AchtergrondBrandbare gevels

Voor brandbare gevels lijkt drie jaar na de Grenfell-brand al weinig oog meer

De gestripte gevelbekleding van seniorencomplex de Meiberg in Nijmegen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dik anderhalf jaar geleden kregen gemeenten, naar aanleiding van de brand in de Grenfell-toren in Londen, opdracht in kaart te brengen hoeveel panden zij hebben met brandbare gevelbekleding. Pas de helft heeft de inventarisatie afgerond, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Waarom schiet het niet op? 

In mei 2018 breekt paniek uit in seniorencomplex de Meiberg in Nijmegen. De brand in de Grenfell-toren, een jaar eerder, ligt dan nog vers in het geheugen. Daarbij komen zeker tachtig mensen om het leven in een brand die zich snel verspreidt via brandbare gevelbekleding aan de buitenkant van de flat. Bij de Meiberg zijn vergelijkbare materialen gebruikt, zegt een brandveiligheidsexpert in het tv-programma Zembla. Daarmee is de veiligheid van de bewoners van de 162 appartementen mogelijk in gevaar.

De eigenaar van de Meiberg, woningbouwcorporatie Woongenoot, reageert onmiddellijk. Brandwachten worden ingezet om het gebouw te beveiligen. Snel daarna worden de onderste meters gevelbeplating van het gebouw gestript tot op het kale beton. 

Kort na de Meiberg worden ook de Valckenaerflats in Nijmegen aangemerkt als risicopanden. Daar wordt eveneens de onderste laag gevelplaten verwijderd, om te voorkomen dat een brand buiten kan overslaan op de gevel. In Rotterdam sloopt de hogeschool met spoed een lesgebouw waarvan de brandveiligheid niet op orde is. Een ander gebouw wordt uit voorzorg gesloten.

Het is tekenend voor het gevoel van urgentie dat in Nederland heerst in het jaar na de Grenfell-brand. Deskundigen waarschuwen dat ook in Nederland op grote schaal gevelbeplating is toegepast. Dat is vooral gebeurd bij oudere flats die later zijn geïsoleerd uit het oogpunt van energiebesparing en afgetimmerd met gevelplaten. Ineens zijn al die panden verdacht.

Maar nadat de eerste paniek is geluwd, blijft het lang stil. Eind november 2018, bijna anderhalf jaar na de brand in Londen, stuurt minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken een brief aan alle gemeenten met de vraag een lijst op te stellen van hoogbouwpanden met mogelijk brandbare gevelbekleding. Aanvankelijk wil Ollongren de resultaten van het Grenfell-onderzoek afwachten, maar na kritische Kamervragen besluit ze dat gemeenten toch alvast aan de slag moeten. De resultaten van die inventarisatie hadden op 1 januari 2020 binnen moeten zijn.

‘Dit vind ik jammer’

Veel gemeenten zijn nog lang niet zover, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Deze krant zette een enquête uit bij de vijftig grootste gemeenten van Nederland met de vraag hoever ze zijn met hun inventarisatie van risicopanden. 48 gemeenten vulden die in. Daaruit blijkt dat iets meer dan de helft van de gemeenten (28) de inventarisatie heeft afgerond. Achttien zijn nog bezig. Twee steden, Alkmaar en Lelystad, zijn nog niet eens begonnen.

Beeld Volkskrant Infographics

Een teleurstellend resultaat, vindt Wico Ankersmit, directeur van Bouw- en Woningtoezicht Nederland, de branchevereniging van toezichthouders in de woningbouw. Aan zijn vereniging heeft dat niet gelegen, benadrukt Ankersmit. ‘Wij hebben vorig jaar een informatiedag georganiseerd voor gemeenten. Het onderwerp staat bij al onze bijeenkomsten boven aan de agenda. Ik had het idee dat gemeenten er serieus mee bezig waren. Dit vind ik jammer.’

Zo gaan die dingen, zegt brandpreventiespecialist René de Feijter berustend: ‘Als er iets gebeurt, rennen we met zijn allen achter elkaar aan. Daarna verwatert het weer.’ Voor Grenfell-achtige branden hoeven we in Nederland niet bang te zijn, beklemtoont De Feijter. Hij is projectleider brandveiligheid bij onderzoeks- en adviesbureau Efectis, dat betrokken was bij een reconstructie van de Grenfell-brand.

In Londen was veel meer mis dan louter brandbare gevelbekleding, aldus De Feijter. Dat wil niet zeggen dat er in Nederland niets aan de hand is. ‘Er zijn gevels die niet voldoen aan de brandveiligheidseisen. Om te weten hoe groot dat probleem is, heb je zo’n inventarisatie nodig. Blijkbaar hebben gemeenten andere prioriteiten.’

Het is tekenend voor hoe de aandacht voor het onderwerp is verdampt, merkt SP-Kamerlid Sandra Beckerman. Zij doet al jaren verwoede pogingen om het debat over brandveiligheid van hoge gebouwen op de politieke agenda te krijgen. Tot nu toe zonder veel succes. Iedereen verschuilt zich achter elkaar, klaagt Beckerman. De minister schuift het probleem op het bordje van de gemeenten. Die wachten vervolgens op elkaar. ‘Want niemand wil natuurlijk de eerste zijn.’ Een lijst met risicopanden is slechte city-marketing.

De brand in de Grenfell-toren, Londen, juni 2017.Beeld AFP

Tot dusver zijn in Nederland 114 risicopanden opgespoord. Het bewijst dat het hoog tijd is om strengere normen op te stellen voor de brandveiligheid van gebouwen, vindt Beckerman. ‘Daar moeten we vaart mee maken. Maar daar kunnen we pas mee beginnen als we een volledig beeld hebben van alle risico’s. Dat wordt nu vertraagd door gemeenten die afwachten.’

Om gemeenten te helpen, stelde het ministerie een risicotool op, die vorig jaar pas beschikbaar kwam. Die kent twee fasen. In de eerste fase moet een inventarisatie worden gemaakt van mogelijke risicopanden. De tweede stap is dat eigenaren van die gebouwen worden aangeschreven om nader onderzoek te verrichten.

Complex onderzoek

Uit de Volkskrant-enquête blijkt dat slechts een handjevol steden (Rotterdam, Nijmegen, Roosendaal, Leeuwarden, Gouda en Ede) is gevorderd tot de tweede fase. In Nijmegen werd daarmee de oorspronkelijke lijst van 63 risicopanden teruggebracht naar twaalf. De eigenaren van die gebouwen hebben opdracht gekregen te onderzoeken wat voor maatregelen er nodig zijn om de brandveiligheid alsnog op orde te brengen.

Daarover hoeven ze niet terug te rapporteren, zegt een gemeentewoordvoerder. ‘We vinden het prettig als ze dat doen, maar we gaan er niet achteraan. De brandveiligheid van een gebouw is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de eigenaar.’ Zestien Nijmeegse pandeigenaren op de oorspronkelijke lijst van 63 hebben overigens niet gereageerd op de eerste aanschrijving. Die hebben een nieuwe brief gekregen; ook de bewoners zijn ingelicht. ‘Dan kunnen zij bij de eigenaren aan de bel trekken’, aldus een gemeentewoordvoerder.

Ter verdediging van de gemeenten: het onderzoek naar de brandveiligheid van gebouwen is complex, benadrukt Ankersmit van de branchevereniging van toezichthouders. Daarbij gaat het niet alleen om al of niet brandbare gevelbekleding. Ook de aanwezigheid van andere voorzieningen, zoals brandmelders, blusapparatuur en vluchtwegen speelt daarbij een rol.

Daar komt nog iets anders bij, zegt Ankersmit: het toezicht op de woningbouw in Nederland is uitgehold. ‘Vroeger had het Rijk zijn eigen Vrom-inspectie. Die kon gemeenten achter de broek zitten.’ Maar de Vrom-inspectie is afgeschaft, het toezicht is gedecentraliseerd en grotendeels geprivatiseerd.

Bij gemeenten zijn de afdelingen bouw- en woningtoezicht volgens Ankersmit een ondergeschoven kindje. ‘Er is enorm op bezuinigd. Dat merken wij. Als bestuurder kun je er niet mee scoren als je een bouwplaats sluit. Het is niet sexy.’ Wat nu overheerst is incidentenpolitiek, moppert hij: vallende balkons, instortende daken, brandbare gevels. ‘Ik pleit al jaren voor een regelmatige apk van bestaande gebouwen. Dat is de enige manier om daarvan los te komen.’

Goedkoop boven veiligheid

Het toezicht op de bouw is niet goed geregeld, vindt ook ‘risicoprofessor’ Ira Helsloot van de Radboud Universiteit Nijmegen. De privatisering leidde ertoe dat bij het opstellen van eisen aan brandveiligheid van bouwmaterialen het bedrijfsleven een grote stem heeft. In de NEN-commissie (Nederlands Normalisatie Instituut), die daarvoor verantwoordelijk is, hebben bedrijven de meerderheid. De producenten van gevelbekleding hebben natuurlijk geen belang bij strenge eisen en zware testmethoden, zegt Helsloot. ‘Dan loop je het gevaar dat risico’s worden onderschat. Anderzijds willen inspectiebureaus graag meer testen, zodat zij geneigd zijn risico te overschatten.’

Om de brandbaarheid van gevelbekleding goed te kunnen beoordelen, zeggen brandveiligheidsdeskundigen, moet je grote oppervlakten testen inclusief de constructie erachter, geen losse gevelplaten. Maar grootschalige testen zijn duur en niet verplicht in Nederland. Dus worden vooral kleine, goedkopere, testen uitgevoerd.

Bij de bouw in Nederland gaat goedkoop boven veiligheid, signaleert Jos Lichtenberg, emeritus hoogleraar bouwtechniek. Volgens Lichtenberg, die bij een eigen onderzoek in zijn woonplaats Eindhoven tientallen panden op het spoor kwam die mogelijk brandgevaarlijk zijn, verdient de aanpak van het probleem in Nederland geen prijs voor goed bestuur.

‘Als je als minister echt zorgen hebt over hoe het zit met de brandveiligheid, had je een onafhankelijk onderzoek moeten laten uitvoeren. Nu gemeenten en pandeigenaren het zelf doen, is het toch de slager die zijn eigen vlees keurt. Geen gemeente zal trots zijn op tientallen panden die risico lopen bij brand. Het voelt totaal niet alsof de politiek de onderste steen boven wil hebben.’

Nieuwe vragen

Ondertussen roept de inventarisatie zelf nieuwe vragen op. Zo meldt Emmen maar liefst zestien risicopanden, terwijl een stad van vergelijkbare grootte zoals Zwolle er geen één beweert te hebben. Dat kan erop wijzen dat de risicotool van het ministerie niet eenduidig is. ‘Dat zou wrang zijn’, vindt SP’er Beckerman. ‘Straks hebben we bijna twee jaar gewacht op de inventarisatie en hebben we er nog niks aan.’

Op de Meiberg is de rust weergekeerd. De gevelplaten aan de onderkant van het gebouw zijn vervangen door isolatie achter een stevige stuclaag. Aan hoger gelegen delen van het gebouw wordt nog gewerkt. Deze zomer moet alles klaar zijn, verzekert Kees van Kampen, directeur van Woongenoot.

Achteraf gezien was de Meiberg misschien wel het slachtoffer van een lichte mediahype, zegt Van Kampen. ‘Er ontstaat een dynamiek van media en bewoners. Wat ook niet hielp is dat alles werd gelinkt aan Grenfell. Daar was hier geen sprake van.’ Het inzetten van brandwachten was misschien een tikje overdreven, geeft Van Kampen toe. Maar er was wél iets aan de hand, benadrukt hij: ‘De gevelbekleding van het gebouw voldeed niet aan de normen.’ Nu wel. De bewoners van de Meiberg kunnen rustig slapen.

Of dat voor iedereen geldt, is nog maar de vraag, zegt emeritus hoogleraar Lichtenberg. ‘Pas bij een grote brand in Nederland zal iedereen worden wakker geschud.’

Met medewerking van Hessel von Piekartz en Erik Verwiel.

Lees verder

Meer dan honderd flats in Nederland mogelijk brandgevaarlijk
Drie jaar na de brand in de Grenfell-toren in Londen is nog altijd onduidelijk hoe het staat met het brandgevaar van hoogbouwpanden met gevelbekleding in Nederland. Van de vijftig grootste gemeenten heeft nog maar iets meer dan de helft een inventarisatie gemaakt van flats die mogelijk brandonveilig zijn. Daarbij zijn tot dusver 114 risicopanden opgespoord. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

Woon ik in een risicopand?

Niet alle gemeenten communiceren de uitslagen van hun inventarisatie van de brandveiligheid direct met bewoners van potentiële risicopanden. Zo heeft de gemeente Eindhoven – negen risicopanden – de verantwoordelijkheid bij de pandeigenaren gelegd. ‘Als bewoners informatie willen over de veiligheid van hun gebouw, raden we ze aan contact op te nemen met de eigenaar’, zegt een woordvoerder.

Andere gemeenten zijn van plan de bewoners nog op een later moment te informeren. ’s-Hertogenbosch – dertien risicopanden – brengt in eerste instantie de pandeigenaren op de hoogte van mogelijke risico’s. ‘De bewoners worden daarna meegenomen als er reparaties of andere maatregelen nodig zijn’, aldus een gemeentewoordvoerder.

De gemeente Nijmegen wilde in eerste instantie de lijst met twaalf risicopanden niet openbaar maken. Dat gebeurde pas nadat een plaatselijke journalist een beroep had gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Ook in Nijmegen lag de verantwoordelijkheid voor het informeren van bewoners in de eerste plaats bij de pandeigenaren. 

Dit schreven wij eerder over brandbare gevelbekleding in Nederland:

Na de brand in de Londense Grenfell-toren was er veel aandacht voor de brandgevaarlijke gevelplaten die ook in Nederland overal zijn gebruikt. Die platen zijn er nog, maar de ophef is weg. 

Honderden gebouwen in Nederland lopen een groot risico bij uitslaande brand. Als de panden vlam vatten, kan het vuur snel om zich heen slaan, onder meer door brandgevaarlijke gevelbekleding en gebrek aan blusapparatuur. Dat concludeert hoogleraar Lichtenberg.‘Brandgevaar wordt in Nederland enorm onderschat.’

Nederlandse gebouwen moeten voldoen aan strenge brandveiligheidsmaatregelen om rampen als die in de Londense flat te voorkomen. Alleen: datzelfde geldt voor Engelse flats. Kan het in Nederland dan ook misgaan?

Dit schreven wij eerder over de Grenfell-brand in Londen:

De conclusie van het onderzoek naar de brand in de Grenfell-flat, waarbij 72 mensen stierven, is keihard: de Londense brandweerleiding heeft gefaald. Er is te lang gewacht met evacueren.

Ze kwam en ze zag, maar ze meed de wanhopige mensen in de schaduw van de afgebrande Grenfell Tower. Waar Jeremy Corbyn een arm sloeg om de schouder van een verdrietige vrouw, daar sprak Theresa May donderdag op veilige afstand met hulpverleners.

Als ratten in de val: zo was de hellenacht in verwaarloosde flat Londen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden