Voor de autoluwe generatie is duur parkeren geen probleem

Een auto wordt in Amsterdam iets voor luxepaarden. Nadat de afgelopen jaren de kosten voor kort parkeren voor bezoekers van de hoofdstad flink zijn toegenomen - tot 5 euro per uur in de binnenstad - zijn nu de inwoners van de stad aan de beurt.

Marius Schulte Nordholt

Leeftijd 35 jaar

Werk communicatieadviseur gemeente Almere

Vervoermiddelen trein, motor, fiets, tram, deelauto

AMSTERDAM - Tien jaar lang reed Marius Schulte Nordholt in tweedehandsauto's, maar toen de laatste bak het twee jaar geleden begaf, zwoer hij dit voertuig af. 'Ik stond voor de vraag of ik een nieuwe auto zou kopen of mijn geld aan iets anders zou besteden. Ik koos voor het laatste. Een auto is duur in gebruik en alle onkosten. Bij thuiskomst is het elke keer weer vele rondjes rijden voor een parkeerplaats en als je hem nodig hebt is het graven in je geheugen waar hij ook alweer stond.'


Van het geld dat Marius autoloos bespaarde, kocht hij een uitrusting voor kitesurfen, nam hij motorrijlessen en kocht een motor. Die kan hij altijd kwijt op de stoep, op dezelfde plek, vlak bij huis, gratis. Voor zijn werk in Almere neemt de Amsterdammer nu de trein, op loopafstand van zijn etage in Amsterdam-Oost. In reistijd maakt het geen verschil, het blijven dezelfde dertig minuten. Voor bezoek aan vrienden in moeilijk met het openbaar vervoer te bereiken plaatsen buiten de stad, heeft hij een abonnement op een deelauto. Die heeft hij het Paasweekend ook gebruikt om zijn kitespullen in te vervoeren naar Muiderberg.


'Met een deelauto ben je je veel bewuster van de kosten van een autorit, omdat je per keer een rekening krijgt. Dat maakt dat ik niet vaak de auto pak.' De motor gebruikt hij om te toeren, de fiets voor stadsritjes van maximaal 15 minuten. Ligt het reisdoel verder dan neemt hij de tram.


'Autorijden stond voor mij voor ultieme vrijheid: overal heen kunnen waar en wanneer je maar wilt. Maar in de stad is het een last en kostbaar bovendien. Ik geef mijn geld liever uit aan een leuke woning en vier mijn vrijheid nu met kiten en de grote keuze aan vervoermiddelen die ik nu heb.'

Melanie van der Horst

Leeftijd 29 jaar

Werk programma-directeur Green Business Club Zuidas

Vervoermiddelen fiets, heel soms een geleende auto

Melanie van der Horst vijf dagen per week in 25 minuten van Amsterdam West naar haar kantoor op de Zuidas in Amsterdam. Waar grote kantoorkolossen talentvolle young professionals niet meer kunnen lokken met een lease-auto als secundaire arbeidsvoorwaarde. 'Steeds minder jonge hoogopgeleiden hechten aan een auto als statussymbool. Liever hebben zij keuzevrijheid in al hun arbeidsvoorwaarden,' merkt Melanie aan de Zuidas.


Dat geldt ook voor haar. Zoals meer collega's aan de Zuidas heeft zij een 'mobiliteitsbudget': een vast bedrag per maand voor reiskosten. 'Wie fietst, geeft niks uit en heeft dus extra inkomsten. Dit stimuleert geen auto te gebruiken. Het kost mij alleen af en toe een panty, want die overleeft de fietstocht niet altijd.'


Autoloze werknemers aan de Zuidas kunnen voor zakelijke ritten gebruikmaken van een deelauto. Het is een van de projecten die de Green Business Club en een aantal bedrijven van de grond hebben gekregen. 'Parkeerruimte is voor bedrijven een grote kostenpost, dus zoeken die goedkopere alternatieven.'


Zelf heeft Melanie van der Horst 'helemaal niks' met het fenomeen auto. Als mijn vriend en ik op bezoek gaan bij iemand die ver weg woont, lenen we de auto van zijn moeder. Soms is een auto handig, maar bezitten hoef ik hem niet.'


