ReportageDuits knapenkoor

Voor de jongens van het Thomanerkoor is kersttijd de beste tijd

Duitsland kent een levendige traditie van zogeheten knapenkoren. Een van de oudste is het Thomanerkoor, waarvan Johan Sebastian Bach zelf ooit de leider was.

Generale repetitie van het Thomanerkoor in de Thomaskerk in Leipzig.Beeld Marlena Waldthausen

Bach heeft het zwaar. Gepijnigd kijkt de misschien wel grootste componist aller tijden van onder zijn marmeren krullen naar de hal van het internaat van het Thomanerkoor in Leipzig. Zijn verfijnde gehoor wordt op deze plek voortdurend blootgesteld aan gestommel van jongensvoeten en onharmonisch geklets. In zijn blikveld slingeren schooltassen rond.

Nee, dan is Damian Zenker in een betere bui. ‘De kersttijd is hier de beste tijd’, glundert de 12-jarige Thomaner of Thomasser – zo noemen de ruim negentig jeugdige zangers zichzelf.  Damian woont ‘in de doos’, zoals de Thomaner hun internaat noemen, een benaming die weinig recht doet aan de statig-sprookjesachtige 19de-eeuwse villa in het centrum van Leipzig. 

‘De kersttijd is ook de drukste tijd’, zegt Jan Lutz (16). Jan is, behalve tenor, ook ‘prefect’, een soort klassenvertegenwoordiger, met een talent voor ernstige volzinnen à la: ‘Het is toch prachtig dat wij op onze jeugdige leeftijd volwassen mensen zo kunnen ontroeren met ons gezang.’ Damian heeft er talent voor op onbewaakte momenten in huppelen uit te barsten, zoals jongens van 12 dat kunnen doen.

De eerste twee weken van december hebben de Thomaner door Duitsland getoerd om Bachs Weihnachtsoratorium te zingen. De afgelopen dagen hebben ze in een adembenemend tempo klassieke kerstliederen ingestudeerd, Es ist ein Ros entsprungen, In Dulci Jubilo, en natuurlijk Stille Nacht, voor de kerstconcerten in hun eigen Thomaskerk. Thuiswedstrijden.

Cantor

Terwijl de rest van het koor bij de invallende schemering richting kerk draaft voor de generale repetitie, staan Jan en Damian nog in de hal, pal onder de imposante adventskrans met echte kaarsen. Zij hebben toestemming van de cantor, koorleider en dirigent, om met de Volkskrant te praten. Gottlob Schwarz is een kleine man met een wolk van grijs haar die al sinds 1979 aan het koor verbonden is. Zonder zijn toestemming gebeurt er weinig op het internaat.

Ooit was Johann Sebastian Bach in hoogsteigen persoon Thomascantor. Van 1723 tot zijn dood in 1750 woonde hij met de koorknapen in het internaat. Hij schreef er zijn belangrijkste werken. Maar de geschiedenis van het Thomanerkoor gaat nog veel verder terug. Het werd gesticht in 1212 en officieel ingewijd door keizer Otto IV van het Heilige Roomse Rijk der Duitse natie. 

Duitsland kent een levendige traditie van jongenskoren, die ‘knapenkoren’ worden genoemd. Het alleroudst zijn de Regensbürger Domspatzen, het katholieke jongenskoor dat behalve beroemd ook berucht is vanwege het grootschalige seksuele misbruik dat er heeft plaatsgevonden. Voor zover bekend is het Thomanerkoor deze dans ontsprongen. Het koor is ook al sinds de Reformatie, in de 16de eeuw, niet meer van de kerk, maar van de stad. 

Duitsland is trots op zijn knapenkoren, ze worden gekoesterd en rijkelijk gefinancierd. Toch was 2019 het jaar dat de toekomst van deze traditie aan een zijden draad hing. Een Berlijnse moeder stond erop dat haar dochter mocht voorzingen bij alle de prestigieuze jongenskoren van het land. 

Discriminatie

Want dit soort topkoren met dito subsidies bestaan niet voor meisjes, terwijl die niet minder goed zingen dan jongens. Dus was er sprake van discriminatie, vond de moeder. Ze spande een rechtszaak aan tegen een Berlijns koor, die gevolgen had kunnen hebben voor alle knapenkoren. De zaak, en de parallelle mediastorm, waren in zekere zin symbolisch voor deze tijd, waarin debatten over gelijkberechtiging soms de grenzen van het absurde aftasten.

De rechter stelde de moeder in het ongelijk – en in Leipzig klonk een zucht van verlichting. Jongenskoren hebben bestaansrecht omdat knapenstemmen een andere klank voortbrengen dan meisjesstemmen, luidde de kern van het vonnis. ‘Omdat de stembanden van jongens meer gesloten zijn’, doceert Jan. ‘Bij meisjes komt er meer lucht mee.’

Hij is het met het vonnis eens. ‘Maar we zijn hier niet tegen meisjes, hoor. We mogen ook vrouwelijk bezoek ontvangen, al mogen ze niet blijven slapen.’ Damian kijkt bij dit onderwerp schaapachtig uit het raam. Maar bij de vraag of koorinternaten ook afgezien van het meisjesvraagstuk niet ouderwets zijn, is hij meteen weer bij de les. ‘Natuurlijk niet!’

En dan beginnen ze allebei weer over Kerstavond, het hoogtepunt van het jaar. Eerst treden ze natuurlijk op, maar daarna eten ze samen, zijn er cadeaus en trekken ze in groepjes zingend door de stad. ‘Kerst met je ouders heeft iedereen al’, zegt Damian. ‘Maar Kerst met je vrienden, dat heb je alleen hier.’

Foeteren

Maar zover is het nog niet. Als Jan en Damian halverwege aanschuiven bij de generale repetitie, staat cantor Schwarz te foeteren op het koor, dat het zonder de kenmerkende matrozenbloezen uitziet als een lukrake collectie jongens in alle soorten en maten.

‘Ze hebben ook al een maand lang elke week meerdere optredens gehad’, fluistert Ingo Berger op gedempte en vergoelijkende toon. Berger, een veertiger met twinkelogen – type lievelingsmeester –, is een van de zeven pedagogen die verantwoordelijk zijn voor de niet-muzikale ontwikkeling van de Thomaner.

Als snel zit Damian met zijn rug naar de cantor, met zijn vuisten vrolijk trommelend op het been van zijn achterbuurman die zojuist nog met een engelenstem gesoleerd heeft in het eerste couplet van Vom Himmel hoch da komm ich her’ een kerstlied op een tekst van Maarten Luther. Heeft Damian wel verteld hoe trots hij was op zijn eerste solo tijdens het Weihnachtsoratorium, vraagt Berger. ‘We hebben zelfs zijn moeder nog binnengesmokkeld in een uitverkochte zaal.’

Schluss’, zegt cantor Schwarz om kwart voor zes. Het is de spreekwoordelijke slechte generale voor een goede uitvoering – al klinkt het gezang voor een leek nog steeds engelachtig mooi. De jongens denderen opgelucht terug naar het internaat. Zes uur Abendbrot.

Alleen prefect Jan blijft achter om zijn zorgen te delen met de cantor. ‘We hebben Stille Nacht niet eens gerepeteerd. Moeten we een extra repetitie inlassen?’ Bij het zien van zoveel ijver had er bij Bach misschien wel een glimlachje afgekund.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden