Interview Karina Canellakis

Voor het eerst krijgt een Nederlands toporkest een vrouw als chef-dirigent: ‘Beoordeel mij op wat ik presteer’

Ze is een protegee van Jaap van Zweden en geldt in de klassieke wereld als een groot talent. Voor het eerst krijgt een Nederlands toporkest een vrouw als chef-dirigent op de bok.

Karina Canellakis, ‘bij de eerste ontmoeting met het Radio Filharmonisch Orkest op slag verliefd’. Foto Chris Christodoulou

Voor het eerst krijgt een professioneel Nederlands symfonieorkest een vrouwelijke chef-dirigent. De Amerikaanse Karina Canellakis (36) krijgt vanaf de zomer van 2019 de leiding over het Radio Filharmonisch Orkest, dat met het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch tot de nationale toporkesten wordt gerekend.

Ze is de directe opvolger van Markus Stenz en heeft illustere voorgangers als Bernard Haitink en Jaap van Zweden. Canellakis geldt als protegee van de laatste: twee jaar lang was zij Van Zwedens assistent bij het Dallas Symphony Orchestra. Ze zal voor in ieder geval vier jaar aan het in Hilversum gevestigde gezelschap zijn verbonden.

Dat een vrouw chef zou worden van een prestigieus Nederlands orkest leek een paar jaar geleden nog uitgesloten. In 2014 vroeg de Volkskrant zich af waar toch ‘la maestra’ blijft: de meeste orkesten komen met moeite aan één vrouwelijke gastdirigent per jaar. Het Concertgebouworkest had afgelopen maand met Elim Chan pas zijn zesde vrouwelijke dirigent in zijn 130-jarige geschiedenis. Aan de nationale masteropleiding orkestdirectie studeren geen vrouwen al jaren niet.

Maar er is verandering zichtbaar. Dit seizoen maakten Barbara Hannigan (bij het orkest Ludwig) en de Litouwse Mirga Gražinyte-Tyla (op tournee met haar City of Birmingham Symphony Orchestra) veel indruk. Net als Canellakis, die in maart pas voor het eerst met het Radio Filharmonisch werkte. Haar energieke optreden (met onder andere Beethovens Zevende symfonie) in TivoliVredenburg werd met vier sterren bekroond.

Op slag verliefd

Bij de eerste ontmoeting was ze ‘op slag verliefd’, zegt Canellakis. ‘Ik heb die week van iedere minuut genoten. Het orkest was zo positief, zo geconcentreerd en nieuwsgierig naar wat ik te vertellen had. Het niveau is enorm hoog, maar het orkest is totaal niet arrogant. Vaak als je ergens als gastdirigent komt, is er een soort onzichtbare muur tussen jou en het orkest, maar hier had ik in alle pauzes alleen maar leuke gesprekken.’

Dat ze de eerste vrouw in Nederland wordt op zo’n positie, vindt ze niet meer dan een mooi gegeven. ‘Als meisje uit New York, opgegroeid in de jaren tachtig, leek gelijkheid van de seksen me heel normaal. Ik ben er niet zo mee bezig dat ik een vrouw ben. Maar ik begrijp heel goed dat vrouwen van in de 70 of 80, die het veel moeilijker hebben gehad, zullen denken: wow, dat we dit hebben bereikt. Ik ben blij voor hen. Al het positieve dat dit teweegbrengt, is goed. Maar ik heb deze baan niet gekregen omdát ik een vrouw ben, hè. Ik ben vooral trots dat ik de chef word van dit orkest, ik ga liever de geschiedenisboeken in om wat ik kan.’

Canellakis, aanvankelijk opgeleid als violist, groeide op in de Upper West Side in Manhattan. Haar moeder is pianist, haar vader dirigent, haar jongere broer is cellist. ‘Ons appartement was heel klein: in alle kamers werd muziek gemaakt en de muren waren niet bepaald geluiddicht. Je moest elkaar zien te negeren.’

Wereldsterren

Op haar 18de verruilde ze New York voor de Curtis Institute of Music in Philadelphia, een relatief klein eliteconservatorium waarvoor geen collegegeld hoeft te worden betaald. Musici als violist Hilary Hahn en pianisten als Lang Lang en Yuja Wang nu wereldsterren waren haar klasgenoten. ‘Ik voelde me constant tekortschieten, het moest altijd beter.’

Dirigeren leek haar aanvankelijk niet realistisch. Niet omdat er weinig vrouwelijke rolmodellen zijn, maar simpelweg omdat ze al zo ver was op de viool. ‘Achteraf gezien was ik al die tijd al met dirigeren bezig. Ik had altijd partituren bij me en had zelfs al wat lessen genomen, maar het leek me een bijzaak.’

Met haar carrière als violist ging het goed. Ze werd aangenomen voor de academie van de vermaarde Berliner Philharmoniker. En daar gebeurde het. ‘De chef-dirigent, Simon Rattle, vroeg aan mij na een kamermuziekavond: hoe denk je over dirigeren? Hij moet iets hebben gezien aan de manier waarop ik leidde, aan mijn expressie. Hij zei: als je dit wilt doen: ga ervoor. Wat jij kunt, is niet aan te leren, en wat je nog niet kunt, kun je leren.’

Honger

Het duurde nog een paar jaar voor ze het advies echt ter harte nam en ze zich aanmeldde voor de dirigentenopleiding aan Juilliard School in New York. Zes uur per dag zat ze aan de piano met een partituur. ‘Dat jaar heb ik geen enkel programma van het New York Philharmonic of de Metropolitan Opera gemist.’

En toen kwam Dallas. Van Zweden nam haar aan na een auditie van twintig minuten. Al snel mocht ze voor hem invallen in Sjostakovitsj’ Achtste symfonie. Canellakis verwierf de reputatie van ideale invaldirigent. ‘Ik was er klaar voor. Ik had honger, ik was bereid.’

Sindsdien reist ze nog steeds met haar viool de wereld rond en heeft ze een agenda vol debuten bij beroemde orkesten. Vakantie neemt ze niet, en ze kan al lang niet meer zeggen waar ze woont. Met het Radio Filharmonisch haar eerste echte ‘chefschap’ komt er meer vastigheid in haar bestaan, maar voorlopig niet veel meer rust. Er wordt aan alle kanten aan haar getrokken. Dat het orkest haar al na één project vastlegde iets uitzonderlijks zegt genoeg. Voor de eerste vrouwelijke chef-dirigent in Nederland is dit pas het begin.

Opwindend

Wat maakt Karina Canellakis zo bijzonder? ‘Ze werkt in de repetities keihard aan details, ze kan een orkest echt opstuwen’, zegt Roland Kieft, directeur van het Radio Filharmonisch. ‘Maar bij concerten kan ze alles ook echt loslaten. Ik vind haar concerten altijd heel opwindend. Een echte opdracht hebben we niet, maar ik vind dat wij als orkest wel iets vaker langs de randen van de muzikale afgrond mogen gaan. Dat kunnen we met haar.’