Ze doet alles op de fiets. 'Het is een barrel met aseksuele fietstassen, maar ik kom overal waar ik moet zijn. Fietsen houdt mij in beweging. Bij slecht weer ben ik weleens met de metro naar mijn werk gegaan, maar dat kost meer tijd. Op de fiets heb ik controle, kan ik versnellen als ik laat ben. Je kunt overal langs en zit nooit vast in het verkeer.'

Autobezit in Amsterdam wordt dure grap

D66 en GroenLinks, de twee partijen die samen de komende jaren de hoofdstad hopen te besturen, willen de kosten voor een parkeervergunning verhogen tot waarschijnlijk het dubbele. Zo hopen zij het autobezit terug te dringen in een stad waar de ruimte steeds schaarser en dus duurder wordt. De komende tien jaar zal de bevolking in de hoofdstad verder toenemen met naar verwachting 62 duizend personen. In 2040 denkt de hoofdstad 960 duizend inwoners te tellen, tegen nu 800 duizend.


Autobezitters in de duurste delen van de stad betalen nu ruim 400 euro per jaar voor een parkeervergunning, het hoogste tarief van heel Nederland. Ter vergelijking: In Utrecht moet een autobezitter op zijn hoogst 244 euro per jaar neertellen voor een parkeervergunning, in Rotterdam 64,80 euro en in Den Haag 36 euro.


De nieuwe tarieven in de hoofdstad worden volgens D66 meer 'marktconform'. De tariefsverhoging zal de gemeentekas zo'n 23 miljoen euro extra per jaar opleveren. De auto is een lucratieve inkomstenbron voor met inkomstendalingen kampende lokale overheden. Vorig jaar haalde Amsterdam met 116 miljoen euro een recordbedrag aan parkeergeld binnen, 9 miljoen meer dan het jaar ervoor.


Tegenstanders van hoge parkeertarieven, zoals de detailhandel, spreken van een 'melkkoe'. Zij vrezen voor het afschrikwekkende effect van hoge parkeerkosten op bezoekers. In heel Nederland zijn de parkeerkosten afgelopen vier jaar met 17 procent toegenomen, berekende Detailhandel Nederland onlangs.


De wereldwijde urbanisatie bedreigt de leefbaarheid in grote steden. In 2040 zal 86 procent van de inwoners van rijke landen in de stad wonen, tegenover 77 procent vier jaar geleden. Dat voorspelt de OECD, de Europese Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. De strijd om de ruimte gaat gepaard met een verschuiving van de auto en het openbaar vervoer naar de fiets en voetganger, schreef de gemeente Amsterdam in december in haar 'Toekomstvisie voor de stad' . Uit recente mobiliteitsonderzoeken blijkt dat 'het bezit van een auto minder belangrijk wordt gevonden: collectief gebruik van auto's, fietsen of welk voertuig dan ook wint aan populariteit'.


Die verschuiving blijkt voor een deel vanzelf te gaan, doordat vooral twintigers en dertigers - de grootste groep nieuwe stedelingen - minder waarde hechten aan autobezit. Dat is een trend die zich in meer grote steden voordoet, van Japan en Amerika tot Zweden en Duitsland, blijkt uit onderzoek. Geldgebrek speelt een rol, maar ook een groot milieubewustzijn en veranderende materiële behoeften. Die maken dat jonge stedelingen uit zichzelf vaker gebruik maken van het openbaar vervoer, autodelen, de fiets of de scooter.


Het is een ontwikkeling die zich volgens het Kennisinstituut voor mobiliteitsbeleid ook in Nederlandse steden voordoet. In 1995 waren 18- tot 30-jarigen nog goed voor 20 procent van het totale autogebruik, tegenover 14 procent twee jaar geleden. In steden constateert het een 'sterke afname van het autogebruik' onder de jonge generatie en een voorkeur voor de fiets en openbaar vervoer.


In de grote steden - waar fietsen en scooters domineren en het nieuwe parkeerprobleem vormen - is dat duidelijk te zien. 'Een scooter is veel goedkoper dan een auto, gratis te parkeren en als er iets kapot is, hoef je niet naar een dure garage want je kunt het makkelijk zelf repareren', zegt de jonge barman van een waterpijpcafé in Amsterdam-Oost, waar voor de gevel een aantal scooters van klanten staan. 'Een auto kan ik echt niet betalen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden