Voor Europa blijft Duitsland altijd de geldschieter

Weer kreeg de Duitse bondskanselier Merkel haar zin. Op haar indringende verzoek accepteerden de Europese regeringsleiders vrijdag dat de benodigde miljarden voor het nieuwe noodfonds voor omvallende eurolanden, wat later beschikbaar komen. Brussel wikt maar Berlijn beschikt, mopperden diplomaten in de wandelgangen.


Het is waar: als Nederland of Finland erom hadden gevraagd, was het beleefd maar beslist afgewezen. Dat verschil in behandeling heeft een duidelijke reden, zoals de grootste Duitse krant Bild vrijdagochtend met een vette kop nog maar eens onderstreepte: 'Wij zijn de geldschieter van Europa'.


Alleen al aan het permanente noodfonds draagt Duitsland 190 miljard euro bij. Ter vergelijking: Nederland staat voor 40 miljard op de lat.


Op het gemopper van de EU-diplomaten valt verder wel wat af te dingen. Wie het afgelopen, turbulente jaar in Europa overziet, moet concluderen dat Duitsland regelmatig verloor, maar zijn leidende rol in de EU nooit verzaakte.


Vorig voorjaar wekte Merkel de woede van bijna alle EU-collega's omdat ze aanvankelijk weigerde Griekenland te helpen. De bondskanselier voelde er niets voor het bedrog van de Grieken - Athene had jarenlang zijn begrotingscijfers opgepoetst - door de Duitse burger te laten betalen.


Uiteindelijk kwam er toch noodhulp voor Griekenland (110 miljard euro) maar wel met strenge bezuinigingsvoorwaarden. Duitsland leent 22 miljard.


In de maanden erna besefte ook Duitsland dat alleen een vangnet voor Griekenland niet afdoende was. Er kwam een tijdelijk noodfonds, waar Ierland nu op drijft. De Duitse bijdrage: 120 miljard euro.


Dan het economisch bestuur voor de eurozone, waartoe de EU-leiders vrijdagmiddag definitief besloten. Jarenlang een stokpaardje van Frankrijk, waar opeenvolgende presidenten het water in de mond liep bij het idee dat Europa echt een politieke eenheid zou worden. Berlijn gruwde ervan.


Het Griekse drama en de kredietcrisis hebben Merkel echter bekeerd. Op financieel pijnlijke wijze werd met één klap de verwevenheid van de Europese economieën duidelijk. Nationaal doormodderen zou iedereen en alle banken schade berokkenen. Dus zette Merkel zich over haar weerzin tegen verdere economische eenwording heen.


Toen de onderhandelingen hierover onder leiding van EU-president Van Rompuy stokten, nam Merkel samen met de Franse president Sarkozy het initiatief. In de Franse badplaats Deauville kwamen de twee tot een 'verklaring' - de overige lidstaten spraken over een 'dictaat' - waarmee de impasse werd doorbroken. Dat onder druk van met name Nederland deze verklaring enkele maanden later werd aangepast, slikte Merkel zonder morren.


Het Concurrentiepact, waar Berlijn en Parijs in januari mee op de proppen kwamen, kreeg eveneens een zeer kritisch onthaal. De andere eurolanden vreesden harde Brusselse ingrepen in de pensioenen en lonen. Ook hier deed de bondskanselier water bij de wijn, hoewel ruim driekwart van haar plannen overeind bleef.


De balans na een jaar is dat Duitsland vaak leidt, soms buigt maar altijd de creditcard van Europa is. Zelf verwoordde de bondskanselier het vrijdagmiddag na afloop van de EU-top als volgt: 'De euro heeft zijn eerste echte test doorstaan. Duitsland heeft daarin een beslissende rol gespeeld, dat is onze plicht en opdracht.' Ze betaalt er inmiddels ook een hoge electorale prijs voor.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden