Vonnis ontkent politiek motief

In de ontkenning dat het verkiezingsproces onherstelbaar is beschadigd ligt de grote zwakte van het vonnis tegen Volkert van der G., oordeelt Gerard Spong....

Het vonnis van de Amsterdamse rechtbank tegen Volkert van der G. van achttien jaar gevangenisstraf heeft veel weg van een Salomonsoordeel.

De rechtbank moest kiezen tussen de door de officier van justitie geëiste levenslange gevangenisstraf en een tijdelijke gevangenisstraf van twintig jaar. De opgelegde gevangenisstraf van achttien jaar ligt daar ruim onder.

Een zodanige straf voor een enkelvoudige moord inclusief de overige feiten is echter zeldzaam. De rechtbank heeft humanitaire overwegingen het zwaarst laten wegen. Vooropgesteld moet worden dat de levenslange gevangenisstraf werd ingevoerd ter vervanging van de doodstraf.

Ook ten aanzien van de levenslange gevangenisstraf werd door de wetgever erkend dat daartegen gewichtige bezwaren kunnen worden aangevoerd. Nochtans werd zij in het wetboek opgenomen doch alléén als straf op 'aanslagen tegen het organisme van den staat of tegen 's menschen leven'.

Uit het uitvoerig gemotiveerde strafmaatoordeel blijkt hoezeer de rechtbank heeft geworsteld met enerzijds het standpunt van de officier van justitie en anderzijds het standpunt van de verdediging. Die betoogde dat de strafoplegging gelijk moest zijn aan de gemiddelde strafmaat in moordzaken, variërend van twaalf tot vijftien jaar gevangenisstraf.

De rechtbank maakt allereerst korte metten met door de verdediging aangevoerde strafverminderende omstandigheden. Cameraobservatie, uitlatingen van politici en aantasting van de verklaringsvrijheid van Van der G. wegens de aanhouding van zijn vriendin werden door de rechtbank niet als strafverminderende omstandigheden aangemerkt. En terecht, want het was spijkers op laag water zoeken.

Het meest interessante deel van de strafmotivering ligt in de overwegingen waarom geen levenslange, maar een tijdelijke gevangenisstraf moest worden opgelegd. Alsof de rechtbank weerstand wenste te bieden aan de hete adem van de samenleving in haar nek, vangt zij aan met het uitgangspunt dat gepoogd zal moeten worden om een rechtvaardige straf op te leggen die meer is dan het tegemoetkomen aan de in onze samenleving wel gehoorde roep om (ultieme) vergelding.

Met levenslange gevangenisstraf moet volgens de rechtbank terughoudend worden omgesprongen. Oog moet worden gehouden voor andere doelen dan vergelding, aldus de rechtbank.

Op zich is dit alles gelet op de wetsgeschiedenis een valide redenering. Er zijn echter gevallen denkbaar waarin die wens naar ultieme vergelding prevaleert boven andere doelen. Ofschoon de rechtbank ondanks de uitvoerigheid van haar vonnis niet erg helder tot uitdrukking brengt welke andere strafdoelen tegen een levenslange straf pleiten, lijkt zij vooral het oog te hebben op de speciale preventie. Zij stelt immers vast dat het gevaar voor recidive niet aannemelijk is. Dergelijke prognoses behelzen meestal niet meer dan koffiedikkijkerij. Het Pieter Baan Centrum kan daarover meepraten.

Zeer opmerkelijk is het vonnis voor zover de rechtbank van oordeel is dat ontegenzeggelijk inbreuk is gemaakt op een zo belangrijk democratisch proces als de verkiezingen van 15 mei 2002, maar dat de moord het verkiezingsproces niet onherstelbaar heeft beschadigd. Dit is een onbegrijpelijk oordeel.

Ook onbegrijpelijk is het oordeel dat in dit proces niet is vast te stellen of en zo ja welke de gevolgen voor de LPF zijn geweest door de moord op haar politiek leider. Wie een politiek leider in verkiezingstijd van het leven berooft tast daarmee dat proces op onherstelbare wijze in het hart aan.

In een verkiezingsproces spelen politieke leiders immers een hoofdrol. Zij zijn bijkans politieke Madonna's. In de ontkenning dat het verkiezingsproces onherstelbaar is beschadigd ligt dus de grote zwakte van het vonnis.

Voorbijgegaan wordt verder aan de omstandigheid dat destijds de verkiezingscampagne noodgedwongen gedurende ruim een week en pal voor de verkiezingen is afgebroken. Ook dat is zonder twijfel een onherstelbare beschadiging van het verkiezingsproces geweest.

Aan de rechtbank kan worden toegegeven dat het moeilijk is vast te stellen in welke mate de moord gevolgen heeft gehad voor de LPF. Ten tijde van de moord op Pim Fortuyn en zijn LPF waren zij in de peilingen goed voor 38 zetels. Dat zijn er in de verkiezingsuitslag 26 geworden. Het is zeer aannemelijk dat de LPF door deze moord een gevoelige klap heeft gekregen door niet alleen minder zetels te vergaren, maar ook haar welbespraakte leider, die als geen ander in het parlementaire debat tegengas kon geven, te verliezen.

Inzoverre heeft de moordenaar zijn doel niet gemist. Als men toch eenmaal aannemelijkheidsoordelen in het vonnis bezigt, zoals ten aanzien van de kans op recidive, is het kwestieus en onbevredigend dat de rechtbank het niet heeft aangedurfd een relatie aannemelijk te achten tussen het vermoorden van een politiek leider en gegeven de peilingen de stembusuitslag. Ook dit maakt het vonnis onevenwichtig en kwetsbaar.

Last but not least, valt op dat de rechtbank is uitgegaan van het motief van Volkert van der G. Dat was een politiek motief. Hijzelf en zijn advocaten hebben breedvoerig betoogd dat dit motief door de media en politici is gevoed. Zelf verwoordde Volkert het als volgt: 'Het is algemeen bekend dat collega-lijsttrekkers ook wel vergelijkingen maakten. Fortuyn zou je kunnen vergelijken met bepaalde nationaal-socialistische politici.'

Door tegen deze achtergrond uit te gaan van het door hem gegeven motief, heeft de rechtbank de klacht inzake het aanzetten tot haat een grote dienst bewezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden