees publiek. Zelfs The Party kon je hier kopen, het boek waarin Financial Times-journalist Richard McGregor de machinaties aan de CCP-top aan de kaak stelt.

Stand-upcomedy

Een enkele keer is er politiebezoek geweest waarbij uit voorzorg alle boeken met 'China' in de titel in beslag werden genomen, inclusief brave koffietafelboeken over Chinese kunst. Maar doorgaans wordt hun aanwezigheid getolereerd. Riskanter zijn de optredens en lezingen. Onlangs organiseerde de boekhandel een avondje Chinese stand-upcomedy. Daar kwamen agenten op af, die iedere bezoeker intimiderend in het gezicht filmden. 'Stand-up wordt al snel politiek en omdat het in het Chinees is, ligt dat erg gevoelig', vertelt Peter. Mijn voordracht in het Engels waarop ongeveer zestig mensen afkomen, vormt geen risico. In dit selecte gezelschap kan ik al mijn meningen verkondigen.

Speelt de onafzienbare buitenwereld enige rol, dan wordt alles anders. Dat blijkt ook als sommige journalisten zich zo enthousiast over mijn boek tonen dat zij mij met een Chinese uitgever in contact willen brengen. Zou de tekst dan moeten worden aangepast? 'Ja, dan moeten er wel wat passages worden verzacht', meent de een. 'Ik denk dat er wat hoofdstukken uit moeten, bijvoorbeeld dat over onze president en dat over de mensenrechten', zegt een ander.

Op het woord 'verzachten' reageert het thuisfront met gif. 'Niets dodelijker dan bekend te raken als een oude vriend van China', waarschuwt een eminent sinoloog. 'Pas je op dat ze geen fellowtraveller van je maken?', houdt een collega me voor. 'Laat je niet inpakken, hè!', zegt een vriend. Bookworm-eigenaar Peter verhaalt van nachtmerries: veel heftiger ingrepen in de tekst dan vooraf was overeengekomen en uitgevers die veel lagere verkopen opgeven om er met het geld vandoor te kunnen gaan.

Hoogleraar Xu Guoqi, als historicus verbonden aan de universiteit van Hongkong, ziet het niet zo somber in. Zelf heeft hij al sinds 1989, toen hij als Chinese student in de VS de studentenopstand in Peking steunde, een gespannen verhouding met de autoriteiten van zijn geboorteland. In Hongkong geniet hij nog altijd academische vrijheid, ook al behoort de stad sinds 1997 tot China. Na mijn laatste optreden aan zijn universiteit raadt hij niet één, maar twee Chinese uitgaven aan: 'Volgens het principe van één land, twee systemen: een gecensureerde uitgave op het vasteland en de volledige tekst hier in Hongkong. Chinezen op het vasteland zijn heus niet gek. Die weten dat hun uitgave wordt gecensureerd en vinden dan vanzelf wel de weg naar de goede versie.'


Fragment uit China Daily USA, 20 oktober 2015, pagina 8: Nederlandse journalist noemt Xi 'vastberaden'

'Xi deed alle Westerse China-watchers versteld staan doordat hij een zelfverzekerd leider is die risico's durft te nemen', zegt de Nederlandse journalist en schrijver Fokke Obbema in een interview met China Daily. Volgens Obbema heeft Xi moed, vastberadenheid, standvastigheid en gezag getoond in zijn anti-corruptiecampagne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.