Voor gehandicapten en gemeenten dreigt ramp

Sociaal akkoord stuurt arbeidsgehandicapten het bos in en brengt gemeenten in grote problemen.

Het sociaal akkoord maakt een prematuur einde aan de Participatiewet die op het punt stond door gemeenten uitgevoerd te gaan worden. Werkzoekende arbeidsgehandicapten zullen worden aangewezen op een in Den Haag uitgetekend regionaal Werkbedrijf. Toekomstige werkzoekenden en gemeenten gaan daarmee een hoge prijs betalen voor de rust in de polder.


De Participatiewet is na jarenlange voorbereiding net door de Raad van State goedgekeurd. De wet was een uitvloeisel van de commissie-De Vries die werken naar vermogen wilde stimuleren en een minder groot beroep wilde op collectieve regelingen zoals de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wajong.


De Participatiewet is, naast de AWBZ en de jeugdzorg, een van de drie grote voorgenomen decentralisaties. De opgaven voor gemeenten zijn imposant, maar inhoudelijk is het wel logisch: breng de publieke dienst daar onder waar die het best kan worden uitgevoerd, met de beste informatie en bijbehorende financi-ele prikkels. De decentralisaties leiden tot een groter beroep op zelfredzaamheid en sociale cohesie en laten zien dat sociaal beleid in samenhang bezien moet worden. Zo doen mensen in de bijstand nu met behoud van uitkering werkervaring op in sociale werkplaatsen.


Het sociaal akkoord dreigt deze logische ontwikkeling terug te draaien en zal zowel voor werkzoekende arbeidsgehandicapten als voor gemeenten heel slecht uitpakken.


Ten eerste schieten werkzoekende arbeidsgehandicapten niets op met een plan waarin werkgevers op landelijk niveau een baangarantiedoelstelling afgeven. Zo'n garantie is een loze belofte op dat schaalniveau en gaat ook niet werken omdat individuele werkgevers dit niet gaan betalen.


Een rekenvoorbeeld: een 100 procent productieve medewerker in de plantsoenendienst kost de werkgever circa 37 duizend euro (27 duizend euro salaris en tienduizend euro overhead). Als een werkgever straks voor hetzelfde werk twee arbeidsgehandicapten in dienst neemt, kost hem dat 74 duizend euro en krijgt hij via loonkostensubsidie maar 22 duizend euro terug, resulterend in kosten van 52 duizend euro. Gaat de werkgever deze vijftienduizend euro extra betalen? Het is incidenteel denkbaar vanuit een oprecht gevoelde sociale verantwoordelijkheid, maar zeker niet onder druk van een door werkgeversbaas Wientjes afgegeven 'landelijke baangarantie'.


Op dit moment slagen gemeenten erin zo'n 100 duizend arbeidsgehandicapten aan het werk te krijgen in sociale werkplaatsen. Jaar in jaar uit worden door de sociale werkplaatsen nieuwe banen gezocht en gecreëerd. Heldhaftig beloven werkgevers nu 2.500(!) banen jaarlijks te 'creëren'. De rest komt in een door het sociaal akkoord in het leven geroepen nieuwe categorie uitkeringsgerechtigden, op kosten van de belastingbetaler. Na de Wajong en de WAO herhaalt de geschiedenis zich. Wat is er eigenlijk 'sociaal' aan dit akkoord?


Ook de gemeenten worden de dupe van de polderpolonaise. De gedachte dat je de loonwaarde van een werknemer op landelijk niveau met protocollen kunt vastleggen, staat volkomen haaks op de praktijk: de postbode weet hoeveel brieven hij kan rondbrengen na drie maanden werken en de medewerker groen hoeveel perken hij kan schoffelen. Sociale werkplaatsen halen hun werk nu voor 70-80 procent uit de lokale omgeving (opdrachten gemeenten in groen/schoonmaak), individuele detacheringen bij het mkb (de koffiejuffrouw) en samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven. Opdrachten met landelijk opererende bedrijven bedragen op dit moment slechts zo'n 10 tot 20 procent van het totale werk.


Nu komen dus tienduizenden personen aan het werk via de gemeenten. Met de beoogde fusies tot supraregionale werkbedrijven zal dit aantal dramatisch inzakken. De werkgever zou alleen in theorie ook kunnen bijdragen aan de financiering van de Werkbedrijven, maar gaat dit niet doen. Uit alle studies blijkt dat er geld bij moet, zeker voor de zwaarste arbeidsgehandicapten. Geld dat gemeenten mogen opbrengen.


Voor de gemeenten is dit sociaal akkoord een financieel drama. Ze zaten niet aan tafel in Den Haag en mogen het verschil bijleggen dat de werkgever zelf niet gaat betalen (de bovengenoemde 15 duizend euro) of als alternatief een volledige uitkering betalen. Daarnaast staan zij als enige financier aan de lat voor het inrichten van de Werkbedrijven en de reorganisatiekosten, terwijl ze geen invloed kunnen uitoefenen en er niet op budget kan worden gestuurd.


Het sociaal akkoord is een democratisch curiosum en ook een inhoudelijke blamage. Doordat gemeenten niet aan tafel zaten, is voor een oplossing gekozen die misschien voor de onderhandelende partijen verkocht kan worden aan de achterban, maar die geen enkel probleem oplost, toekomstige arbeidsgehandicapte werkzoekenden het bos instuurt en gemeenten in de financiële problemen brengt. Aan de Tweede Kamer de taak een einde te maken aan deze penetrant geurende polderpuree.


Marcel Canoy is hoofdeconoom Ecorys en hoogleraar economie in Tilburg.

Robert Capel is organisatieadviseur sociale zekerheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden