Voor financiële positie overheid telt vooral het eigen vermogen

Wie de afgelopen week de media volgde, kreeg de indruk dat alle financiële problemen van de overheid zich samenballen in de overheidsschuld en het begrotingstekort. Een veel belangrijkere variabele, het eigen vermogen van de overheid, werd niet of nauwelijks genoemd.

Het eigen vermogen is het verschil tussen bezittingen en schulden. Neem iemand die een huis heeft van twee ton en een hypotheek van twee ton. Verder heeft hij geen schulden of waardevolle bezittingen. Zijn bezittingen zijn dus twee ton en zijn schulden ook. Zijn eigen vermogen is bijgevolg nul. Maar als zijn financiële positie zou worden beschreven vanuit hetzelfde perspectief als dat van waaruit de media over de overheid berichten, dan zou de lezer wel veel over de schuld vernemen, maar niets over het huis.

Eind 2010 was de waarde van het rijksbezit - bestaande uit onder meer de aardgasvoorraad en aandelen - 360 miljard euro. De staatsschuld bedroeg toen 375 miljard euro. Het eigen vermogen van de centrale overheid was dus minus 15 miljard, slechts een fractie van de schuld. Dat plaatst de zaak in perspectief. We weten meteen wat te denken als er iemand roept dat elke pasgeboren baby een schuld van bijna 23 duizend euro mee moet gaan torsen.

Eind 2008 was het eigen vermogen echter nog plus 17 miljard, en de ontwikkeling van plus naar min is zeer betekenisvol (categorie voorpaginanieuws). Een belangrijke vraag is of deze ontwikkeling vooral het gevolg is geweest van overheidsbeleid of van bijvoorbeeld een herwaardering van de aardgasvoorraad. En hoe hoog was het eigen vermogen tien jaar geleden eigenlijk?

Natuurlijk zegt de informatie over het eigen vermogen nog niet alles. We moeten zeker ook rekening houden met de financiële garanties die de overheid heeft afgegeven. Die tellen op tot zo'n 200 miljard en herbergen flinke risico's. Als we dan ook nog kijken hoe het gaat met het onderwijs voor onze toekomstige belastingbetalers, dan krijgen we een evenwichtig beeld van de financiële positie van de overheid. Dat kan dan de basis vormen voor op inzicht en visie gebaseerd beleid.

Ook het veelbesproken begrotingstekort is een gebrekkige maatstaf voor slecht of goed beleid. Zo kan de regering het tekort simpel verlagen door meer aardgas te verkopen, terwijl dit het eigen vermogen niet verbetert. Om een betere maatstaf voor de ontwikkeling van het eigen vermogen te krijgen, pleiten economen er al jarenlang voor de aardgasbaten niet meer mee te tellen bij de berekening van het tekort.

Maar kennelijk geven politici liever informatie over het traditionele tekort of over de schuld per baby - om vervolgens op onderwijs te bezuinigen. Het lijkt wel of zij vooral willen scoren op de door de media gekoesterde meetlatten van schuld en traditioneel tekort, zonder goed te kijken naar het landsbelang.

Het perspectief van het eigen vermogen leidt tot allerlei vragen. Wat betekenen de plannen uit de Miljoenennota voor het eigen vermogen van de overheid? Is het voor het kabinet niet verleidelijk om ons aardgas in versneld tempo, en desnoods tegen een iets te lage prijs, te verkopen teneinde bij de volgende verkiezingen met een laag tekort te pronken? Zou de wens om de schuld voor de verkiezingen flink te reduceren tot te snelle verkoop van ABN-Amro kunnen leiden? En zou deze krant in de toekomst het eigen vermogen de aandacht willen geven die het verdient?

Tsjalle van der Burg, econoom aan de Universiteit Twente.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden