Voor de joeks en het bier

De hofkapel oefent, het naaiclubje naait, in de loods wordt getimmerd en in een donker zaaltje zitten de prins en zijn adjudanten zenuwachtig te wezen....

Als carnaval het volle leven is en je het volle leven pas kent in de dood, moet de dood iets met carnaval hebben. Dat is ook zo.

Bier- en zweetdruppels, aan het plafond immense carnavalsversieringen, een kolkende avond in gemeenschapshuis De Staai in Blerick-Venlo. Het moment suprême nadert, het best bewaarde geheim van Blerick zal worden onthuld: wie wordt dit jaar Prins Carnaval? Achter het gordijn staat een man in tranen. De avond ervoor was zijn schoonmoeder overleden. Stoppen, had hij beslist. Nee, besloot het bijeengekomen familieberaad. 'Ma zou het zo hebben gewild.' Dus staat hij daar nu met zijn armen wijd gespreid de toejuichingen in ontvangst te nemen. Een lach om de mond, een traan in de ooghoek.

Blerick, dertigduizend inwoners, stadsdeel van Venlo, maar volgens de inwoners zelf een zelfstandig dorp. Ze koesteren de Maas, want die houdt Venlo aan de overkant. Het vastelaovesgezelschap (de benaming carnaval is iets voor boven de rivieren) van Blerick heet De Wortelepin. Dit gezelschap volgen we enkele maanden lang, op weg naar het hoogtepunt van het jaar. Hoezo De Wortelepin? Niemand weet waarom de vereniging zo heet. Zoals er wel meer vragen zijn die je met vastelaovend niet moet stellen. Niet alles heeft een verklaring nodig, niet alles is rationeel.

Op dinsdagavond 19 december zitten in een zorgvuldig geheimgehouden zaaltje op een industrieterrein in Blerick een tiental mannen en vrouwen in lacherige sfeer bijeen. Worst en augurken en Brand-bier op tafel. Dit is een vergadering van de prins, zijn twee adjudanten, hun vrouwen, de vorst en ceremoniemeester van De Wortelepin. Het is hun tiende bijeenkomst. Al sinds augustus wordt beraadslaagd over boekjes, motto, kleding en wat dies meer zij.

De Prinsenmantel wordt geshowd. Er is hilariteit, maar er zijn ook zenuwen, want over vijf weken is het al zover. De prins is filiaalhouder van de plaatselijke supermarkt: een goedlachse 43-jarige Blerickenaar, die al zijn hele leven prins wilde worden. Hij kan zijn geluk niet op. 'Het is een hoogtepunt in mijn leven, net als mijn huwelijk. Ik kan zeggen: dit heb ik bereikt. Ik ben erbij geweest.' Hij is zichtbaar nerveus. 'Ja, wat dacht je.' Zijn moeder gaat dit jaar niet 'overwinteren' in Spanje, zijn vader zal het allemaal glimmend van trots achter de schermen volgen. Broer gaat niet op wintersport. Dit is dè gebeurtenis in de familie.

De secondanten van de prins zijn een treinmachinist en een buschauffeur. 'Drie gewone jongens', zoals de machinist herhaaldelijk opmerkt. Dat is niet helemaal volgens de gewoonte, omdat er flink wat geld moet worden meegenomen. De vrouwen praten mee, maar kennen hun rol - op de achtergrond. Gegiechel over het liegen tegen anderen, het bellen ('kun je spreken?'). De vrouwen hebben iets moederlijks: kijk die mannen eens leuk spelen.

De treinmachinist kan evenals Prins Graat den Eerste zijn geluk niet op. Stralend tot zijn oren, een droom die werkelijkheid is geworden. 'Ik zou het wel van de daken willen schreeuwen.' Van de buschauffeur zou je niet zeggen dat hij een verwoed vierder is. Toch is hij al jaren lid van de Hitzhacker-Buben (de geboorteplaats van prins Claus, daarom), een club mannen die zich elk jaar op de optocht stort. 'Gewoonlijk gaan wij met z'n allen op vasteloavend tot vier uur rampetampen. Dan gaan we voor de joeks en het bier. 's Morgens een kop soep in het gezicht en dan weer er tegenaan. Dat zal nu anders worden.'

Veel noorderlingen denken dat de carnavalsverenigingen in het zuiden duizenden leden tellen. Dat is een misverstand. De Wortelepin heeft rond de negentig leden. Maar het is dè vereniging van Blerick en hun prins is dè Prins. De leden zijn mannen in maatschappelijk goeden doen (wethouders, zakenmensen, middenstanders), die het hele jaar door bezig zijn met de vasteloavend. De vorst en ceremonieel voorzitter is de plaatselijke begrafenisondernemer Paul Vaessen. Het zijn vriendelijke, meestal bourgondisch aangelegde mannen. Maar ze staan op protocol en benaderen de zaak uiterst serieus. Ze zien het als belangrijk sociaal-cultureel werk. De voorzitter, directeur van een kabelfabriek, alsmede voorzitter van een lokale politieke partij en van een herenzangvereniging: 'Iedereen is met vastelaovend gelijk, daar draait het om. We doen moeite om deze traditie in de gemeenschap in ere te houden.'

Er gaan honderdduizenden guldens om in de kas. Een klein deel is subsidie van de stad, de rest komt van de feestavonden. Alles wit, dat spreekt. Een feestavond kost al snel 25 duizend gulden. Dat is ook ongeveer het bedrag dat de prins en zijn twee adjudanten moeten meenemen om de purperen mantels een jaar te mogen dragen. Het geld gaat zitten in de kostuums, de medailles, het strooi-snoepgoed, de drank. Meestal is de prins een man tussen de veertig en vijftig jaar. Hij moet enigszins in goeden doen zijn, maar hoeft niet vermogend te zijn. Er zijn prinsen die een vakantie afzeggen, een verbouwing vooruitschuiven. Hij moet bovendien van onbesproken gedrag zijn.

Op de avonden dat Graat en z'n secondanten hun regeerperiode voorbereiden, blijkt ook elders in Blerick volop te worden gewerkt aan het feest. De gemeenschapszin is ongelooflijk. Voor dit volksfeest matst heel Limburg elkaar. Hier een stofje, daar een hijskraantje. Die kent die en die weet wel weer iemand die die kent en een neef daarvan heeft wel een lokaaltje waar best even geoefend mag worden. En als dat niet kan, dan weet die nog wel iemand die. . . Carnaval als het cement van de samenleving.

We zijn in een immense golfplatenhal. Hier wordt de prinsenwagen en de zaalversiering van de Swaree (de avond dat de prins bekend wordt gemaakt) gebouwd. Het stinkt er naar loodmenie en andere verboden verven. Tegen de wanden en aan het plafond hangt een surrealistisch allegaartje van enorme benen, voeten, slingers, zuilen en hoofden met gigantische neuzen. Papier-maché, karton, schuimrubber. Er wordt geboord, gezaagd en geschilderd. Koffie staat er, vlaaien, en bier. Wim Sannen (71) is schilder/ontwerper van carnavalswagens zolang hij zich herinneren kan. Hij werkt aan twee enorme samba-danseressen. Kwistig is hij met de oranje en gele kwasten in de weer. Af en toe even stapt hij even naar achteren en werpt een schildersoog op het 'doek'. 'Uit het hoofd, meneer. Ik kan het ook wel abstract, maar dan zien de mensen d'r niks in, hè.' De anatomie van die meiden is nog een hele klus. Wespetailles en enorme borstpartijen. Ach, zegt Sannen, 'die dingen staan heel hoog, je moet wat overproportioneren.'

Jenne Peeters is de technische spil van deze ploeg. Vijftiger, een typisch Limburgs verenigingsmens. Lid van de voetbalclub, de visvereniging, en de vriendenclub De Witte. Hij werkt in een constructiebedrijf. De laatste maanden is hij geen avond meer thuis. Vanaf augustus is hij twee avonden in de week bezig, vanaf januari iedere avond. De vrouw naait thuis carnavalskleren.

Een paar honderd meter verderop klinkt kopergeschal in de koude nacht. Hofkapel De Nachravers (nachtbrakers) leeft zich uit in een repetitielokaal achter het huis van een van de leden. De Nachravers bestaan al twintig jaar, ze repeteren het hele jaar door, elke dinsdag, een repertoire van zestig tot tachtig nummers, carnavalskrakers, samba en polka. De groep bestaat uit een stuk of twintig blazers en een ritmesectie, op de schuiftrombone voorzitter Fons op 't Roodt (industrieel vormgever). 'We zijn geen volwaardig orkest en dat is ook de bedoeling. Het mag zelfs niet te mooi klinken.'

Enkele straten verder is al maanden het naaiclubje van de buurtvereniging Onderlinge Hulp in touw. In een oud kantoortje treffen we zes dames aan. Hun hele groep bestaat uit ongeveer tien buurvrouwen. Ze beginnen in oktober te bedenken wat ze aan trekken. Dit jaar gaan ze als bloem. Waarom? Ach, zo maar. In de buurtvereniging zijn vooral de dertigers en veertigers actief, met veel plezier, gezellig gekwetter en een carnavalsliedje op de draagbare cassettercorder 'om in de sfeer te komen'. De buurtvereniging bestaat al sinds mensenheugenis. Ze organiseert barbecues, buurtfeesten, kindermiddagen. De vrouwen zijn vanaf eind van het jaar twee avonden in de week bezig met naaien. Patronen maken, stoffen uitzoeken en kopen, knippen etcetera. De naaimachines zijn van thuis, die hebben ze in deze tijd toch niet nodig.

Vonken in de donkere nacht. Een kas van een tomatenkweker, een stuk of zeven jonge mannen zijn fanatiek aan het lassen en freezen. Binnen staat een laadkar met daarop een metershoog staketsel van aan elkaar gelaste stalen balken, het raakt bijna de nok van de kas. Zwetende mannenlijven, een pilsje onder handbereik. Dit zijn prijswinnaars. Een vriendenploegje van ongeveer dertig man. Generaties al. Vaders en zonen, moeder, dochters en vriendinnen. In september wordt gebrainstormd, komen er tien, twintig ideeën. Drie worden uitgewerkt, dan volgt de keuze. Dit jaar zullen twee enorme trommelende negers de wagen sieren. Vraag niet waarom. Het is zo.

Men begint met een klein schetsje, dan gaat men gewoon aan het lassen, en papier-maché eromheen. Bouwkundig tekenaars, lassers en elektromonteurs zijn het. 'Met zo'n wagen stoeien, da's ontspanning', zegt Marcel Boenders. Hij is vanaf januari vier avonden per week en op zaterdag in de kas. 'Het is een genot om hier 's avonds met vrienden aan de slag te kunnen.' Maatje Maurice Holthuijzen, bouwkundig tekenaar: 'Ik maak al wagens vanaf m'n veertiende. Al doende leer je.' De vrouwen en vriendinnen, inderdaad, naaien avond aan avond aan de chique Afrikaanse gewaden.

Een donker winkelcentrum, een van de laatste heimelijke bijeenkomsten van het trio, zoals de prins en zijn adjudanten heten. Er heerst een jolige sfeer, maar bij het drietal zijn de zenuwen zichtbaar. Bier, worst, zult en kaas op tafel, beschaafde lol. De treinmachinist heeft er verschrikkelijke zin in. Hij springt van ongeduld. De buschauffeur is wat ingehouden, maar zijn vrouw bekent: 'Hij droomt ervan. Als de kinderen twee minuten de deur uit zijn, moeten we al weer bijpraten.' En de vrouw van Prins Graat: 'Hij is er vol van, het gaat er de hele dag over. Ik word er nu soms wel gek van.' De moeder en vader van Prins Graat weten het nu. Ze hadden tranen in de ogen. Mensen van tachtig, dat ze dit nog mochten meemaken!

Eindelijk is het dan zaterdagavond 27 januari. Een opgeblazen fruitella, een manshoog luipaard en dito peer dansen het podium op. 'Het best bewaarde geheim van Blerick', schreeuwt Carotius vanaf het podium de zaal toe. En tegen de dirigent van de hofkapel: 'Meister Frans, einen driedubbelen viefklap.' Onder de reclamefiguren gaan de prins en zijn adjudanten schuil. Over enkele seconden zullen ze zich presenteren aan het volk, zwetend van benauwdheid en emotie.

Swaree in gemeenschapsgebouw De Staai. De kaarten zijn in de voorverkoop grif van de hand gegaan. Vijftienhonderd mannen en vrouwen in chic zwart vullen de zalen. Vanaf acht uur al heeft de hofkapel de stemming erin gebracht met Limburgse carnavalsschlagers en een soundmix-artiste. Om de zaal op te warmen voor de Prinsenproklamasie draven vijf 'Braziliaanse meiden' uit Limburg en een zanger in witte spijkerbroek en goudgordel het podium op. Opgebonden borsten en vet rond de buikjes, de billen een beetje drillerig en veren op de kont. Tijdens deze dans begeven prins en adjudanten, dan nog onbekend, zich stiekem naar een apart zaaltje in de kelder. Drie bier en een extra Jägermeistertje voor de prins om de zenuwen de baas te worden.

Op het podium kan de prins zichtbaar zijn geluk niet op. Hij straalt als nooit tevoren. Hij moet speechen en even houdt de zaal zijn adem in. Vorig jaar immers kon hoogheid Wim den Eersten van de zenuwen geen woord uitbrengen. 'Willem de Zwijger' heette hij daarom direct. Ook Graat lijkt even die weg te gaan, maar dan herneemt hij zich, al mogen we het met de beste wil geen speech noemen: 'Dit jaor', zo belooft hij, 'gaan we ein vastelaovond maken dat we nooit vergete'. 'Drei daag d'r tegenaan' en dat 'vol goeie moet'.

De Swaree is het begin van een drie weken volle agenda voor het trio. Er zijn bezoeken aan tehuizen en speciale bijeenkomsten, er zijn zittingen voor kinderen, bejaarden, zieken en andere doelgroepen. Dat alles mondt natuurlijk uit in het vastelaovend-weekend. Wie daarmee niet is opgegroeid, kan misschien nooit begrijpen wat dat werkelijk is, menen Limburgers. Uitleggen kan eigenlijk niet. Een lid van De Wortelepin probeert het toch. 'Ik zeg altijd tegen noorderlingen: kijk naar Heerenveen en het wereldkampioenschap schaatsen. Die mensen die zich schminken, bier drinken en dansen. Dat is net zoiets, alleen schaatsen wij er niet bij.'

Een van de laatste hoogtepunten vóór het weekeinde is de Hiërezitting (herenzitting). Zelfs in de voorverkoop zijn daarvoor al geen kaarten meer te krijgen. Ondanks het enorme succes toch het zorgenkindje van de vereniging. Ze is bezorgd om haar goeie naam. Want wat krijg je als je vijftienhonderd man met een sloot bier in een zaal zet? Een man in een kilt op het podium met een tuinslang tussen zijn broeksband die een lied zingt. Er wordt gezongen, geschreeuwd, gelachen. Mannenlol, inderdaad, maar daarvoor is vandaag ook gereserveerd.

Om twaalf uur 's middags is de deur opengegaan. Vijftienhonderd mannen met etenswaren (gehakt, leverworst, kaas - 'anders hou je het niet uit') stormden naar binnen voor het grote spektakel. De Sittardse formatie Trööt in de Gööt, een bont gezelschap trompetters in paars met blauwe pakken en groene blousons, verzorgt de hoofdact. Swingende en opzwepende vrolijkheid, op maat gesneden voor dit publiek. Op een gegeven moment schreeuwt de zanger: 'Mannen, hou dit in stand, wees er voorzichtig mee. Ze willen dit verbieden, omdat het vies is, en dat is het ook.' Veel gejuich en gejoel.

De zittingen zijn een berucht verschijnsel in zuidelijk Nederland. Gewoonlijk beginnen de mannen al om negen uur 's ochtends te hijsen en vliegen de worstjes, gehaktballen en andere zaken al om elf uur richting onwelgevallige acts. Een van de organisatoren: 'Wij in Blerick gooien de zaal pas om twaalf uur los, dus dat valt mee. En we fouilleren. Alleen wie er betrouwbaar uitziet, mag zijn eigen gehaktballen meenemen.'

Honderd meter verderop, in een kleine cafézaal, houden zo'n tweehonderd vrouwen een dameszitting. Witte plastic stoelen, slingers vormen de enige versiering, maar de sfeer is geanimeerd en minder ordinair dan bij de mannen. Je ziet er hoogblonde kapsels en veel goud, maar ook oma's en nette huisvrouwen. Ook zij staan overigens om twaalf uur voor de deur te dringen. Bij binnenkomst krijgen ze een Apfelkorn om in de stemming te komen. Een vrouwenblaaskapel geeft de toon aan. De tuinslang-act heeft bij de dames duidelijk minder succes. De vrouwen van Blerick zien liever hun eigen Ben Verdellen. 'Dames, geef 'm een groot applaus', klinkt het als Limburgs eigen Ben Cramer met drie-dagen-baard, in oud-Hollands kostuum opkomt. Ben is een hartenbreker, de vrouwen kennen elke noot. Ze staan op de tafels en stoelen, en als het moet, gaat het in polonaise door de zaal. Als Ben het Limburgs volkslied aanheft, is het helemaal dweilen. Wie sjoen us Limburg is. . .

'Wij willen tieten zien' klinkt het op dat moment in De Staai. We zijn bij het tweede hoogtepunt van de herenzitting, het optreden van een schaarsgeklede dansgroep. 'Ach', zegt een van de (schaarse vrouwelijke) organisatoren vergoelijkend glimlachend: 'Mannen willen op zo'n dag toch vrouwen zien. Okee, zeggen we dan, maar dan wel wat klasse.' Dat betekent dat de bh's aanblijven.

Tegen vieren is het programa in de Staai afgelopen. De taps zijn nagenoeg leeg, mannelijk Blerick zet de middag voort in het café. De meesten zullen Studio Sport niet meer halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden