Column

Voor Europese garantie op spaargeld is het nog te vroeg

Hoe hebben we ooit aan zo'n halfbakken munt kunnen beginnen?

Mario Draghi, president van ECB. Beeld afp
Mario Draghi, president van ECB.Beeld afp

Menigeen heeft het zich de afgelopen crisisjaren vertwijfeld afgevraagd. Gaan we in 2024 diezelfde vraag stellen over de bankenunie? In het bijzonder over de vorige week voorgestelde Europese garantie op spaartegoeden? Een garantie waardoor Nederlandse belastingbetalers straks mogelijk miljarden euro's moeten overmaken naar Spaanse, Italiaanse en Griekse banken.

Hogere belastingen en pijnlijke bezuinigingen hier, opdat ze daar niets van hun spaargeld verliezen. Geen populaire boodschap voor een Nederlandse politicus. Toch kan dat de consequentie zijn van wat de Europese Commissie, met steun van Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem, nu voorstelt.

Het verband tussen de financiële gezondheid van banken en die van overheden bleek de achilleshiel van de eurozone. Verliezen bij Spaanse banken voedden de vrees voor nieuwe bankreddingen. Hierdoor daalde het vertrouwen in de Spaanse overheid. Spaanse banken kregen hierdoor nog lastiger financiering, hun achtervang leek immers minder solide. Ook namen de verliezen toe doordat de Spaanse staatsobligaties op de bankbalans in waarde daalden.

Aan deze vicieuze cirkel maakten de euroleiders in de zomer van 2012 een eind met hun besluit een bankenunie op te richten, inclusief een gedeelde garantie op het spaargeld. Sindsdien is het bankentoezicht gecentraliseerd bij de ECB in Frankfurt. Een gemeenschappelijke resolutie-autoriteit in Brussel moet failliete banken op ordentelijke wijze uiteenrafelen, zodat de essentiële en gezonde delen van de bank door kunnen en de verliezen terechtkomen bij de vermogensverschaffers van de bank.

Zijn de verliezen groter dan dit risicodragende vermogen, dan komt het bij de bank gestalde spaargeld in gevaar. Om dat te voorkomen heeft elk land een garantiestelsel voor het spaargeld. Komt ING in problemen, dan is er een mede door Rabobank en ABN Amro gevulde pot. Is ook dat onvoldoende, dan betaalt de Nederlandse overheid de resterende rekening. Nu stelt de Europese Commissie voor ook deze verzekering van het spaargeld op euroleest te schoeien.

Voor de euro is dit een noodzakelijke stap. De eurozone bleek zo zwak als het zwakste lid. Het is daarom in ieders belang de zwakste broeder zo sterk mogelijk te maken. Anders dan de Amerikaanse dollar heeft de eurozone hiervoor nauwelijks instrumenten: geen gezamenlijke schokbrekers, laat staan een noemenswaardige structurele herverdeling. Een Europese garantie voor het spaargeld is daarom een onmisbaar vangnet.

Helaas is de bankenunie, net als de euro, nog steeds een halfbakken product. Garanties afgeven zonder voldoende toezicht is vragen om problemen. Het toezicht op banken is weliswaar verscherpt en de buffers van banken zijn verhoogd, maar beide in onvoldoende mate.

Neem het eigen vermogen van banken. Dit was in Nederland voor 2008 zo'n 2 procent. Dat wordt hier straks 4 procent en in de rest van de wereld is het minimum slechts 3 procent. Historisch gezien nog steeds erg laag. De meeste bankeconomen bepleiten dan ook veel hogere percentages.

Of neem de scheiding van eenvoudige spaarbanken en riskante zakenbanken. Voorstellen hiertoe zijn de afgelopen jaren stelselmatig afgezwakt. Waar in Brussel nu nog over wordt onderhandeld, is nog maar een slap aftreksel van het oorspronkelijke voorstel. Intussen wordt de president van De Nederlandsche Bank weer ouderwets genegeerd als hij waarschuwt voor de gekte op de huizen- en aandelenmarkt.

De ECB ontdekte een jaar geleden bijna 900 miljard euro aan probleemleningen op de balansen van de eurobanken, waarvan alleen al zo'n 300 miljard in Italië. Juist de zuidelijke banken hebben nu nog relatief veel eigen vermogen, aanzienlijk meer dan de vereiste 3 procent. De financiële markt dwong hogere buffers af. Die vond de Italiaanse en Griekse overheidsgarantie altijd al minder betrouwbaar dan die van Nederland of Duitsland. Dat onderscheid tussen de eurolanden verdwijnt met één garantiestelsel. Hierdoor kan het eigen vermogen van Zuid-Europese banken zelfs gaan dalen.

Helemaal veilig zal de bankensector nooit worden. Maar het kan en moet zeker nog een stuk robuuster. Het structureel veiliger maken van de bankensector verdient daarom prioriteit. Maak banken kleiner, eenvoudiger en verhoog het eigen vermogen. Geef de toezichthouder instrumenten om bubbels te voorkomen. En maak de bankbalansen gezond. Ook dat hoort bij een volledige bankenunie. Het is daarom nu nog te vroeg om garanties af te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden