Voor het associatieverdrag? Ga dan niet stemmen

De week in wetenschap

Met een referendum kun je alle kanten op. Op 6 april tellen ook de niet-stemmers mee.

Jan Roos van GeenPeil en de handtekeningen die nodig zijn voor een referendum. Foto anp

Arme Jeb Bush. Doe je als presidentenzoon mee aan de voorverkiezingen voor het presidentschap. Krijg je in South Carolina welgeteld 53.236 stemmen. Een splinter van een fractie van het Amerikaanse volk. Geen wonder dat hij afhaakt, met een snik in de stem.

Nee, dan Donald Trump. Die kan na South Carolina de Republikeinse nominatie haast niet meer ontgaan, zeggen ze. Alleen: aan een verpletterend aantal Trumpstemmers ligt dat niet: hij haalde er welgeteld 239.851. Tot zover het malle Amerikaanse kiessysteem, waarin de winnaar alles krijgt en de verliezer niks. Gelukkig hebben we hier in Nederland echte democratie, waar we zetels verdelen in verhouding tot de stemmen. Pas in Den Haag neemt de winnaar alles: daar worden wetten met meerderheid aangenomen. Of niet.

Een van die wetten is de Referendumwet, waarvan we op 6 april voor het eerst lol gaan hebben. Eindelijk mag het volk zeggen wat het vindt. In dit geval van het associatieverdrag met Oekraïene, iets waarvan dat volk kennelijk wakker ligt.

Dilemma

Ik ook, maar om een andere reden. Het referendum is een dilemma. De kwestie is niet zozeer wát je moet stemmen, dat moet iedereen zelf weten. De vraag is óf je moet stemmen.

Dat komt door de wettelijke kiesdrempel. Als minder dan 30 procent van de stemgerechtigden komt opdagen, telt de uitslag niet. Dat maakt de zaak duivels ingewikkeld. Niet gaan stemmen is ook een manier om te winnen. Maar verliezen kan ook, alles hangt af van wat de rest doet.

Als bijvoorbeeld een kwart van de stemgerechtigde Nederlanders tegen komt stemmen en 40 procent voor, is de opkomst 65 procent en winnen de voorstanders. Maar als de helft van die voorstanders bewust niet gaat stemmen, is de opkomst 45 procent en winnen de tegenstanders met 25 tegen 20. Weg associatieverdrag, althans: de Kamer moet er opnieuw over stemmen.

Heikel

De vraag is dus vooral of de voorstanders elkaar wel vertrouwen. Als er niemand vóór gaat stemmen, maakt het referendum weinig kans. Zodra ook voorstanders braaf naar de stembus beginnen te gaan, wordt het heikel.

Het is het klassieke prisoners' dilemma: neem ik een gok die alleen goed uitpakt als alle andere gokkers hetzelfde doen? Speltheorie zegt ja: doen. Vertaald naar 6 april: niet gaan stemmen. Bij normale verkiezingen die wel ergens over gaan, is de opkomst tegenwoordig maar 55 procent. Als de helft daarvan bewust niet komt, halen Jan Roos en zijn kompanen nooit de drempel van 30 procent.

Overigens spreken we dan ook meteen af dat het eerstvolgende referendum over de Referendumwet zélf gaat. Inzet: weg met de kiesdrempel van 30 procent, elke meerderheid telt. Zodat het er echt op aankomt.

En dan dus wél gaan stemmen. Voor.

Meer over