Voor gek in zwarte schoenen

Drieduizend geluksvogels bijeen in CenterParcs vlak over de grens met België. Het is er schoon en veilig. Nooit eng of echt....

De mooiste is het filmpje van de vrouw, veel beschaafder naakt dan die van de Fa. De vrouw in de reclame van CenterParcs loopt met niks aan de wildernis in tot aan de waterkant. Haar mooie kont is van de tv-kijker. Tot haar broer, die nog even in de hete sauna van het vakantiebungalowtje bleef, haar achterna komt en een handdoek om haar heenslaat. Dan is het reclamefilmpje alweer uit, maar we kunnen er nog lang op dagdromen: een glimp gezien van het paradijs. In Cen ter Parcs slaan biologen vliegen dood, eten bejaarde geleerden pannenkoeken met stroop en laten tandartsen zich insmeren met modder. We weten het van de reclamefilmpjes en er is geen reden voor twijfel, er zullen vast wel vliegen zijn. Maar in het paradijs zijn achthonderd bungalowtjes aan elkaar vastgemetseld rond een plas die huizenmakelaars een waterpartij noemen. Kan de warme vrouw vanuit haar bungalowtje in het Parc dat hele eind naar de waterkant naaktlopen zonder dat wij haar kunnen zien? Dat wilden we weten. En we weten het. We kunnen haar zien en ze kijkt wel uit.

Gestold verlangen is het. Mensen verlangen naar geluk, avontuur, onbeperkt eten, alles kunnen en mooi zijn. In CenterParcs is het eindelijk zover. Het is er dik in orde, de eekhoorntjes doen het, er is warm en koud water, duizend pijlen wijzen in de wildernis de weg terug en om te bidden, hoef je het terrein niet af. Er is een kerk waar God, naar men zegt, beter naar de mensen luistert dan in het bubbelbad. In het bubbelbad bidt men trouwens niet, zo te zien. Alleen misschien de mensen die in de rij staan te wachten, een schietgebedje dat er eindelijk weer eens eentje plaatsmaakt. In een bubbelbad in de overdekte en overzichtelijke CenterParcs warmwaterwereld die Aqua Mundo heet, kunnen veertien mensen tegelijk. Dat aantal hangt af van de breedte van de mensen, en bedenk daarbij dat grote dikke mensen er relatief langer inblijven, wat op zich volkomen logisch is, maar dat wachten kan de pret een kwartiertje bederven. Het is het enige wat aan Center Parcs mankeert. Te klein, die bubbelvijvers, naar onze urenlange waar neming vanachter het glas van een overdekt terras dat uitzicht biedt op het warmwaterkrioelen. Maar verder is alles zo heel verschrikkelijk in orde dat we niet kunnen begrijpen dat alle gasten de hele dag zo neutraal, emotieloos, soms zelfs bedrukt uit hun ogen kijken. Genieten doet men zichtbaar heel serieus.

Pas laat in de avond, als de vogels stil zijn en de autoweg langs het Parc wat milder bromt, horen we eindelijk van over de waterpartij uitbundig schateren. Jongelui, veronderstellen we, hebben hun kratje leeg en vergeten even de buren. Iedereen heeft hier buren, we zijn hier met drieduizend geluksvogels bijeen.

Het was de eerste dag in het paradijs en onverwacht vielen De Cocq voor het eerst de schoenen van De Boer op en De Boer de broek van De Cocq. We vielen uit de toon. Het was tot nu toe winter geweest. Maar van de ene dag op de andere scheen de zon die ons in zonderlingen veranderde. Het werd een tamelijk warme dag, de gedenkwaardige tweede april. Het tv-journaal meldde die avond dat in Arnhem de terrassen 'bomvol' hadden gezeten en liet mensen zien die op een stoel zaten, buiten in de zon. Arnhem! Want de cameraploeg kan niet overal tegelijk zijn.

Wij waren er niet op voorbereid, althans, we hadden niet bij ons wat iedereen aanhad. Gedegen zwarte leren schoenen droeg De Boer. En De Cocq had een lange donkerblauwe broek aan en zijn gebruikelijke anti-opvaloverhemd. Ook De Boer verandert liever in een boom dan dat hij er bijloopt als een kijkmijnoukonijn. Maar alle drieduizend andere bewoners van het Parc hadden het aan zien komen, hadden ze klaarliggen en het leek of het verplicht was, andere kleren aan als de zon schijnt. Duitsers, Fransen, Belgen en Nederlanders, alle mannen in korte broek, bijna alle mannen een extra groot overhemd met korte mouwen met een woord erop of gekleurde motieven, alle vrouwen in kleine hemdjes met touwtjes over de blote witte schouders, alle kinderen weinig aan en petjes op en niemand, echt helemaal niemand die voor deze korte voorjaarsvakantie geen nieuwe sportschoenen had gekocht en aangetrokken. Behalve wij, zodat juist wij er voor gek bijliepen. Gelukkig regende het de volgende dag.

CenterParcs is wat men ervan verwacht en de inrichting dwingt bewondering af. Keurige natuur, goede voorzieningen en maximale aandacht voor de veiligheid van de gasten. Tijdens ons verblijf wordt net een nieuw zebrapad over een weggetje door het bos geverfd, overdreven zouden we zeggen, maar in theorie is het mogelijk dat een voetganger hier door een fietser wordt geraakt. Het zebrapad geeft extra zekerheid, het is de organisatie niet gauw genoeg. Bijvoorbeeld ook als je niet meer weet waar je bent. Denk je dat je ergens buiten staat, dan stelt een machine je gerust. We hadden een kaart gekregen toen we ons hadden ingeschreven. Een kartonnetje met streepjescode. Het zou ons toegang verschaffen tot de avonturenloods waar kinderen kunnen spelen dat ze schipbreuk lijden en moeten zien te overleven terwijl vader vanachter een glas bier ontspannen kan toekijken en uit de luidsprekers in het dak af en toe een harde onweersklap klinkt.

Alleen met een kartonnetje met de streepjescode komt men erin. Het kartonnetje moet in een gleuf. Een elektronische tekst zegt dat men erin mag. We dolen door de avonturenloods, staan plotseling weer buiten, willen er weer in, steken het kartonnetje opnieuw in de gleuf en lezen nu de elektronische tekst: 'U bent al binnen.'

Ons Parc ligt net over de Nederlandse grens in België, in een gebied van kolenmijnen. De brochure beloofde een bowlingbaan in een oude mijnschacht. We waren juist daar nieuwsgierig naar, niet de ballen en de baan, maar de schacht. Naïef als we zijn. We dachten echt een restant van een afgedankte mijn te zullen aantreffen. Nee, natuurlijk niet. Alle attracties in CenterParcs zijn namaak. Schoon en veilig en nooit eng of echt. De bowlingbaan is er wel en hij lijkt wel degelijk uitgehakt in een laag steenkool onder de grond, alleen, je moet er niet voor naar beneden, maar een trap op. Het is een tot mijnschacht vermomde zaal in het centrale pretpaleis. En iedereen vindt zoiets leuk, net zoals iedereen die in het pretpaleis uit eten gaat - keuze uit verschillende restaurants - dat eten mooi en smakelijk vindt.

Het ligt niet aan CenterParcs, maar uitsluitend aan ons dat we opgelucht zijn als we er weer uit weg zijn. Om ons alsnog dood te schrikken. De orde en overzichtelijkheid van het bungalowpark heeft de omgeving besmet. Wijd om dit vakantieparadijs heen zijn fietsroutes uitgestippeld. Door Belgen die als de dood zijn dat een fietser de weg kwijtraakt. Langs de hele route vindt men borden met aanwijzingen en plattegronden. En als de ene route de andere kruist, is er sprake van een knooppunt. Elk knooppunt heeft een nummer. Dat nummer staat op een bord. Bij dat bord staat een bord met een plattegrond en daarboven staat ook dat nummer. En tien stappen voor deze twee borden staat ook een bord. Hierop staat dat men het knooppunt nadert.

Wie wil zien hoezeer Vlaams België en CenterParcs naar elkaar zijn toegegroeid in de begeleiding van de mens op avontuur, zou eens naar knooppunt 227 moeten fietsen. Het ligt aan het kanaal, tussen Bo cholt en Herentals, vlak boven Lommel. Het kan niet missen. Vanuit elke richting komt men een mooi nieuw bord tegen dat waarschuwt dat men het knooppunt nadert met pal daarna het bord dat dit bevestigt. Binnen 10 vierkante meter wordt de zwerver twaalf keer goed, helder en duidelijk verteld dat het hier werkelijk knooppunt 227 betreft. Geen ontkomen aan. Het land is Parc geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden