VOOR DE DEMOCRATIE, TEGEN HET VOLK

'IK VOEL woede tegenover de enorme lichtzinnigheid waarmee miljoenen kiezers democratie en spektakel door elkaar hebben gehaald, waarmee ze hun keuze hebben gemaakt op basis van een gebaar, een oorvijg, een huilbui, een scheut ketchup, waarmee ze de voorkeur gaven aan de ene omdat hij sympathiek is en de ander...

Pieter Hilhorst

Aan het woord is de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy vorige week in NRC Handelsblad. Hij schaamt zich dat hij in een land moet leven waarin op 5 mei Le Pen strijdt voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Zijn verbijstering is begrijpelijk, maar in wezen anti-democratisch. Hij impliceert immers dat veel kiezers hun verstand hebben verloren. Ze zijn lichtzinnig. Het komt blijkbaar niet in zijn hoofd op dat mensen goede redenen kunnen hebben om hun stem te geven aan Le Pen.

De verzuchting van Lévy staat niet op zichzelf. Cultuurpessimisten klagen dat het volk zich door lege beelden laat leiden. Maar zijn de imago's van politici wel zo inhoudsloos? Op de dag van de eerste ronde in Frankrijk hield Melkert een rede in Amsterdam. Hij erkende dat hij en Jospin saai waren in vergelijking met de bevlogenheid van Den Uyl, Schmidt en Mitterrand. Maar de plannen van die grote redenaars liepen allemaal spaak.

Wie de marges in de politiek kent en toch van alles belooft, is ongeloofwaardig. Het saaie imago van de traditionele politici is dus niet het gevolg van de persoonlijkheid van de lijsttrekkers, maar van het krachtenveld waarin ze opereren. Een afwijzing van saaie politici, is dus ook een afwijzing van een bescheiden, terugtredende overheid.

De afkeer van het volk is zo gewoon, dat het vaak niet eens opvalt. Afgelopen week was er een debat in De Balie over populisme in Europa. Een Duitse journalist deed verslag van het immigratiedebat zoals dat in Duitsland wordt gevoerd: Het debat verloopt heel netjes en rationeel, maar, zo voegde hij er onheilspellend aan toe, 'in het najaar zijn er verkiezingen'. De suggestie was duidelijk. Tijdens campagnes willen politici scoren, dan gaan ze de kiezers naar de mond praten en dat is gevaarlijk. De politicoloog Meindert Fennema viel de journalist in de rede: 'Dan kunnen we de verkiezingen maar beter afschaffen.'

Als inspelen op wat het volk vraagt onverstandig is, ga je ervan uit dat het volk irrationele, gevaarlijke voorkeuren heeft. Fennema legde de vinger op de zere plek. Iedereen is voor democratie, maar veel mensen zijn tegelijk tegen het volk.

Een andere variant van het niet serieus nemen van de stemmers op Fortuyn is de bezwering dat we vooral de onvrede serieus moeten nemen. Soms gaat deze bezwering gepaard met zelfkritiek: 'We hebben ons te lang doof gehouden voor het ongenoegen.' Het klinkt heel boetevaardig en nederig, maar dat is het niet. Door zich te concentreren op de onvrede, kunnen ze namelijk de aangedragen oplossingen negeren. Hun conclusie is dan ook: 'We moeten nog beter uitleggen, wat we aan het doen zijn en waarom.' Op deze manier wordt een meningsverschil teruggebracht tot een misverstand.

Dit dédain schuilt ook in het etiket proteststemmer. Dat suggereert dat de aanhang van Fortuyn niet voor een alternatief stemt, maar alleen tegen de bestaande partijen. Voor het gemak wordt voorbij gegaan aan de alternatieven van Fortuyn. Zo wil hij politiecomissarissen afrekenen op hun criminaliteitsbestrijding, de grenzen dichtgooien en allochtonen eventueel onder dwang verspreiden over het land. De mensen die volharden in de typering proteststemmers, kunnen zich blijkbaar niet voorstellen dat er mensen zijn die deze maatregelen een goed idee vinden. Ze nemen kiezers dus niet serieus.

Maar hoe moet het dan wel? De politiek kan toch ook geen dienstverlenende instelling worden met als motto: u vraagt wij draaien. Gelukkig is er een derde weg tussen slaafsheid en paternalisme. De beste manier om een ontevreden kiezer serieus te nemen is niet met hem mee te huilen, maar specifieke kritiek te geven op de populistische plannen. De gelijk van de kiezer wordt groter als het debat dat aan zijn stem vooraf gaat ook door de gevestigde op het scherpst van de snede wordt gevoerd. Dat gebeurt nu veel te weinig. Laat maar eens zien waarom harder niet altijd beter is en waarom sommige plannen meer kwaad dan goed doen en het huidige, trage beleid zinniger is.

Lukt dat niet, dan moet het populistisch alternatief maar een kans krijgen. Niet om de kiezer te behagen, maar omdat dan de kracht van het argument de doorslag heeft gegeven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden