Voor beslechten conflict zijn vrouwen cruciaal

Vrouwen spelen een rol in gewapende conflicten, als slachtoffers, maar ook als onmisbare actoren in het voor-komen en oplossen van oorlogen.

AMSTERDAM - De Verenigde Naties hebben hun eigen geheimtaal. Afkortingen, vergaderjargon en diplomatieke alfabetsoep zijn moeilijk te doorgronden. Wie deze week rondloopt in de wandelgangen van het VN-hoofdkwartier in New York, hoort om de haverklap mensen het cijfer '1325' in de mond nemen.


Thirteen twenty five! Het wordt routineus uitgesproken, achteloos bijna, maar ook met ernst en urgentie.


Het cijfer verwijst naar resolutie 1325 van de Veiligheidsraad van de VN, aangenomen op 31 oktober 2000, vandaag dertien jaar geleden. De verjaardag wordt volop gevierd. De Veiligheidsraad zowel als de Algemene Vergadering bespreekt de vorderingen met het implementeren van '1325', de secretaris-generaal bracht verslag uit, vrouwengroepen beleggen symposia.


Resolutie 1325 heeft een grote symboolwaarde. Het was het eerste VN-besluit over de rol van vrouwen in gewapende conflicten - als slachtoffers, maar ook als actoren die onmisbaar zijn bij het voorkomen en oplossen van burgeroorlogen.


Vrouwen en meisjes moeten niet alleen worden 'beschermd tegen verkrachting en andere vormen van seksueel geweld', volgens het VN-document, ook moet 'hun volledige participatie in het vredesproces worden gegarandeerd'. In VN-vredesoperaties is voortaan een 'genderperspectief' onmisbaar.


De goede voornemens beantwoordden aan een eeuwenoud probleem, dat pas recentelijk tot het publieke bewustzijn was doorgedrongen. Het seksueel geweld tegen vrouwen in de Joegoslavische burgeroorlog had de wereld geschokt. Gewapende conflicten in Afrika maakten het lot van vrouwen opeens voluit zichtbaar.


Het gaat niet alleen om verkrachting. Ook de humanitaire ellende drukt op vrouwenschouders. De zorg voor op drift geraakte gezinnen. Water zoeken op plekken zonder waterleiding. De kleintjes op de nek nemen en ze naar veiliger oorden brengen.


Dit besef culmineerde op 31 oktober 2000 in New York in thirteen twenty five.


De echtgenoot van Lena Cummings werd er op het laatst horendol van. 'Dertienvijfentwintig!', riep hij dan, de handen ten hemel stekend. 'Dertienvijfentwintig veroorzaakt een hoop problemen hier in huis! Vroeger was je het altijd met me eens, maar tegenwoordig lig je voortdurend dwars.'


'Dat krijg je ervan als vrouwen gaan meepraten', lacht de 48-jarige Cummings. Voor haar is resolutie 1325 de pijler van haar werk. Zij is coördinator in Liberia van het Women in Peacebuilding Network (Wipnet), dat de vrede probeert te bestendigen in het Afrikaanse land dat tussen 1989 en 2003 een akelige burgeroorlog beleefde.


In het beëindigen daarvan speelden vrouwen een bijzondere rol. Hun Massa Actie voor Vrede begon met maandenlang elke dag zingen en bidden op de vismarkt in de hoofdstad Monrovia en liep uit op een heuse seksstaking. Toen vervolgens de vredesonderhandelingen niet bepaald vlotten, trokken de vrouwen naar het chique hotel waar de delegaties werden geacht over vrede te praten. Zij dreigden zich ter plekke uit te kleden als de mannen niet opschoten - in de lokale cultuur een serieus dreigement.


En vrede kwam er. De interventie van de vrouwen is een adembenemend epos, dat pas de verdiende aandacht kreeg met de toekenning in 2011 van de Nobelprijs voor de Vrede aan Leymah Gbowee, oprichtster van Wipnet.


Maar wat Lena Cummings thuis - op onschuldige wijze - meemaakte, gebeurde ook in de Liberiaanse samenleving. Veel mannen pikten de nieuwe vrouwelijke assertiviteit niet. 'Doordat wij meer eisen stelden, nam het huiselijk geweld toe', zegt ze. 'We vroegen niet langer onze echtgenoten toestemming voor alles. Dat gaf een terugslag. Mannen zagen dat ze macht verloren. Vrouwen die zich verkiesbaar stelden voor de dorpsraad, kregen klappen.'


Dat leidde er van de weeromstuit toe dat ook mannen in de vredesopbouw werden betrokken, maar dan op een constructieve manier - niet als vechtersbazen die in toom moeten worden gehouden. Een tournure: eerst waren vrouwen nodig om het geweld te beeindigen, nu blijken mannen onmisbaar in het verankeren van de vrede. Het is onderdeel van groeiende aandacht voor 'mannelijkheid' - als probleem en als oplossing.


Het Women Peacemakers Program (WPP) in Den Haag bracht ze voor overleg bijeen, vredesactivisten van beide geslachten uit landen als Congo, Pakistan, Nepal en Oeganda. De meesten zijn trainers en voorlichters. In stad en dorp proberen zij jonge mannen tot zorgzame vaders en goede echtgenoten te maken. Dat is nog een hele kluif, zegt Ilot Alphonse (32), directeur van het Congo Men's Network, in een samenleving vol seksueel geweld, waarin zachtaardige mannen al snel 'shanga' (mietje) worden genoemd.


Raziq Fahim (41) bokst in West-Pakistan op tegen extremisten die jonge knapen 72 hemelse maagden beloven als zij zich opblazen. Een zelfmoordenaar kwam zwaargewond bij in het ziekenhuis, zag een verpleegster en mompelde: 'Waar zijn de 71 anderen?'


Voor Samuel Darpolor (33), trainer uit Liberia, was het een eyeopener. Eerder al werkte hij met meisjes die het slachtoffer waren van seksueel geweld. 'Het was moeilijk voor me hun verhalen te horen, het leek dat ze tegen me spraken alsof ik de dader was.' Sommige vrouwen zeiden: 'Jullie mannen zijn slecht.'


Hij heeft geleerd niet naar zichzelf te kijken als 'Samuel de man', ook thuis. Het heeft hem, zegt hij, iets minder man gemaakt, en iets meer mens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden