Voor een rijksdaalder werd Voske de kat van Jan Wolkers

Over een kat met een bijzondere positie: naast de schrijfmachine, op schoot, in het hart.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Voske was de enige vrouw die hem nooit heeft teleurgesteld. Ze bleef altijd bij hem, in voor- en tegenspoed, haar lange leven lang. Voske was Wolkers' eerste kat.

Hij zag het diertje in de herfst van 1957 in een dierenwinkel vlak bij de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Ze stond met haar voorpootjes tegen het glas van de etalage. 'Het was rood-zwart gevlekt, een kleur rood als van Olga's haar', schreef Wolkers in Turks fruit. 'Het had een licht puntje aan zijn staart en er liep een licht streepje van zijn voorhoofd naar zijn neus. Daardoor leek het net een snolletje. Maar het profiel van zijn kopje was zo nobel als dat van een tijger.'

Hij besloot het schildpadpoesje te kopen als verrassing voor Annemarie, het 'rooie dier' dat al bij hem in de Zomerdijkstraat woonde. Voor een rijksdaalder werd Voske zijn eigendom. Omdat het regende stopte hij haar onder zijn jas en fietste naar huis. Onderweg kroop ze over zijn schouder naar zijn arm. Zo zag Annemarie de poes voor het eerst: toen ze uit de kraag van Wolkers' jas omhoog kroop.

'Ze omhelsde mij met het katje tussen ons in en ging meteen een borsteltje voor een glanzend pelsje kopen en aparte bakjes voor vlees en vis en kattenbrood. Na een poos was de kat zo aan haar gehecht dat hij nog eerder dan ik aan haar klikkende hoge hakken en driftige stappen hoorde dat ze er aankwam.'

Hij heeft ze samengeportretteerd: Vrouw met kat. Toen Annemarie Wolkers had verlaten, plakte hij het plaatje van het beeld dat in het Stedelijk Museum in Amsterdam was geëxposeerd, naast zijn voordeur. Onder de bel van de Zomerdijkstraat 22 hing toen: 'Jan Wolkers. Vrouw met kat'. Maar er had beter kunnen staan: 'Jan Wolkers. Man met kat'.

Voske bleef. Ze lag altijd op het tafeltje naast zijn schrijfmachine te slapen als hij zat te tikken. Wolkers vertelde me, op de van hem welbekende mythomane wijze, dat ze ook de schrijfmachinewagen kon bedienen - ting, volgende regel - en dat ze hem met haar pootje een doosje lucifers toeschoof als hij een sigaartje wilde opsteken.

Voske stierf, 21 jaar oud, op zijn schoot tijdens de wedstrijd Polen-Brazilië op het WK Voetbal, op 21 juni 1978. Toen zij verkrampt op zijn schoot lag, nam Wolkers haar huilend in zijn armen en zei: 'Voske, wat ben jij altijd lief geweest.'

Archief

Toen ik voor het eerst in het persoonlijk archief van Wolkers mocht kijken, viel mijn oog op een donkerbruine ladenkast, wel 2 meter hoog in de lucht. Op de laden staan de opschriften: 'De hittegolf.' 'De veelvraat.' 'Tekeningen jaren vijftig.' 'Belastingen.' Maar ook: 'Voske.' Met een schok schoot me de beginregel van Wolkers' roman De Junival te binnen: 'Er is een la waar haar naam op staat. VOSKE.'

Het is geen toeval dat Wolkers' laatste wens was dat zijn as zou worden verstrooid onder de tulpenboom in zijn tuin. Daar waar ook de as van Voske rustte. Het was hem niet ontgaan dat de bladeren van de tulpenboom net kattenkopjes zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden