Voor de zoveelste keer veertig

Sprankelende vrouw geeft haar carrière op om zich in te zetten voor haar man, een middelmatig politicus. Of ze van hem houdt, weet ze niet zeker, in de nieuwe roman van Thomas Hürlimann....

Wellustig lieten sommige politici het woord weer eens vallen in deze dagen van Fitna en Trots op Nederland: bananenrepubliek. Een begrip dat wij tot voor kort niet met Nederland zouden willen identificeren. Nu huivert men er lekker bij. Het is een indringende manier om de politiek van de anderen te verketteren; ook suggereert men er ver boven te staan en geen verantwoordelijkheid te dragen voor de malaise.

De politiek rukt op tot in de romankunst. Werd romanciers de afgelopen decennia verweten dat zij zich niet engageren, de recente romans van Thomése, Fresco en Februari belichten juist scherp de voosheid, de richtingloosheid van de hedendaagse politiek. Persoonlijke ambities, persoonlijk gewin, partijbelangen spelen in die romans evenzeer een rol als het demasqué van het woord.

Ook in het Duitse taalgebied verschenen recentelijk opvallende romans die het politieke bedrijf thematiseren, onder meer van een Michael Kumpfmüller (Nachricht an alle, 2008), en ook van de Zwitserse auteur Thomas Hürlimann (1950), zelf zoon van een invloedrijke politicus. Zijn roman Vierzig Rosen (2006), nu vertaald door Gerda Meijerink, werd in de Boekenweek gepresenteerd als een roman over het verglijden van de tijd en het ouder worden. Een halve waarheid, want feitelijk gaat die roman veeleer over de menselijke ambitie, over de vraag hoe mensen keuzes maken in hun leven, en vaak willens en wetens de verkeerde.

Aanstekelijk vertelt Hürlimann het verhaal van de 20ste eeuw door de ogen van een begaafde, sprankelende vrouw die haar leven en kunst opoffert voor de carrière van een middelmatige politicus: Max Meijer, haar man, van wie ze niet eens zeker weet of ze van hem houdt.

Parallel aan het verhaal van hun beider sociale stijging wordt de neergang beschreven van de eens bewonderde familie van Joodse couturiers waaruit zij afkomstig is. Ooit bezaten haar vader en grootvader de maten van een belangrijk deel van de Russische, Poolse en Midden-Europese adellijke en rijke dames. Dit fascinerende archief, waarvan men slechts dromen kan, ging in rook op toen de familie vanwege de jodenvervolging moest vluchten. Zelf bracht Marie een deel van haar jeugd ondergedoken in Genua door, en vervolgens in een streng katholiek pensionaat. Ook verplichtte haar vader haar eindeloos piano te studeren en alles daarvoor opzij te zetten. Haar keuze voor Max is feitelijk een bewuste keuze voor de rust van de middelmatigheid, niet zelden overigens de beste eigenschap om in de wereld ver te komen.

Marie is de ideale gastvrouw, begenadigd in haar conversatie, met bovendien een fijn oog voor verhoudingen en politieke bewegingen.

Zij leest de wereld, zoals zij vroeger haar schittering stopte in haar pianospel. Al het optimisme en de scheppingsdrift van de kunstenaar heeft zij omgezet in een feilloze beheersing van de codes, de rituelen. De uiterlijke glans verbergt echter een innerlijke vervlakking, die zij intussen intens beleeft. Alles om te stijgen op het publieke toneel waar een toespraak voor de bond van rijschoolhouders meer belang heeft dan een pianorecital ooit kan hebben. Het kost haar jaren om de carrière van haar man vlot te trekken.

Als tegenprestatie biedt hij haar, ook als ze die leeftijd al lang gepasseerd is, jaarlijks veertig rozen aan. Samen celebreren zij haar voortdurende jeugd, ook als eenmaal alles gaat knellen, haar hooggehakte schoenen, het keurslijf van de wellevendheid, een huwelijk waarvan de steriliteit slechts kan worden teniet gedaan door ruwe seks.

Terwijl hij op haar zoveelste veertigste verjaardag, voor de zoveelste maal zijn theorie van het bouillonblokje herhaalt: de ideale politieke toespraak lost zich als het ware op in de publieke ruimte, behaagt links en rechts, ervaart zij het échec. De societyvrouw is zich plotseling pijnlijk bewust van de breekbaarheid van de dingen, van de ware vitaliteit die slechts te vinden is in de kunst – haar kunst – en de liefde.

Hürlimann heeft bijna te veel stijl. De roman balanceert daardoor op de rand van de kitsch en heeft de meeslependheid van een superieure damesroman. Aangename lectuur, maar te gepolijst, al trancheert de auteur grote en belangrijke thema’s. Niettemin: wat is dit laaggebergte in de republiek der letteren te verkiezen boven de politieke operette van een bananenrepubliek.

Henk Pröpper

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden