Voor de hoogst individuele eigen lol

Reclamebureau Habbekrats schetst, vooral in beeld, zijn eigen geschiedenis in Ik Haat Habbekrats. Leidend principe: het moet leuk zijn. Door Pablo Cabenda..

Alles wat je over Habbekrats moet weten staat in de eerste vier pagina’s van het kloeke boekwerk Ik Haat Habbekrats. De hoeveelheid tekst in het boek dat met veel beeld de geschiedenis van Nederlands hipste reclamebureau schetst, is sowieso tot een minimum teruggebracht. En goed beschouwd heb je van die vier openingspagina’s genoeg aan de zeven mission statements van oprichters Victor Ponten (26) en Jim Taihattu (26).

Of nee, gebod nummer 7 volstaat al: ‘Ook al zijn we jong, dat betekent nog niet dat u ons niet serieus hoeft te nemen, ook al doen we dat zelf niet.’

De rest van het boek dient als overtuigend bewijs voor het feit dat Habbekrats als reclamebureau en videoclipmakersclub met een ogenschijnlijk zorgeloos rebellerige houding in vier jaar een serieuze speler is geworden in de reclamebranche.

Al bladerend kom je uiteenlopende opdrachtgevers tegen als MTV, Het Parool, COC, en veel van Neerlands hip hop-trots. Ook veel dwarse baldadigheid, trouwens. Waar een bureau als Kesselskramer filosofeert en concipieert om vervolgens de consument te doen geloven dat het merk je beste vriend is (zie Ben), schiet Habbekrats los uit de heup. Het bureau geeft doodleuk ‘overgesponsorde feesten’ waar, gruwelijk fout en toch geestig, de sponsornamen als artiesten op de flyers vermeld staan, terwijl de echte acts in een hoekje zijn weggestopt.

Leidend principe: het moet leuk zijn. Dat gold ook voor het boek dat zonder een directe aanleiding werd gemaakt. Zelfs een opdrachtgever is strikt genomen niet nodig. Aan het begin van het show don’t tell plaatjesboek verhaalt een gefotografeerde nieuwspagina van VPRO’s 3VOOR12 website over Habbekrats’ typische doorbraak. Zonder opdrachtgever of toestemming van het platenlabel schoot het bureau een een video voor rapcrew Duvelduvel. Gewoon, voor de hoogst individuele eigen lol. De clip werd een megahit op het net en de clipzenders en het bureau liet zo een visitekaartje achter van reclamejongens die met een minimum aan middelen een maximum aan effect wisten te sorteren.

Het boek is dan ook een verzameling foto’s en illustraties van uitbundige huwelijken tussen krappe budgetten en sterke concepten. Krijgt dagblad Het Parool een nieuw jasje? Dan trekt culinair recensent Johannes van Dam voor de reclamecampagne een jasje van krantenpapier aan. Hebben de jongens van De Jeugd Van Tegenwoordig de reputatie van rappers you love to hate? Dan hijst het bureau ze in het tenue van die Mannschaft. (Briljant detail: de drie rapleden zijn als voetbalplaatje afgebeeld en vormen de rechterbovenhoek van een fictief poserend elftal. De suggestie is dat de rest van het elftal nog gespaard moet worden.)

Een enkele keer verlies je het houvast in de hippe beeldenbombarie en wreekt zich het ontbreken van tekst. Want wat doet Yolanthe Cabau van Kasbergen gesandwiched tussen een wezenloze rapper en een Parool-truck?

Terwijl bij Habbekrats de tekst van een reclameconcept tegelijk verhelderend en hilarisch kan zijn. Voorbeeld: Het bureau probeerde voor de Kijkshop laven – gruwelijk lelijk alternatieven voor mensen die uitgekeken zijn op hun confectie tuinkabouter – aan de man te brengen. Uitgangspunt was dat meer mensen laven haten dan leuk vinden. Dus moest de laaf worden gepromoot als cadeau voor mensen die je een rotgeintje hebben geflikt. Op de volgende pagina pronkt een verhelderende reclameposter met weggeeflaaf. In grote letters: ‘Als dank omdat je vader je vriendin heeft ingepikt. Sympathiek hoor!’ De geschiedenis vermeldt niet of de Kijkshop akkoord is gegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.