Onze gids deze week

'Voor goede kunst moet je niet gemakzuchtig zijn'

Als jochie op het Britse platteland vreesde Karl Hyde de toekomst. Werken op de fabriek, dronken worden in de pub. Het liep anders. Hij is frontman van Underworld en gidst ons langs de mensen en zaken die hem inspireerden.

Beeld Els Zweerink

Met een nieuw album op komst, het eerste in zes jaar, voelt het volgens Karl Hyde 'alsof we met onze muziek een uitgestrekt landschap zijn ingestapt dat vergezichten en mogelijkheden biedt en ons geen enkele beperking oplegt.' De reden? Underworld, het befaamde technoduo uit Engeland dat de ravecultuur mede heeft vormgegeven en dance definitief de mondiale hitlijsten inhielp, heeft voor het eerst een plaat gemaakt gebaseerd op improvisaties.

Hydes collega, Rick Smith, stelde voor om met een schone lei de studio in te gaan om te zien of spontane ideeën die ze ter plekke op elkaar afvuurden tot muzikaal moois zouden leiden. En elke dag moest iets nieuws opleveren.

'Raar eigenlijk dat we nu pas deden', bekent Hyde (59), de man die over Underworlds beats gitaar speelt en zijn associatieve monologen declameert. 'Improvisaties maken altijd een wezenlijk onderdeel uit van onze liveoptreden. Zelf heb ik drie albums gemaakt (twee met Brian Eno en een soloalbum, red.) die zijn gebaseerd op improvisaties. Het is bekend terrein.'

Ook opvallend: het album Barbara Barbara, We Face A Shining Future ontbeert de uitgesponnen climaxen van oudere nummers als Born Slippy. NUXX, Pearl's Girl of Two Months Off. Het tempo ligt zoveel lager dat je je kunt afvragen of je het nog dance kunt noemen.

'Was het dat ooit? Ik zou het eerder door ritme gedreven muziek noemen, geïnspireerd door een machinale beat en met een meer eclectisch dan een noodzakelijkerwijs elektronisch geluid. We hadden het geluk dat Underworld bekend werd toen de chill-out een deel vormde van de scene. Een ambient of akoestisch nummer van ons werd dan op Ibiza gedraaid in een loungetent als Café del Mar, terwijl een ander nummer zijn weg vond naar de dansvloer van een nachtclub als de Pacha.'

Op Barbara Barbara wordt de afgemeten mechanische beat van een nummer als If Rah afgewisseld met de mijmeringen van een akoestische gitaar op Santiago Cuatro. Underworld knoopt het allemaal aan elkaar. Hyde en Smith voelen zich net zo op hun gemak op de dansvloer, als op de Olympische Spelen - ze verzorgden de muziek voor de openingsceremonie van de Spelen in Londen van 2012 - als in het theater - ze maakten de muziek voor de theatervoorstelling Frankenstein van Danny Boyle, de regisseur die Born Slippy. NUXX gebruikte in zijnfilm Trainspotting, waarna het nummer een succes werd.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over het design- en filmcollectief Tomato, waar Hyde en Smith ook in zitten.

Hij blijft gedreven. Het nieuwe album moet op het moment van het gesprek nog uitkomen. 'Maar de ervaringen met deze waren zo goed dat ik er zo weer een zou kunnen maken. Serieus'.

CV

Karl Hyde werd in 1957 geboren in Essex. Begin jaren tachtig richtte hij met Rick Smith de synthpopband Freur op. In 1987 gingen ze door als Underworld. Na een tournee door de VS ging Smith met Hyde dansmuziek maken. Van 1991 tot 2000 was Darren Emerson lid van Underworld. Het debuutalbum Dubnobasswithmyheadman, werd een danceklassieker. Grootste succes was Born Slippy. NUXX (1995), gebruikt in de film Trainspotting. Underworld verzorgde de muziek voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen (2012). In 2013 bracht Hyde zijn eerste solo-album Edgeland uit en in 2014 nam hij twee albums op met producer Brian Eno.

1. Muziekwinkel: Subway Guitars in Berkeley Californië

'De ene helft van het pand is een fietsenzaak, waar ze vroeger de eerste mountainbikes van Amerika maakten en de andere helft is de muziekwinkel. Een magische plek, zo een waarvan je als kind altijd al droomde. Je bent er letterlijk omringd door gitaren, de prachtigste exemplaren, waaronder ook antiek spul. Eigenaar Fat Dog bouwt ze ook zelf. De tent heeft een aangenaam alternatief geurtje. Fat Dog doet geen zaken met banken, accepteert geen cheques of creditcards, alleen cash. Of je moet toevallig een grasmaaier bij je hebben die hij kan gebruiken, dan wil hij hem ook wel ruilen voor een gitaar. Zo'n gast is het.'

Beeld Els Zweerink

2. Restaurant: Beaucoup Fish in Brussel

'Yep, de eigenaar heeft het genoemd naar een van onze albums. Zo'n drie jaar geleden toen ik met mijn soloproject in de Ancienne Belgique speelde, vertelde iemand me erover en ik dacht nog: 'Wie doet nou zoiets? Is dit een stalker of zo?' Maar hij kwam naar ons toe en bleek een alleraardigste man die een menu had meegenomen om te signeren. Gisteren hebben we voor het eerst daar gegeten. Het was fantastisch. Ze hebben een paar tafeltjes en de kaart is beperkt, maar daardoor is alles wel heel vers, de vis ligt ook uitgestald te koop voor wie hem thuis wil bereiden. De gerechten zijn klassiek of getuigen van avontuurlijke combinaties. Gesauteerde zeeduivelwangetjes met amandelen, salade van kreeft, mango en passievrucht. Dat werk. Ik heb het meteen op Instagram gezet.'

3. Museum: The Land of Lost Content in Craven Arms in Engeland

'Rijen en rijen van uit productie genomen gebruiksvoorwerpen in een volgepropt museum dat onderdak heeft gevonden in een oude kerk. Memorabilia van de twintigste eeuw zou je ze kunnen noemen, maar mijn vrouw geeft de voorkeur aan de term 'rommel', ha ha. Waspoederdozen, wikkels van chocoladerepen, oude wasmachines, platenspelers, schoenen, gordijnen; het soort dingen dat op een gegeven moment in onbruik raakt en die we dan maar weggooien.

'Ik noem het altijd het Museum van O-ik-herinner-me-dat-van-toen-ik-nog-klein-was. De naam verwijst dan ook naar een gedicht van A. E. Housman over het verlangen naar vervlogen tijden.

'Dat 'lost content' slaat op zowel de verloren gegane inhoud van het museum als de tevredenheid die je als consument verliest wanneer een gebruiksvoorwerp gedateerd raakt en door iets nieuws wordt vervangen. Ik kan er uren in rondstruinen en soms neem ik mijn kids mee.

'Het is een stukje sociale geschiedenis en het zegt iets over het alledaagse leven zoals we dat toen geleefd hebben. Maar mijn vrouw vindt het maar niets. Ik ben een beetje een hamsteraar en volgens mij is ze bang dat ik mijn eigen museumpje begin.'

4. Film: Being There (regie Hal Ashby)

'Ik ben dol op het kalme tempo en de gemoedelijke toon van de film. Peter Sellers speelt een nobody, een tuinman, die, geïsoleerd van de buitenwereld is opgegroeid, alleen in tuinmetaforen en oneliners spreekt die hij heeft gehoord op tv. Maar die worden wel door iedereen als pareltjes van diepzinnigheid gekoesterd.

'Er werd beweerd dat de film gaat over hoe leeghoofdigheid je tot de hoogste regionen van macht kan voeren, maar voor mij is Sellers meer dan een simpele ziel. Voor mij gaat die film veel meer over een filosofie van vriendelijkheid, de noodzaak je eigen ego terzijde te schuiven en te vragen: 'Hoe kan ik je helpen?'

'Chance de tuinman is een leeg canvas die zijn hele leven in dienst heeft gesteld van anderen en op latere leeftijd geheel onverwacht een soort zienersrol krijgt, omdat mensen zoveel meer lezen in wat hij zegt dan wat hij bedoelt. Of schuilt er toch een diepe wijsheid in hem? Regisseur Ashby heeft bewust iets dubbelzinnigs meegegeven aan die rol van Sellers en laat je uiteindelijke twijfelen of Sellers personage nu nitwit of messias is. In de laatste scène blijkt Chance, tot zijn eigen milde verbazing, over water te kunnen lopen. Geweldige twist.'

5. Boek: The Fight - Norman Mailer

'Ik ben absoluut geen veellezer maar dit neem ik standaard elk jaar tot me. Mailer vertelt het verhaal over The Rumble in the Jungle, de bokswedstrijd in het voormalig Zaïre, tussen comebackkid Muhammad Ali en de heersende wereldkampioen George Foreman. Het is prachtig verfijnd en leest als poëzie. Mailer beschrijft niet alleen het gevecht maar alles er om heen. De entourage van beide boksers, het muziekfestival met onder anderen Miriam Makeba en James Brown, en hoe Mailer voor zonsopkomst gaat trainen met Ali.

Maar het is om nog een andere reden geweldig. In 1964 luisterde ik als kleine jongen met mijn vader naar het gevecht tussen Ali, toen nog Cassius Clay, en zwaargewicht wereldkampioen Sonny Liston op de radio. Je moet weten, waar ik vandaan kom, het Britse platteland, ben je automatisch de underdog. Zo is het nu eenmaal. Je kunt niet winnen. Je krijgt een baantje in de fabriek, je accepteert wat je gegeven wordt en je bent er dankbaar voor. Je kan naar de pub om je zorgen weg te drinken en misschien een keer per jaar op vakantie en that's it. Dus, mijn vader en ik, we luisterden naar de radio. En ik was oud genoeg om te beseffen dat Ali nooit van zijn leven zou winnen. Hij was de underdog. Iedereen was op de hand van Sonny Liston de sloper.

'En Ali won. Hij won! Ik weet nog dat ik dacht Oh My God, Oh My God. Het kan dus wel! Je kan dus toch de situatie omdraaien en succes hebben. Zelfs als niemand vertrouwen in je heeft. Daarna kwam Ali in aanvaring met de Amerikaanse overheid over zijn weigering te vechten in Vietnam en mocht hij lange tijd niet boksen in Amerika. In 1974 zeiden mensen nog dat ze verwachtten dat Foreman Ali zou vermoorden en dat hij blij mocht zijn als hij zijn mooie gezichtje kon behouden. Zelfs Mailer schreef dat Ali waarschijnlijk doodgeslagen zou worden in de ring. Wéér de underdog. Nu nog, als ik aan het eind van The Fight kom en lees dat hij wint, moet ik huilen. Maar daarvoor raak ik steevast opgewonden en denk ik: Zou hij deze keer weer winnen? Zou het?'

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Els Zweerink

6. Kunstwerk: The Beanery van Edward Kienholz

'The Beanery inspireerde me om harder te werken op de kunstacademie. In het eerste jaar werd ik bijna van school gestuurd omdat er te weinig uit mijn handen kwam. Kwam ik met een ontwerp aanzetten. Werd er gezegd: 'Ziet er geweldig uit. Wanneer ga je het maken?' En ik weer: 'Ehm...wacht ik heb nog iets anders.' Gewoon omdat het me te veeleisend leek.

Als je goede kunst wil maken, vooral installatiekunst, moet je niet gemakzuchtig zijn en een serieuze gooi doen naar grootsheid. Dat heeft Kienholz gedaan met zijn Beanery. Het is een replica van Barney's Beanery, een eetcafé in Los Angeles, op bijna originele grootte. Aan alles is gedacht, de menselijke figuren zijn gemodelleerd naar bestaande klanten. Je kan er doorheen lopen, de geluiden horen en de geuren opsnuiven van de originele Beanery. De gasten hebben klokken als gezicht om aan te geven hoe ze hun tijd verdoen aan de bar. Het veroorzaakt tegelijke een levensechte en vervreemdende ervaring.

'Ik heb trouwens meermalen de originele Barney's Beanery bezocht. Eind jaren tachtig heb ik een tijdje in LA gewoond. Het was in de periode dat ik zwaar dronk, mijn romantische alcoholische fase. Je weet wel: 'Hey, kijk mij nou eens drinken in wat de inspiratie is geweest voor een fantastisch kunstwerk. Ik ben lekker aan het hangen in glimmend LA met zijn sexy carculture en hippe clubs als de Roxy en de Viper Room. Ja man, ik ben really happening.' Maar ik verdeed mijn tijd, net zoals de bargasten in de replica van The Beanery.'

Beeld HH

7. Muziek: Lux Aeterna - Ligeti

Toen ik 11 was, zag ik de film Space Odyssey: 2001. Ik was er zo door gefascineerd dat ik aan het eind van de week nog een keer naar de bioscoop ging en vervolgens de soundtrack kocht. Lux Aeterna, door regisseur Stanley Kubrick in de film gebruikt, was de eerste keer dat ik atonale koorzang hoorde die me logisch in de oren klonk. Ik vond het geweldig. Ligeti's Lux, met zijn traag verschuivende etherische harmonieën voelt onaards hypnotisch aan. Het is overweldigend en daardoor zelfs bedreigend. Maar je raakt in de ban van iets enorms, iets onbegrijpelijks. Toen ik destijds met de plaat thuiskwam, zette ik hem op, deed het licht in mijn kamer uit, de gordijnen dicht en ging in mijn klerenkast zitten met alleen een rood lampje aan. Na uren kwam mijn moeder vragen wat ik aan het doen was. Ik riep alleen maar: 'Ga weg, ik zit in de ruimte.''

8. Favoriete bezigheid

Als ik wil relaxen 's nachts, of als ik een lange reis voor de boeg heb, trek ik er met de auto op uit. Mijn voorruit is dan het filmscherm, de radio verzorgt de soundtrack. Ik stem niet af op een specifiek radiostation. Ik zoek de ruis tussen de zenders en laat de auto het signaal van de radiostations oppikken. Zo komt er misschien wat Franse muziek binnen. Misschien wat accordeonfolk of een discussieprogramma; van alles wat en soms ook door elkaar. Iemand die mee zou reizen zou het ongetwijfeld takkeherrie vinden, maar het ontspant me.

Het album Barbara Barbara, We Face A Shining Future van Underworld komt 18 maart uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden