Fahd Larhzaoui

interview Fahd Larhzaoui

Voor acteur Fahd Larhzaoui is het theater de plek om zijn diepste twijfels met het publiek te delen

Fahd Larhzaoui Beeld Rogier Alexander

In zijn solovoorstelling Shirt uit, Fahd! vertelt acteur Fahd Larhzaoui hoe hij na zijn coming-out troost en verlossing vond op gayfeesten. Theater als therapie, een plek om de diepste twijfels met het publiek te delen: Larhzaoui vertelt de Volkskrant wat dat voor hem betekent.

‘Ik neem geen blad meer voor de mond en laat nu een ander deel van mijn leven zien. Ik wil aanschouwelijk maken wat er op die heavy gayfeesten allemaal gebeurt en waarom ik daar troost en verlossing vind. Maar het gaat ook over mijn zoektocht en worsteling: ik hoop dat ik het publiek kan laten inzien hoe het is als je jarenlang moet vechten om de aandacht van je familie te krijgen, terwijl ze jou eigenlijk hebben uitgegumd. En dat uit de kast komen niet meteen iets is van: joepie, we leven nog lang en gelukkig! Nee hoor, daarna volgt nog een heel lange strijd.’ 

In het repetitielokaal van Het Zuidelijk Toneel in Tilburg staat een decor met allemaal kleine ruimten, een wc, een darkroom, een kleedkamer. Daarin speelt Fahd Larhzaoui (40) vanaf volgende week zijn nieuwe voorstelling Shirt uit, Fahd! Het is een mix van bekentenistheater en ruige poëzie over de heftige nachten die hij de afgelopen jaren op allerlei gayparty’s heeft doorgebracht. Hij ging erheen vanwege de spanning, de seks en de drugs, maar ook om vergetelheid te zoeken, weg te zijn van het dagelijks getob en op te gaan in één grote massa.

Maar hij ging ook op zoek naar nieuwe vrienden, een nieuwe familie, vooral omdat zijn eigen familie al sinds 2014 niets meer met hem te maken wil hebben. De voorstellingen die de Nederlandse theatermaker van Marokkaanse afkomst maakt, zijn voor zijn familieleden te confronterend. ‘Jij kiest ervoor je verhaal met de hele wereld te delen en dus laat je ons geen andere keuze dan met je te breken’, was hun reactie. Larhzaoui heeft nog lang geprobeerd de breuk te lijmen, maar dat is niet gelukt. De schaamte voor wat hun was aangedaan, was kennelijk te groot.

In 2014 brak Larhzaoui door met de voorstelling Schijn. In die theatersolo vertelde hij onomwonden over zijn afkomst, familie, twijfels en zoektocht naar zijn eigen identiteit. Het werd een hartverwarmende, ontroerende en eerlijke voorstelling over een jongen die voetballer wil worden maar erachter komt dat hij op mannen valt. Schijn ging over de worsteling van een moslimjongen die homo blijkt en dat eigenlijk niet wil zijn. Begonnen als lunchvoorstelling in het Amsterdamse Theater Bellevue, tourde Schijn twee seizoenen door het land; er volgde zelfs een tournee in Suriname en op Curaçao. De voorstelling werd in 2014 geselecteerd voor Het Theaterfestival.

Larhzaoui: ‘Schijn was spannend en beangstigend tegelijk. Zo’n eerste solo kan je maken of breken, maar de reacties waren fantastisch. Als acteur verdwijn je na de voorstelling meestal meteen in de kleedkamer, maar ik wilde het publiek ontmoeten. Er kwamen na afloop allemaal vrouwen naar me toe, soms in tranen. Ze stonden in een rij, alsof het om een condoleancebezoek ging – handen, knuffels, omhelzingen. Tijdens een nagesprek zei een Marokkaans meisje: ‘Hèhè, eindelijk eens iemand die de moed heeft dit verhaal te vertellen. Je hebt mijn ogen geopend. Ik wil nu graag een van je zussen zijn.’ Ze kwam naar beneden, gaf me een knuffel en kreeg applaus.’

Maar zijn eigen zussen en broers zijn dus niet komen kijken – integendeel: ze wilden niets meer met hem te maken hebben. Eerder probeerde hij altijd zo goed mogelijk binnen de kaders van zijn gemeenschap te passen. Hij trouwde met een vrouw, zoals meer mannen doen die homoseksueel zijn maar daar vanwege hun cultuur of religie niet aan willen of mogen toegeven.

‘Ik dacht dat het vanzelf over zou gaan als ik zou trouwen. Ik wilde alles doen om mijn familie geen pijn te doen, vooral mijn moeder niet. Dat was mijn grootste angst, dat ik mijn moeder ongelukkig zou maken. In de Marokkaanse gemeenschap zijn ouders heel belangrijk, voor je ouders kun je jezelf helemaal wegcijferen. Dus ik ben getrouwd. Maar het gevoel ging niet weg. In 2003 ben ik uit de kast gekomen. Dat was heftig, en soms zelfs de hel, maar na een maand of zes waren de gemoederen bedaard. Toen werd er niet meer over gesproken, iedereen deed er het zwijgen toe, alsof het niet bestond. Pas in 2007 ben ik gescheiden en het heeft dus nog tot 2014 geduurd voordat ik Schijn durfde te maken.

‘Ik hoopte dat mijn familie mij door die voorstelling beter zou begrijpen, dat ze zou inzien hoe ik heb geworsteld, maar ik had geen idee van de impact ervan. Er verschenen allerlei stukken in de krant, en lovende recensies. Ik heb in die tijd veel steun gehad aan Arie Boomsma, die mij leerde hoe ik met al die publiciteit moest omgaan. ‘Fahd, er wordt over je gesproken en of het nou goed is of niet, dát men het over je heeft, is het belangrijkst’, zei hij. Ik had vanuit een gesloten gemeenschap iets opengebroken.’

