ReportageMont Aigoual

Voor de lezende wielerfanaat is het een berg van mythische proporties

In de wielerwereld is de Aigoual geen bekende col. Behalve in Nederland. Door het boek De Renner heeft de Touraankomst van vandaag naam gemaakt.

Een weerstation op Mont Aigoual.Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

‘Wat voor klim het is? Dat stukje vanaf hier naar boven?’ Christian Faure (70) wijst naar de kronkelende weg achter hem die naar de top van het Aigoualmassief voert. Samen met zijn 63-jarige kompaan Pierre Bouché heeft Faure zich vanochtend in het strakke lycra gehesen om het laatste deel van de etappe naar Mont Aigoual te rijden, een dag voordat het peloton hier langskomt. Maar van de berg waar die rit eindigt zijn de twee grijze mannen niet onder de indruk. ‘Het stelt niet zoveel voor. De Tourrenners lachen hierom. ‘Pour eux, c’est la promenade’.

Aan de voet van de berg, in het gehucht L’Espérou, weten ze van alles over de Mont Aigoual te vertellen. Dat het een perfecte plek is om paddenstoelen te plukken bijvoorbeeld. Dat je vanaf het weerstation op de top bij helder weer een-derde van Frankrijk kunt zien liggen, soms zelfs de Mont Blanc. Dat het er kan spoken; de hagelstormen en zomerbuien (‘zoals in de Tropen’) zijn berucht. ’s Winters kun je er skiën, al is dat door de klimaatverandering steeds minder vaak het geval.

In de wielersport kan de Aigoual met de beste wil van de wereld geen bekende col worden genoemd. ‘Dit is niet de Alpe d’Huez, de Tourmalet of de Ventoux’, zegt Denis Boissière, voorzitter van de plaatselijke wielerclub. ‘Er komen hier wel veel fietsers uit de regio, maar het is geen nationaal bekende berg.’ De Tour deed de Mont Aigoual slechts één keer eerder aan en finishte er, tot vandaag, nog nooit.

Voor Nederlandse wielerfans, met name voor mannen van een zekere leeftijd, is Mont Aigoual niettemin een berg van mythische proporties. Heilige grond haast. Die status heeft de col niet te danken aan een wielerwedstrijd maar aan een boek. De 42 jaar geleden verschenen roman De Renner van Tim Krabbé heeft ervoor gezorgd dat iedere lezende wielerfanaat weet waar de Mont Aigoual ligt.

Het verhaal achter het boek - ‘een everseller’, aldus de auteur - is genoegzaam bekend. Eind jaren zeventig besluit de schrijvende schaakgrootmeester Tim Krabbé op zijn negenentwintigste nog alles op alles te zetten om een zo goed mogelijke amateurwielrenner te worden. Hij vestigt zich een aantal maanden per jaar in Anduze, een plaatsje in de Cevennen dat hij kent omdat de ouders van zijn toenmalige vriendin er een huis hebben, en gaat er regionale wedstrijden rijden. Over één van de koersen schrijft hij De Renner. Die koers was de Ronde van de Mont Aigoual.

De invloed van het boek op de manier waarop in Nederland over wielrennen wordt gedacht en geschreven is moeilijk te overschatten. Krabbé gaf woorden aan de binnenwereld van een wielrenner in koers. ‘Tim Krabbé heeft HET gevoeld. Hij heeft HET meegemaakt’, zei wijlen Gerrie Knetemann. Iedere lezende wielerliefhebber kent de openingsalinea, die tot bijna vervelens toe wordt geciteerd.

Volgens schrijver en columnist Bert Wagendorp, die als sportverslaggever zes keer de Tour volgde, heeft De Renner het wielrennen opengebroken voor een ander soort beoefenaars. ‘Er zijn nu renners die eerst hun studie geschiedenis hebben afgemaakt. Dat hoorde je vroeger echt nooit. Er loopt een rechte lijn van De Renner naar Bauke Mollema.’

Oud-wielrenner Laurens ten Dam, die als de andere helft van het duo ‘Lau en Bau’ furore maakte in de bergritten in de Tour, beaamt dat. ‘Vroeger was wielrennen toch meer iets voor, een beetje oneerbiedig gezegd, onverstaanbare boerenjongens uit Sint-Willebrord. Dat is totaal veranderd. Ik geef vrijdag nota bene een clinic aan advocaten en bankiers op de Zuidas. Dat wielrennen in die wereld bon-ton is, daar heeft De Renner aan bijgedragen.’

Niet bijster bijzonder

De Aigoual mag dan één van de bekendste wielerbergen uit de literatuur zijn, paradoxaal genoeg is het eigenlijk geen bijster bijzondere col. Sterker nog, voor profs is het ‘een heel makkelijke berg’, zegt Krabbé aan de telefoon. ‘Daar rijden ze in de Tour op het buitenblad overheen’, denkt ook Ten Dam, die onlangs een documentaire over De Renner maakte.

Voor de aankomst op de Aigoual moet het Tourpeloton over de Cap de Coste (‘Onmenselijk’, aldus Faure en Bouché) en de Col de la Lusette (‘Een vieze voorklim’, volgens Ten Dam). Zelfs de grote Bernard Hinault, zo wil althans het verhaal, moest daar eens afstappen. Volgens Bouché had hij niet genoeg versnellingen op zijn fiets. Al gaat er volgens Ten Dam, die de anekdote op een terras in de Cevennen ter oren kreeg, ook een andere versie rond. ‘Ik hoorde dat Hinault de avond daarvoor zwaar aan de zuip was geweest.’

Maar de wielerkoers die Krabbé beschrijft - destijds een aanzienlijke amateurwedstrijd die werd georganiseerd onder auspiciën van de Parti Communiste - heette nu eenmaal niet de Ronde van de Col de la Lusette of de Ronde van de Cap de Coste, maar de Ronde van de Mont Aigoual En dus werd die berg een bedevaartsoord voor Nederlandse amateurfietsers.

Krabbé ontvangt nog elk jaar ansichtkaarten van mensen die de Aigoual op de fiets hebben beklommen. Op de app Strava, waar duursporters hun parcoursen en rondetijden delen, vermelden fanatieke fietsers hun behaalde resultaten in ‘the tour from Tim Krabbés novel The Rider’ delen. Van 2003 tot 2011 werd in de regio de ‘Ronde van Tim Krabbé’ georganiseerd, een koers voor fanatieke recreanten. ‘De rit naar Mont Aigoual was de koninginnenrit’, vertelt de naamgever.

De Renner? Le Coureur?’ Nee, de burgemeester van Val d’Aigoual heeft er nog nooit van gehoord. De naam Tim Krabbé zegt hem ook niets. Net als de locoburgemeester en de vicevoorzitter van de Departementsraad heeft hij geen idee dat er een boek over de in zijn gemeente gelegen berg is geschreven. Gedrieën bespreken de plaatselijke notabelen de laatste voorbereidingen voor de etappe-aankomst, met een kopje koffie op het terras. Niet-wielrenners.

Omdat Krabbé ‘wist hoe slecht Fransen vertalen’, eiste hij een proefvertaling van de Franse versie van De Renner. Daar stond ‘zulke ontzettende onzin in’ dat het niet is doorgegaan. Dientengevolge is het boek in tien talen vertaald, maar niet in het Frans. De bewoners van de streek waar het is gesitueerd hebben geen idee van het bestaan van de roman.

Maar nu een Nederlandse verslaggever over het boek vertelt, vallen er wel een aantal puzzelstukjes in elkaar. Het raadsel waarom al die buitenlandse fietstoeristen die bij het weerstation op de top van de Mont-Aigoual aankomen een stempel met de naam van de berg willen hebben, is wat de locoburgemeester betreft opgelost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden