Voor een fooi werken in een bloedhete Zaanse wasserij: zo werden deze Syrische vluchtelingen uitgebuit

Vier Egyptische broers staan terecht op verdenking van mensenhandel

Vier Egyptische broers lieten vluchtelingen, vooral uit Syrië, voor 4,50 euro per uur werken in een bloedhete wasserij in Zaandam, onder gevaarlijke omstandigheden. De Syriërs sliepen er zelfs. Voor de rechtbank houden de broers vol dat het er vooral 'leuk en gezellig was'.

Het pand in Zaandam waar de wasserij van de vier Egyptische broers was gevestigd. Foto Pauline Niks

De vieze lakens wassen van Amsterdamse hotels in een industriële wasserij in Zaandam: het leek nogal wat vluchtelingen uit het asielzoekerscentrum een mooie kans om wat bij te verdienen. Geld dat deze voornamelijk Syrische statushouders - ze hadden destijds in 2016 al een verblijfsvergunning - hard nodig hadden voor de vliegtickets voor hun vrouw en kinderen. Die wilden ze via gezinshereniging laten overkomen uit bijvoorbeeld Libanon of Turkije.

Dat de vier Egyptische broers die de Zaanse wasserij bestierden hen in het Arabisch uitleg konden geven, maakte de personeelswerving extra gemakkelijk. De vluchtelingen werd verteld dat ze, mocht er ooit controle komen, moesten zeggen dat ze 10 euro per uur kregen voor hun werkzaamheden in de bloedhete wasserij. In werkelijkheid was het salaris 4,50 euro per uur - zwart - en zelfs dat bedrag werd niet of nauwelijks uitbetaald, aldus de officier van justitie maandag in de rechtbank Amsterdam. Daar staan de vier broers Wahid, Khaled, Hosni en Waleed terecht op verdenking van mensenhandel.

Inval

Ze zouden de vluchtelingen hebben uitgebuit met lange werkdagen tegen geen of weinig salaris, in constante temperaturen van ver boven de 30 graden en bovendien onder 'levensbedreigende' omstandigheden met elektrocutiegevaar, slecht onderhouden machines en zonder bescherming tegen gevaarlijke stoffen. Met maar één doel, aldus de officier: 'Zo veel mogelijk omzet tegen zo weinig mogelijk kosten.'

In augustus 2016 werd, na een aantal telefoontjes bij de tiplijn Meld Misdaad Anoniem, een inval gedaan bij de Zaanse wasserij die tegen concurrerende prijzen de was deed voor allerlei hotels in de hoofdstad. Bij de controle werd ontdekt dat de vluchtelingen die er werkten een slaapplek hadden ingericht in de stellingen tussen het linnengoed. Zij bleken bovendien niet de enige bewoners van deze ruimte: volgens justitie liep er een grote hoeveelheid muizen over de muren.

Slaapplaats 'verdienen'

De vluchtelingen sliepen in de wasserij, vertelden zij de inspecteurs later, omdat zij geen reiskostenvergoeding kregen en geen geld hadden om 's avonds nog terug te gaan naar hun kamer in het asielzoekerscentrum. Hoewel de arbeiders via het nabijgelegen azc in Zaandam voor de wasserij waren geworven, waren sommigen in de tussentijd overgeplaatst naar een opvangcentrum elders in het land. Door één uur langer onbetaald door te werken, konden zij volgens de getuigenissen een slaapplek 'verdienen' in de wasserij. Ze werden 's nachts wel opgesloten in het pand door de vier broers, aldus justitie, omdat die niet wilden dat de buren iets zouden merken.

Uiteindelijk bleken zes vluchtelingen bereid een verklaring af te leggen. Justitie vermoedt dat de uitbuiting omvangrijker was, maar de wasserij hield geen enkele administratie bij en veel statushouders leken bang om te praten. Volgens de verdachte broers komt die zwijgzaamheid echter niet door angst, maar doordat er in de wasserij gewoon een 'leuke en gezellige werksfeer' hing, waar genoeg tijd was voor pauzes en een potje voetbal tussendoor.

Pand van de voormalige wasserij in Zaandam waar Syrische vluchtelingen zouden zijn uitgebuit. Foto Pauline Niks

Mysterieuze Hongaar

De broers betogen dan ook alle vier onschuldig te zijn. Niet alleen was er volgens hen in de wasserij van uitbuiting geen sprake, ook waren zij naar eigen zeggen helemaal niet de leidinggevenden of verantwoordelijken voor de er werkzame vluchtelingen. Een rookgordijn van talloze op het bedrijfsadres geregistreerde bv'tjes met steeds wisselende eigenaren - door de officier van justitie omschreven als 'lege hulzen' - maakt volgens de Egyptenaren duidelijk dat niet zij, maar een mysterieuze Hongaar de eigenaar was van het bedrijf dat de statushouders tewerkstelde. Deze Gabor is door justitie echter nooit gevonden. 'Daar is ook geen serieuze opsporing naar gedaan', betoogt advocaat Jos Coumans namens verdachte Wafid. 'Waarom is er geen rechtshulpverzoek ingediend in Hongarije, om maar eens iets te noemen?'

De officier van justitie vindt het dan weer wonderlijk dat de gebroeders geen enkele aanvechting hebben gevoeld de weg te wijzen naar deze geheimzinnige Gabor, die mogelijk toch ontlastende informatie had kunnen leveren voor dit viertal verdachten. Daarom, en omdat enkele bedrijven pas op zijn naam werden overgeschreven na de inval van justitie, gaat het OM ervan uit dat de onbekende Hongaar slechts diende als katvanger.

Smartphone

Justitie eist twee jaar onvoorwaardelijke cel tegen alle vier de broers en verwijt hun doelbewust gebruik te hebben gemaakt van 'mensen in een kwetsbare positie die de Nederlandse taal niet machtig zijn' en daardoor moeilijker kunnen opkomen voor hun rechten. 'Vluchtelingen die dachten na alle ellende in hun thuisland in een beschaafd land te zijn terechtgekomen, waar mensenrechten worden gerespecteerd', aldus de officier.

Advocaat Coumans vindt dat onterecht een beeld wordt geschetst van weerloze en armoedige vluchtelingen die geen idee hebben van de wereld. 'Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris zag ik moderne jongemannen zitten. Eentje haalde er een smartphone uit zijn zak, een iPhone 7 was dat toen nog. Dan krijg je toch niet het standaardbeeld van de arme vluchteling.'

Deze mensen maakten zelf de keuze om in die wasserij te gaan werken, betoogt Coumans. 'Er is niet gezegd: je moet werken, kom hier. Er zijn ook geen briefjes opgehangen in het azc. Vluchtelingen kwamen er terecht via de verhalen van anderen. Als de berichten zo slecht waren als justitie schetst, waren die mensen toch niet naar die wasserij gegaan?'

De rechtbank doet op 22 maart uitspraak.