Voor 15 euro per maand hoeft u nooit meer naar de fietsenmaker

Abonnementsfiets rukt op in studentensteden

Het aantal Nederlanders met een fietsabonnement neemt snel toe, vooral in de Randstad. Wat verklaart de populariteit van deze fietshuurdienst?

Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Swapfiets, dat drie jaar geleden werd opgericht door een vriendengroep van oud-studenten uit Delft, timmert met bijna 33 duizend gebruikers in achttien steden (zestien in Nederland en twee in België) flink aan de weg. Het bedrijf is veruit de grootste aanbieder van abonnementsfietsen. Het huren van een omafiets met kenmerkende blauwe voorband kost 15 euro per maand, en 12 euro voor studenten. 

Verwar de Swapfiets niet met een leasefiets of deelfiets, benadrukt Swapfiets-directeur Steven Uitentuis. ‘Aan een leasefiets zit vaak een huurcontract van vier jaar vast en een deelfiets deel je met andere gebruikers. Van een Swapfiets heeft alleen de abonnementshouder een fietssleutel.’ 

Volgens Uitentuis is de opzegtermijn van een maand een belangrijke factor in het succes van Swapfiets. Abonnementsdiensten spelen in op de behoefte van mensen aan zekerheid en gemak. Swapfiets repareert of vervangt de meeste kapotte fietsen die huurders binnenbrengen binnen twaalf uur. Klanten hoeven volgens Uitentuis daarom nooit naar de fietsenmaker. De Swapfiets heeft een dubbel slot (ketting en ringslot) en zou door zijn opvallende uiterlijk (felblauwe voorband) minder aantrekkelijk zijn voor fietsendieven (beweert Uitentuis). Als de fiets toch wordt gestolen, krijgt de huurder voor vier tientjes een nieuw exemplaar. Mits hij kan aantonen (door zijn fietssleutel te laten zien) dat de fiets op slot stond toen de dief toesloeg.

‘Dat is ideaal’, vertelt Butet Tamba (27) in de kleine pop-upwinkel van Swapfiets in Utrecht. ‘Mijn eigen fiets werd minstens drie keer per jaar gestolen. De 15 euro die ik nu maandelijks betaal, haal ik eruit omdat ik nu geen nieuwe fietsen meer hoef te kopen.’ Ook student Road Neuteboom (24), die de winkel inloopt met een knalrode, kapotte Swapfiets, heeft een financiële afweging gemaakt. ‘De tijd die het mij kost een fiets te repareren, is ook geld waard. In vergelijking met een eigen fiets is een abonnement maar iets duurder en het scheelt mij kopzorgen.’

Budgetvoorlichtingsinstituut Nibud snapt dat mensen graag wat meer betalen voor service, maar wijst erop dat klanten aan het einde van de maand niets terugkrijgen als zij geen (reparatie)kosten hebben gemaakt. Een woordvoerder: ‘Stel dat je als student vier jaar lang een Swapfiets-abonnement hebt, dan ben je aan het einde bijna 600 euro kwijt. Het is de vraag of je dat ook betaald zou hebben voor een goede tweedehands fiets die af en toe naar de fietsenmaker moet en die een keer gestolen wordt’. 

Vier jaar doen met één of twee stadsfietsen: dat lukt maar weinig mensen. Twaalf euro per maand betalen voor een Swapfiets met bijbehorende garanties is volgens consumentenvoorlichter Kees Bakker van de Fietsersbond daarom een goede keuze voor studenten. Bakker testte de fiets onlangs en spreekt van ‘een prima, maar vrij simpele fiets die echt voor de stad bedoeld is’. Wie lang met zijn fiets wil doen en/of grotere afstanden wil afleggen, kan volgens hem beter een ander model kopen.

De Fietsersbond hoopt dat de opkomst van fietsabonnementen ook het aantal zwerffietsen in de grote steden vermindert. Gemeenten knippen wrakken weg en vissen ze uit grachten; tijdrovende werkzaamheden die de samenleving volgens schattingen zo’n honderd euro per opgeruimde fiets kosten. Het achterhalen van de eigenaren van zogeheten weesfietsen is bovendien lastig. Abonnementsfietsen die om welke reden dan ook in het gemeentedepot belanden, zijn eenvoudiger te herleiden naar de verhuurder en daarmee naar de gebruiker, redeneert de fietsvereniging.

Het is nog te vroeg om te voorspellen of de abonnementsfiets een tijdelijk fenomeen is of een nieuw tijdperk inluidt. Swapfiets-directeur Uitentuis gelooft heilig in dat laatste (‘We gaan van bezit naar gebruik’, filosofeert hij over de samenleving van morgen) en mikt dit jaar op duizenden nieuwe gebruikers. Volgens Kees Bakker van de Fietsersbond werkt het verdienmodel van verhuurders goed in de stad omdat daar veel klanten dicht bij elkaar wonen, maar is het buiten de steden ‘een stuk ingewikkelder en duurder om bijvoorbeeld snel reparaties uit te voeren’. Zolang daar geen oplossing voor komt, verwacht hij niet dat half Nederland straks op een abonnementsfiets rijdt.

Meer over