De ouders van Fahd Larhzaoui verhuisden in de jaren zeventig van Marokko naar Nederland en vestigden zich in Gouda. Als jongen droomde Fahd van een carrière als voetballer of acteur. Maar het liep anders. Voetballen lukte niet vanwege een blessure en zijn wens naar de toneelschool te gaan, werd thuis niet gewaardeerd. Zijn moeder zag liever dat hij maatschappelijk werker werd, dus ging hij naar de sociale academie. Daarnaast werkte hij vier jaar in een kledingwinkel. Op een gegeven moment nam hij ontslag en begon hij met auditeren. Voor de theaterschool was hij intussen te oud, maar met een beurs van de VandenEnde Foundation kon hij twee jaar lang privélessen volgen. Bij Rotterdams Lef, een theatergroep die in die tijd veel multicultureel theater maakte, kreeg hij zijn eerste baan als acteur. Daarna ging het rollen, met een hoofdrol in de musical Ik, Driss in 2012 als eerste wapenfeit. Na het succes van Schijn speelde hij geregeld in voorstellingen van anderen, maar de behoefte opnieuw zijn persoonlijke verhaal met het publiek te delen, bleek groot. Shirt uit, Fahd! is, net als Schijn, geschreven door Don Duyns (vooral bekend van de familievoorstellingen van Theater Rotterdam) op basis van Larhzaoui’s ervaringen van de afgelopen jaren.

Zijn nieuwe voorstelling zal heel anders zijn dan de vorige, zo waarschuwt Larhzaoui vooraf, misschien zelfs wel schokkend. Hij heeft niets meer te verliezen en is niet bang. In zijn voorstelling wil hij aanschouwelijk maken hoe het er zoal aan toegaat op die nachtelijke dwaaltochten, met onbekende mannen in duistere kamers. Maar het zal ook gaan over de woede die hij voelde, nadat zijn familie hem had laten vallen.

‘Na Schijn en het verbreken van het contact met mijn familie ben ik in een wereld beland die ik daarvoor eigenlijk verafschuwde: de gayscene met zijn feesten vol geëxperimenteer met seks en drugs. Ik raakte erdoor gefascineerd, het voelde goed op een plek te zijn waar niemand een mening over me had. Daar vond ik de vrijheid die ik in het echte leven niet had. Ik wilde iets terugvinden wat ik was kwijtgeraakt – liefde, een eigen identiteit, een nieuwe familie. Het was een ontsnapping uit de realiteit, op zoek naar de grenzen in een wereld waarin alles grenzenloos is.’

Fahd Larhzaoui Beeld Rogier Alexander

Waar Schijn een coming-of-ageverhaal was, gaat Shirt uit, Fahd! een stap verder. Die titel heeft overigens een dubbele betekenis. Op dit soort heavy gayfeesten gaat het shirt vaak letterlijk uit, evenals de rest, maar in dit geval gaat het ook over het blootgeven van de ziel. Theater als therapie, een openbare plek om de diepste twijfels te uiten en met het publiek te delen. Dat is interessanter dan een door anderen bedacht personage spelen, vindt Larhzaoui. ‘Toen ik Nas (Nasrdin Dchar, een van zijn beste vrienden, red.) zag in zijn voorstelling Oumi over zijn moeder, raakte mij dat zo en ik dacht: als hij dat kan, kan ik het ook. Ik zei tegen hem dat ik iets met mijn eigen verhaal wilde doen en hij gaf me het nummer van de directeur van Theater Bellevue. Toen is alles zo’n beetje gaan rollen.’ 

Bedreigingen vanuit de Marokkaanse of moslimgemeenschap vanwege zijn openbare coming-out heeft hij niet gehad. Daar is hij ook nooit bang voor geweest, ondanks dat zijn nichtje hem vroeg of-ie gek geworden was, of hij graag een kogel door zijn kop wilde. Gelovig noemt hij zich nog steeds, hoewel niet meer praktiserend. De vraag of hij na zijn mentale bevrijding gelukkiger is geworden, vindt hij lastig te beantwoorden. De grote liefde heeft hij vooralsnog niet gevonden, ook op die feesten niet.

‘Natuurlijk hoop ik daarop, dat ik die ene persoon ontmoet en dat de liefde van beide kanten komt. Dat we samen oud kunnen worden. Jazeker, zo romantisch ben ik wel, en ouderwets misschien: huisje-boompje-beestje – dat heb ik van huis uit meegekregen. Ik weet dat ik heel intens ben in de liefde. Ik ben een soort zwaan: als een zwaan een partner vindt, is dat voor het leven. En als die partner sterft, blijft de zwaan voor de rest van zijn leven alleen. Daarmee vergelijk ik mezelf.’ Hij strijkt over zijn hart. ‘Als het hier klopt, ben ik gelukkig.’ 

Shirt uit, Fahd!, 14-16/2 (première 15/2) De Toneelschuur, Haarlem, daarna tournee.

Waar Fahd Larhzaoui vooral naar een uitweg uit zijn eenzaamheid zoekt, bezingt collega en goede vriend Nasrdin Dchar in zijn nieuwe theatersolo Ja de zegeningen van de liefde. Ook deze voorstelling gaat volgende week in première (14/2, Stadsschouwburg Amsterdam). In Ja gaat Dchar op zoek naar wat een huwelijk tot een goed huwelijk maakt. Na voorstellingen over zijn moeder (Oumi) en vader (Dad) gaat Dchars nieuwe solo vooral over zijn vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden