Voor altijd een wegwerpkind

Het kabinet wil adoptie bevorderen in de hoop het aantal abortussen omlaag te krijgen. Maar is adoptie zo'n geweldig alternatief?...

Hij werd geboren tussen de voorraaddozen in een achterafkamertje in het ziekenhuis.

Nog voordat zijn moeder kon zien of ze een zoon of dochter had gebaard, werd hij weggehaald. Hij ging naar het kindertehuis en zij werd teruggereden naar de ziekenzaal. Daar vertelde ze de andere vrouwen dat haar kindje het niet had gehaald; dat het dood was geboren.

Herbert Kieft (36), die in werkelijkheid anders heet, is een van de ongeveer dertigduizend afstandskinderen in Nederland. Ook nu nog worden jaarlijks tussen de veertig en zeventig baby's afgestaan ter adoptie. Daarmee wordt de juridische band tussen de biologische ouders en kind volledig verbroken.

Het kabinet Balkenende IV wil adoptie bevorderen om daarmee het aantal abortussen omlaag te krijgen. Tegelijkertijd stellen geadopteerden over de hele wereld steeds vaker de vraag of adoptie wel zo goed is. Voor Herbert Kieft is het geen vraag meer. Hij vindt dat hij als adoptiekind bij zijn geboorte is opgezadeld met een fundamenteel verlies.

Met alle gevolgen vandien.

Herberts moeder was 22 en ongehuwd toen ze ongewenst zwanger werd. Onder druk van haar ouders besloot ze de zwangerschap uit te dragen en het kind af te staan.

Als baby van vier maanden werd Herbert geadopteerd door een echtpaar in Gelderland.

'Ze hebben goed voor me gezorgd. Ik had een prima jeugd. Het deed me niet veel dat ik geadopteerd was. Ik ben toch niet anders dan andere kinderen, dacht ik. Ik hield van voetballen en muziek maken. Ik kon goed leren. Er waren altijd dieren om me heen: honden, vogels, vissen en zelfs twee pony's.

Niks te klagen.'

Hij praat staccato. Alsof hij een lesje opzegt. Zijn gezicht staat strak. Op de vraag wanneer hij hoorde dat hij geadopteerd was, verstrakt hij. 'Pfft. Ja, dat is een moeilijke vraag. Ik was een jaar of 8. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Het deed me als kind blijkbaar niet veel. Ik wíst het wel, want als ik ruzie had met mijn zus, die ook geadopteerd was, riep ik in mijn boosheid: je bent tóch niet mijn zus.'

Weggestopt

Een gelukkige jeugd? Herbert aarzelt.

'Het was geen liefdevolle jeugd. Er zat weinig warmte bij. Knuffelen was er niet bij.

Of elkaar eens omhelzen. Maar dat is niet zo vreemd. Mijn adoptiefmoeder komt uit een kil gezin. Als je zelf geen liefde hebt gekregen, kun het moeilijk aan een ander doorgeven. Ik heb twee foto's waarop ik als jochie bij mijn adoptiefvader op schoot zit.

Het gebeurde blijkbaar wel. Maar ik herinner me er vrijwel niets van. Als ik hoor hoeveel mensen nog weten van hun jeugd, begin ik te vermoeden dat ik veel heb weggestopt.'

Zijn adoptiefouders scheidden toen Herbert 7 jaar was. Daarna heeft hij zijn adoptiefvader nooit meer gesproken of gezien. Zijn adoptiefmoeder wilde het zo, en Herbert protesteerde niet. 'Ik was nog klein. Wat moest ik? Ik voegde me naar de leefregels van mijn moeder. Iets uitpraten of bepraten was er niet bij. Ze hoopte misschien dat problemen zouden verdwijnen als je erover zweeg. Zo ging ze ook om met het feit dat ik was geadopteerd. Het is me op een gegeven moment meegedeeld, maar daarna is er dertig jaar lang over gezwegen.'

Toen hij verliefd werd op Rosalie sprongen de eerste barstjes in het beeld van zijn 'prima jeugd'. Rosalie (niet haar echte naam) verbaasde zich over de onderkoelde manier waarop Herbert over zijn adoptieverleden sprak. 'Onaangedaan. Alsof hij het over iemand anders had', zegt zij. 'Terwijl ík ontzettend nieuwsgierig zou zijn. Naar mijn echte moeder, naar mijn roots. Maar hij? Nee. Totaal niet.'

Toen Herbert een flatje kocht, verslechterde het contact met zijn adoptiefmoeder. Dat werd nog erger toen hij ging samenwonen met Rosalie in Lisse. 'Ze was niet blij voor me', zegt Herbert. 'Ze was niet erg positief over Rosalie. De reis naar Lisse vond ze te ver. Ze voelde zich buitengesloten terwijl ik haar juist deelgenoot wilde maken van mijn nieuwe leven. Maar zij kon er niet aan wennen dat ze mij niet langer kon verzorgen.'

Hij voelde zich schuldig tegenover de vrouw die hem altijd had verzorgd, die hij dánkbaar moest zijn. En hij was al zo veel mensen kwijtgeraakt: zijn biologische ouders, zijn adoptiefvader - met zijn adoptiefzus vlotte het ook niet echt. Hij wilde niet ook nog de vrouw verliezen die hem had opgevoed.

Worsteling

Via de huisarts kwam hij bij een psycholoog.

Een hele overwinning voor een man als Herbert: een nuchtere IT-specialist, niet zo'n prater, beetje bonkig. 'Zeg maar gerust stoer', zegt Rosalie, inmiddels zijn vrouw. 'Ik dacht een heel stoere vent gevonden te hebben.

Eentje op wie ik lekker zou kunnen leunen.' Ze lacht lief. 'Ja, ik ben erin getrapt.'

Bij de psycholoog schudde Herbert het schuldgevoel van zich af. 'Ik was 27 toen ik uit huis ging. Het is op die leeftijd alleen maar logisch dat je je vleugels wilt uitslaan.'

En hij kreeg voor het eerst een kijkje in zijn gebutste ziel. 'Mijn biologische moeder koos voor zichzelf. Blijkbaar was ik niet zo belangrijk.

Dát is het gevoel dat ik eraan heb overgehouden.

En een lage dunk van mezelf. Altijd bang dat ik niet goed genoeg ben. Dat ze me weer in de steek zullen laten.'

Een tijdje dacht hij weer grip op zijn leven te hebben. Hij besloot op zoek te gaan naar zijn roots en dossiers op te vragen bij de Raad voor de Kinderbescherming. 'Ik werd nieuwsgierig. Ben ik het gevolg van een verkrachting? Van incest? Je gaat je van alles in je hoofd halen. Mijn biologische moeder reageerde verheugd dat ik op zoek was naar informatie. Een half jaar later zat ik in zo'n kamertje bij het Fiom (een stichting voor psychosociale hulpverlening, red.), te wachten tot ze binnenkwam. Ze zag er blij uit. Ze vloog me direct in de armen. Dat voelde wel goed. Heel warm. Een warme vrouw.'

Maar waar de uitzendingen van Spoorloos doorgaans in euforie eindigen, blijkt het in werkelijkheid een hele worsteling om na een scheiding van 34 jaar de draad weer op te pakken. Uit onderzoek blijkt dat het veel vaker niet dan wel lukt om een betekenisvolle relatie op te bouwen. 'Mijn moeder wil graag haar eigen verhaal kwijt. Hoe ze onder druk werd gezet in het katholieke dorpsmilieu.

Hoe haar moeder weigerde haar te bezoeken zolang ze zwanger was. Hoe ze 32 jaar over mij moest zwijgen. Pas toen haar moeder overleed, durfde ze het aan haar omgeving te vertellen. Maar ze was 22 jaar. In Nederland ben je op je 18de volwassen. Tijdens een van onze ontmoetingen heb ik gezegd dat ze tegenover mij haar eigen verantwoordelijkheid moest erkennen. Ze kwam weliswaar uit een streng katholiek gezin, maar ze had een baantje en eigen woonruimte. Ze hád voor mij kunnen kiezen. Maar ze zag het als iets dat haar allemaal is overkomen.'

Wanneer hij dreigt te gaan huilen, neemt Herbert een korte pauze. Een man mag wel huilen, maar liever niet. Als de tranen zijn bedwongen begint hij opnieuw het gevecht om de juiste woorden te vinden voor gevoelens die hij niet gewend is te bespreken.

Zoals het overweldigende gevoel toen zijn dochter werd geboren. Hij huilde en huilde en huilde. Niet van geluk, tot ontsteltenis van zijn vrouw, maar van verdriet. Voor het eerst voelde hij echt verdriet over het feit dat hij was weggedaan: een wegwerpkind. Er bleek al die jaren een tijdbom in hem getikt te hebben.

En die ging nu af. Voor het eerst werd hij ook kwaad. 'Hoe kun je zoiets kostbaars als je eigen kind afstaan? Sinds ik vader ben, begrijp ik daar helemaal niets meer van.'

Herbert raakte totaal van de kaart. Rosalie stond er alleen voor met een overspannen man en een baby. 'Zo kende ik Herbert helemaal niet. Ik had opeens twee kinderen die ik moest verzorgen.' Herbert is geen geboren vader. Hij maakte moeilijk contact met zijn dochtertje, inmiddels bijna 5. 'Ik ben telkens bang dat het straks weer over is. Daarom durf ik niet te investeren, zelfs niet in de relatie met mijn dochter.' Om grip op de situatie te krijgen, werd hij een autoritaire vader. 'Hij stelde eisen aan ons meisje alsof het om een volwassene ging', vertelt Rosalie. 'Een kind van 3 morst weleens eten. Dat mocht niet.

Kinderen zijn ook individuen met een eigen karakter. Je kunt niet verwachten dat ze alles doen zoals jij het voorschrijft. Ik kreeg het plaatsvervangend benauwd. Ik moest er tussen gaan staan om haar te beschermen.'

Inmiddels heeft Herbert een coach die inzicht geeft in zijn gedrag en hem helpt te overleven zonder te vluchten in extreem veel regels, structuren, geboden en verboden. 'De coach houdt me een spiegel voor. Ik weet nu welke reacties mijn gedrag uitlokt. Dat ik mijn kind in verwarring breng als ik iets vraag met een lieve stem maar met een boos gezicht. En dat al die regels en voorschriften van mij helemaal niet de gewenste controle en grip op het leven geven.'

Maar Herbert maakt zich geen illusies.

'Dat ik een afstandskind ben, blijf ik mijn hele leven met me meedragen.'

Rosalie schrikt er een beetje van. 'Ook als het contact met je biologische moeder hersteld wordt?', wil ze van haar man weten.

'Ja', zegt Herbert zacht. 'Zelfs dan.'

Sinds hun eerste ontmoeting in 2004 heeft Herbert zijn moeder vier keer gezien.

Zijn 34ste verjaardag was de eerste verjaardag die hij met haar vierde.

Moeder en zoon wíllen graag meer voor elkaar betekenen, maar er zit nog te veel oud zeer om elkaar echt de hand te kunnen reiken.

Als zoon heeft Herbert het moeilijk. Maar ook als vader. Een tweede kind zit er niet in. 'O nee', zegt Rosalie. 'Herbert begint net weer een beetje overeind te krabbelen. Dat durf ik niet aan. Wie weet hoe hij de tweede keer reageert?'

Hun kleine meisje is vaak opstandig.

Rosalie: 'Ze prikt soms genadeloos door Herbert heen. Op ons nachtkastje staat een popje met een lachend gezichtje. Toen ons moppie 3 jaar was, haalde ze het popje naar beneden en zei ze: 'Papa lacht nooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden