Voor altijd een gebroken mens BIJ BASSANI BLIJFT DE VERTELLER DITMAAL NIET BUITEN SCHOT

GIORGIO BASSANI is een schrijver van herinneringen. Geen 'schrijver van herinneringen' die een dwingend imperatief als dat van Vladimir Nabokov ('Geheugen, spreek') van node had....

Nee, Bassani is een haast ouderwetse, om niet te zeggen naïeve schrijver, die uit zijn kennelijk uitstekende geheugen boek na boek te voorschijn haalde - hij schrijft al heel lang niet meer - om telkens weer één enkele gebeurtenis uit het verleden heel nauwkeurig te beschrijven, teneinde daarvan de vérstrekkende betekenis te laten zien.

Je zou hem een overgevoelige chroniqueur van het leven kunnen noemen, het leven zoals het zich voor zijn ogen afspeelde in de kleine Noord-Italiaanse stad Ferrara, waar hij weliswaar niet werd geboren - dat gebeurde in 1916 in Bologna - maar wel opgroeide en tot op de dag van vandaag is blijven wonen.

Zijn verblijf in die stad heeft hem de stof geschonken om het ene prachtige verhaal na het andere te kunnen vertellen (verzameld onder de naam Il Romanza di Ferrara). Tegen de achtergrond van de Grote Geschiedenis, die in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog en tijdens de oorlog zelf Ferrara niet ongemoeid liet, plaatst hij kleine, intieme geschiedenissen, die bij sommigen diepe 'wonden' sloegen, een woord dat hij regelmatig expliciet gebruikt.

De Romanza di Ferrara van Bassani vormen een kroniek van zulke individuele kwetsuren, die niet zelden tot de ondergang van de slachtoffers leiden, des te schrijnender omdat toon en sfeertekening in zijn boeken steevast gekleurd worden door een grote mate van onschuld en verwondering, die de auteur ondanks alle harde levenslessen nooit helemaal heeft verloren.

Wie aangeraakt wil worden door de haast mijmerende verteltrant waarmee Bassani zijn schokkende gebeurtenissen aan de vergetelheid ontrukt, hoeft er maar de eerste bladzijden van bekende boeken als De reiger, De tuin van de Finzi-Contini's, Binnen de muren of De gouden bril op na te slaan. In De tuin van de Finzi-Contini's luidt het: 'Al vele jaren wilde ik over de Finzi-Contini's schrijven - over Micòl en Alberto, over professor Ermanno en mevrouw Olga - en over alle anderen die in het huis aan de Corso Ercole 1 d'Este in Ferrara woonden of die er, net als ik, kort voor het uitbreken van de laatste oorlog geregeld kwamen. Maar de impuls, de aansporing om het ook werkelijk te doen, kreeg ik pas een jaar geleden op een zondag in april 1957.'

En De gouden bril bijvoorbeeld begint zo: 'Met de tijd worden het er minder, maar toch zijn er in Ferrara nog aardig wat mensen die dokter Fadigati hebben gekend (Athos Fadigati, jazeker, herinneren ze zich, de keel-, neus- en oorarts, vlak bij het piazza delle Erbe, en met wie het zo slecht is afgelopen, zo tragisch, arme kerel, terwijl hij als jongeman, toen hij zijn geboortestad Venetië verliet en hier kwam wonen, leek voorbestemd tot een heel regelmatige, heel rustige en daarom heel benijdenswaardige loopbaan. . .).'

Niets aan de hand, lijkt hij te zeggen, ik dis eenvoudigweg wat dingen op die me zijn bijgebleven, maar voordat je het weet begint er iets te kloppen en te pulseren en kondigen een slechte stoelgang (in De reiger), een muur (om de tuin van de Finzi-Contini's) of een ontmoeting tussen schooljongens en een dokter in de trein van Ferrara naar Bologna (in De gouden bril) het onheil aan waaraan de (joodse) familie Finzi-Contini, of de (homoseksuele) arts Fadigati ten onder gaan, kapotgemaakt door hun omgeving.

Als je deze verhalen herleest, zie je pas hoe subtiel de rimpelingen zijn in het door Bassani - dankzij zijn ongeevenaarde geheugen - zo helder weergegeven oppervlak. Die manier van vertellen maakt al deze vertellingen tot een ononderbroken kroniek, een eenheid, een work in progress, waarin het leven in Ferrara (met behoud overigens van zijn couleur locale) een leven wordt van 'wonden', van discriminatie, het buitensluiten van 'anderen' en het achteloos 'kaltstellen' van mensen.

Niet eens omdat men dat wíl, maar gewoon omdat men niet in staat is zich in een ander te verplaatsen.

Er zit iets milds in de manier waarop Bassani schrijft over wat mensen wordt aangedaan, en minder over wat ze zichzelf aandoen, maar hoezeer daarin ook een zekere goedgelovigheid of onschuld lijkt schuil te gaan, Bassani's vertellers zijn geen doetjes. Ze weten heel goed wat er in de wereld te koop is en die spanning - tussen naïviteit en wijsheid, gevolg uiteraard van dit zich herinnerende schrijven - geeft de vertellingen van Bassani een haast luchtige ambiguïteit, waarvan de ernst met zijn eigen ervaringen als joodse ingezetene van het katholieke Ferrara te maken moet hebben, als je afgaat op zijn eigen verwijzingen in de boeken.

Hij wist wat het was gediscrimineerd te worden, zeker in de tijd van het fascisme in Italië, de politieke richting waarvoor de rijke joodse burgermansfamilies die zijn milieu vormden, grotendeels opteerden. Uit een verkeerd begrepen behoefte aan assimilatie.

De kleine roman Achter de deur, het deel van de Romanza di Ferrara dat nu is vertaald, wijkt in zoverre af van de hierboven geschetste karakteristiek dat ditmaal de verteller niet buiten schot blijft. In Achter de deur gaat het om hém, een jongeman van 17 jaar, die in de eerste klas van het lyceum (in Italië ging je in Bassani's tijd na vijf jaar lagere school vijf jaar naar het gymnasium en dan drie jaar naar het lyceum) zijn oude makkers is kwijtgeraakt en het maar moet zien te redden in een klas vol vreemden.

Carlo Cattolica is de vanzelfsprekende autoriteit in die klas en met hem en zijn vrienden krijgt onze jeugdige hoofdpersoon te maken. Het hele verhaal is, zorgvuldig opgebouwd, het verhaal van een puberteit zoals we er zoveel kennen, een verhaal over een periode in het leven die schrijvers aanspreekt (Thomas Mann, Witold Gombrowicz, J.D. Salinger), omdat er nog zo weinig vastligt; de spelletjes van de jeugd geleidelijk doorschoten raken met 'volwassen' bezigheden.

In Achter de deur maken sommige klasgenoten er geen geheim van dat ze al naar de hoeren gaan. De wereld buiten school en gezin dringt zich op, met cruciale vragen als: wie gaat met wie om, zijn 'klassenverschillen' te overbruggen, wat maakt al duidelijk in hoeverre de een zal 'slagen' en de ander niet?

Voor de verteller van Achter de deur verliest het plezierige leven van de jeugd vooral zijn glans als hij tegen zijn zin opgescheept raakt met een klasgenoot die zijn vriend wil worden. Hij aanvaardt diens toenadering misschien, omdat 'het hoogste niveau' voor hem (als jood?) onbereikbaar lijkt. Met deze vriend doet op brute wijze de seksualiteit haar intrede in zijn leven, terwijl hij daar nog helemaal niet aan toe is, gelukkig als hij is te midden van vader en moeder, broer en zusje thuis in het grote Ferrarese huis, waarvan ze een zeer omvangrijke verdieping bewonen.

Met één klap wordt de verteller uit deze wereld gestoten als Cattolica hem vertelt dat zijn 'vriend' de meest kwalijke dingen over hem, over zijn moeder, en over het leven bij hem thuis vertelt. De verteller aarzelt; hij dringt op 'bewijzen' aan en daarom organiseert Cattolica in zijn deftige studeerkamer een sessie met zijn vrienden, waarop de 'vriend' van de verteller gehoord zal worden, terwijl de laatste 'achter de deur' getuige zal zijn. Voor het eerst beleeft hij hoe iemand die hij tot de intimiteit van zijn huis heeft toegelaten daarover met anderen praat (over zijn besneden geslacht dat hij hem heeft moeten tonen, over zijn 'hoerige' moeder).

De bedoeling was dat de verteller, na deze bekentenis, te voorschijn zou komen om de verrader op zijn bek te slaan. Maar dat kan hij niet. Hij is zo diep geraakt dat hij ongezien het huis uit sluipt, voor altijd - zo lijkt het - een gebroken mens.

Het is aan de lezer het verslag van deze gebeurtenis te verbinden met het hele werk van Bassani, er een verklaring in te zien waarom hij schrijft zoals hij schrijft, en zelfs het fascisme en de rassenwetten in Italië erbij te halen - daartoe door Bassani in de gelegenheid gesteld -, maar dat is niet nodig. Achter de deur kan, los daarvan, heel goed gelezen worden als een ongelooflijk subtiele peiling van het leven op de grens van de volwassenheid; de tijd waarin keuzen niet zozeer worden gemaakt, als wel worden opgelegd. Door de anderen.

Willem Kuipers

Giorgio Bassani: Achter de deur.

Vertaald uit het Italiaans door Tineke van Dijk.

Meulenhoff; 142 pagina's; ¿ 36,90.

ISBN 90 290 5459 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden