Voor Asscher is Turkije een geliefde vijand

De toch al stroeve relatie met NAVO-bondgenoot Turkije glijdt een nieuw dal in na de harde Turkse kritiek op het Nederlandse integratiebeleid. Al langer botst het Turkse wereldbeeld op gevoelige punten met dat van Nederland, thuisland van ruim 400 duizend Turkse Nederlanders. En dit keer komt dat PvdA-bewindsman Asscher misschien niet eens zo slecht uit.

Minister van Integratie Lodewijk Asscher.Beeld anp

Voor knetterende kortsluiting op de lijn Ankara-Den Haag is weinig nodig, zo bleek woensdag opnieuw, na alle eerdere ergernissen over de manier waarop Turkije zich blijft bemoeien met de lotgevallen van de Turkse Nederlanders. Dit keer ontsprong de eerste vonk aan Turkse zijde, met de 'verklaring' op de website van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken: de Turkse gemeenschap in Nederland wordt door de Nederlandse overheid 'xenofobisch, islamofobisch en racistisch' bejegend, is de boodschap. De Turken waarschuwen voor schade aan de bilaterale betrekkingen.

Steen des aanstoots is Asschers omgang met vier Turkse organisaties in Nederland, die door hem onder toezicht zijn geplaatst. Voorts is er onbegrip over het door Asscher omarmde onderzoek naar Turkse jongeren waaruit blijkt dat ze 'vatbaar zijn voor extremisme en terrorisme ondersteunen', aldus de verklaring. Precies daarover ging het conflict tussen Asscher en zijn partijgenoten van Turkse komaf, Kuzu en Öztürk, die vonden dat de minister overspannen reageerde.

Zij moesten uiteindelijk de PvdA-fractie verlaten en ontvingen al snel een openlijke steunbetuiging vanuit de Turkse ambassade. Die wordt nu met kracht herhaald: 'We vinden het moeilijk te begrijpen welke bedoelingen er achter deze ongegronde racistische aanvallen van de laatste tijd schuilen.' Nog voordat de precieze status van die verklaring duidelijk was, reageerde Asscher woensdag fel: 'Als dit waar is, zijn de aantijgingen ongeïnformeerd, onjuist en ongepast.'

Kritiek vanuit Kamer
Voor Asscher is het strijdperk met de Turken bekend terrein. 'Volstrekt ongepast', was vorig jaar ook al zijn reactie op de Turkse bemoeienis met het pleegkind Yunus, dat in Nederland bij lesbische pleegouders werd geplaatst. Een diplomatieke rel was het gevolg, evenals ergernis op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Diplomaten vonden dat Asscher omwille van zijn eigen profiel als een olifant door de porseleinkast ging, zonder enig gevoel voor de diplomatieke betrekkingen. Ook vanuit de Kamer klonk kritiek dat Asscher 'niet effectief en onhandig' opereerde in de relatie met een belangrijke handelspartner en bondgenoot.

Asscher liet die kritiek destijds van zich afglijden en toonde zich woensdag opnieuw vastberaden. Voor hem staat iets op het spel dat het diplomatieke belang overstijgt: zijn diepe wens te laten zien dat hij als PvdA-minister de strenge integratielijn voorstaat. Als Amsterdams wethouder was hij al van de wettelijke opvoedplicht, als minister wil hij duidelijkheid uitstralen. Geen concessies aan de integratie-eis. 'De grootste verplichting ligt bij de migrant om zich te verdiepen in het land waar zijn toekomst ligt. Die moet de Nederlandse waarden en verworvenheden verinnerlijken. En ernaar leven.'

Strijd om beeldvorming
Precies daarom liep het onlangs zo snel uit de hand tussen Asscher en de dissidenten Kuzu en Öztürk. Zij bestreden zijn koers en eisten meer begrip voor de Turkse gevoeligheden. Na de breuk was de PvdA-top eensgezind in de boodschap naar buiten: voor wie afbreuk doet aan de elementaire verworvenheden van de rechtsstaat zoals de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen, is in de PvdA geen plek meer.

In de nog voortgaande strijd om de beeldvorming rond het vertrokken tweetal komt de Turkse reactie Asscher niet slecht uit. Het beeld dat Turkije de Turkse Nederlanders niet los wenst te laten, is weer bevestigd. En Asscher is de man die zijn hakken in het zand zet. Zo bezien is de conservatieve regering in Ankara voor hem een geliefde vijand.

De man die intussen wél over de diplomatieke betrekkingen waakt, Asschers partijgenoot Bert Koenders, reageerde voorzichtiger. 'Het is niet aan Turkije om het gedrag van Turken in Nederland te bespreken.' Woensdagavond belde hij met zijn ambtgenoot, minister Çavusoglu van Buitenlandse Zaken. Die nam 'afstand van enige kritiek op de Nederlandse overheid of politiek', volgens een verklaring van Koenders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden