Voor de oversteek

Reinier Gerritsen fotografeert wachtende mensen voor het zebrapad. Eerst in Europese steden, voor zijn project The Europeans, nu ook in grote Chinese steden als Shanghai en Urumqi....

China is al heel lang het land met de grootste bevolking ter wereld. Een op de vijf mensen op aarde is nu een Chinees. Rond 1750 passeerde het inwonertal voor het eerst de honderd miljoen. In 1911 waren er al ruim 368 miljoen Chinezen.

China is ook een ‘multinationaal’ land, schrijven de samenstellers van de staatsuitgave Minderheden in China. Wie dacht dat de 1,3 miljard mensen die onder het gezag van Peking vallen bijna alleen Han-Chinezen zijn, moet het boekje eens opslaan. Niet minder dan honderd miljoen Chinese staatsburgers blijken tot etnische minderheden te behoren. Peking heeft behalve de Han nog 55 nationaliteiten geteld, die vooral aan de uitgestrekte randen van het rijk wonen. De minderheden bestrijken met elkaar bijna de helft van China’s totale grondgebied van 9,6 miljoen vierkante kilometer, ze spreken bijna allemaal hun eigen taal. Het zijn volken met namen als de Yao, Bai, Tujia, Dai, Va, She, Lahu, Sui, Blang, Jingpo, Gelao, Xibe, Achang, Nu, Bonan, Lhoba, Jino, Derung, Oroqen, Gin en Ewenki: onbekend bij de grote buitenwereld, soms maar een paar duizend mensen in afgelegen bergbossen bij de grens met Vietnam en Birma, allemaal met hun trotse eigen tradities.

Iedereen kent de Tibetanen, het geharde volk dat de hoogvlakten van de Himalaya’s en omgeving bewoont. Ruim vijf miljoen zijn het er, en je maakt ze zelden gelukkig als je ze als Chinezen bestempelt. Dat geldt ook voor de ruim acht miljoen Oeigoeren, de grootste moslimgroep in Xinjiang, de immense provincie in het rauwe verre westen, waar de grensovergangen voeren naar landen als Pakistan, Kirgizië en Kazachstan.

Daar, in dat verre westen, is Urumqi de grote groeistad. Het is met een bevolking van ruim twee miljoen mensen de hoofdstad van de uitgestrekte, door woestijnen en ruige bergketens gekenmerkte grensprovincie, waar veel van China’s strategische olievoorraden in de grond zitten. Bij de bazaars zie je de ongekende etnische diversiteit van Xinjiang het best: gezichten van Oeigoeren, Hui, Kirgiezen, Kazachs, Tadzjieken, Oezbeken, Mongolen en Russen, allemaal leden van kleine minderheden die in China’s westelijke grensregio’s hun thuisland hebben. Je merkt aan de gezichten, de tradities en de taal dat in Urumqi het oude Ottomaanse rijk ooit heerste. Elke ochtend ruikt het er naar versgebakken Turks platbrood, de schapen worden er vers geslacht bij de eethuizen afgeleverd om ’s middags kruidige kebab te worden. Urumqi mag zich de meest multinationale stad van het land noemen. De meeste inwoners van Urumqi zijn tegenwoordig overigens de Han-Chinezen, dankzij een actief migratiebeleid van Peking.

China is snel aan het urbaniseren. Dertig jaar geleden woonde nog maar eenvijfde van de bevolking in steden, nu loopt het tegen de helft. Van alle miljoenensteden in Azië is de helft, 98 stuks, in China te vinden. Over drie jaar zullen dat er 120 zijn, en de stad blijft verder trekken: twee- tot driehonderd miljoen boeren zullen de komende twintig jaar nog verhuizen. De stadsprovincies van Shanghai en Peking zijn het dichtstbevolkt, met 2.683 en 941 mensen per vierkante kilometer, de provincies Tibet, Qinghai, Xinjiang en binnen-Mongolië het dunst. Tibet herbergt twee mensen per kilometer.

Het Chinese eenkindbeleid bestaat nog steeds. Het scheelde de afgelopen twintig jaar meer dan 200 miljoen medeburgers: anders waren er nu al anderhalf miljard Chinezen geweest, een aantal dat nu tegen 2030 als maximum wordt verwacht. Bijna de helft van alle gezinnen hoeft zich overigens van staatswege niet per se tot een kind te beperken. Boeren die eerst een meisje krijgen mogen een tweede kind nemen. Minderheden zijn ervan vrijgesteld, al kunnen bijvoorbeeld Tibetaanse vrouwen wel een premie krijgen van 300 tot 500 euro als ze zich na een of twee kinderen laten steriliseren.

De gemiddelde gezinsgrootte is afgenomen van 4,43 in 1964 tot 2,88 in 2006. Het aantal zeventigplussers stijgt hard: van 65 miljoen nu worden het er bijna een kwart miljard in 2050. De gemiddelde levensverwachting, in 1950 nog maar 40 jaar, is nu 72 jaar en zal nog doorstijgen tot bij de 80 in 2050. De kindersterfte, in 1950 nog bijna een op vijf baby’s, is nu een op dertig.

China heeft een vrouwentekort, en het wordt alleen maar groter. Er zijn nu al circa 18 miljoen mannen tussen de 20 en 45 te veel, en dit overschot zwelt aan tot 30 miljoen in 2020.

De negentig miljoen stadse vrouwen besteden 10 procent van hun geld of meer aan make-up, met Shanghai als uitschieter: daar geven ze vijftig keer zoveel uit aan opmaakproducten als elders in het land.

Winkelen is voor velen een favoriete tijdsbesteding geworden. Jongeren geven het meeste uit: een op de zeven zelfs meer dan ze verdienen. Ook online wordt steeds meer gekocht: bijna alleen door jongeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden