Opinie

Von der Dunk: 'Jongensbesnijdenis en Shariaraad zijn zielsverwant'

Kon Hirsi Ali zolang het om vrouwen in Afrika ging in Nederland nog op brede sympathie rekenen, toen zij de veel wijder verbreide praktijk van jongensbesnijdenis aan de kaak stelde, was plotseling de wereld te klein. Van onze pik blijf je af, zo luidde de reactie - zegt Thomas van der Dunk.

Een jongetje wordt besneden in een Besnijdenis Centrum in Amsterdam. Beeld ANP

Als de VN binnen een week een vredesverdrag tussen Israël en Palestina rond willen hebben, dan moet Ban Ki-moon morgen dreigen bij het uitblijven daarvan wereldwijd de praktijk van jongensbesnijdenis te verbieden.

Al in het tv-programma Het Lagerhuis bleek dat tien jaar geleden zo'n beetje het enige onderwerp te zijn, waarop het joodse en het islamitische panellid, die altijd met elkaar overhoop lagen, het moeiteloos eens konden worden (religieus slachten was toen nog geen thema).

Ayaan Hirsi Ali had het taboethema aangekaard, als logische consequentie van haar campagne tegen vrouwenbesnijdenis: genitale verminking is genitale verminking, en besnijdenis van jongens is nauwelijks minder ingrijpend dan de lichtste van de drie bestaande vormen bij meisjes.

Medische wereld
Dat is ook de reden, waarom de medische wereld er zich steeds duidelijker tegen keert - daarin inmiddels gesteund door een rechtbank in Keulen, die met haar uitspraak opnieuw de discussie over dit zo heikele onderwerp heeft doen ontbranden, ook in de kranten bij ons.

Kon Hirsi Ali zolang het om vrouwen in Afrika ging in Nederland nog op brede sympathie rekenen, toen zij de veel wijder verbreide praktijk van jongensbesnijdenis aan de kaak stelde, was plotseling de wereld te klein. Van onze pik blijf je af, zo luidde de reactie, ook bij veel anderszins best verlichte joden en moslims.

Van 'onze' pik ja - maar dat 'ons' is nu juist de crux van de kwestie. Het gaat bij de betrokkenen namelijk niet om hún pik, maar om die van hun zonen - die zij kennelijk automatisch als verlengstuk van de eigen beschouwen. De Keulse rechter liet nadrukkelijk weten dat als iemand op volwassen leeftijd tot besnijdenis zou besluiten, dat geheel zijn goed recht was, maar dat de lichamelijke integriteit van onmondige kinderen vóór religieuze gebruiken gaat. En dat het recht voor iedereen geldt.

Zichtbaar markeren
Hier botst het moderne westerse rechtsdenken, dat sinds de Verlichting uitgaat van het individu en zijn individuele rechten, op een traditioneel niet-westers groepsdenken met een nadruk op groepsrechten, dat dientengevolge alle binnen de groep geboren baby's als automatisch behorend tot die groep claimt en als zodanig ook voor het leven zichtbaar markeren wil.

Dat laatste is niet alleen voor strenggelovigen het officiële godsdienstige argument, maar ook voor de minder streng gelovigen het officieuze sociale: wie niet besneden is, valt daarmee buiten de eigen kring, en heeft het dus moeilijk - automatische besnijdenis als een vorm van eigenbelang.

Soms wordt daaraan nog toegevoegd dat toch ook de doop bij Christenen (van de Doopsgezinden afgezien, die omwille van een bewust kiezen dit ritueel voor een latere leeftijd hebben gereserveerd) zo'n rite de passage vormt die door de desbetreffende baby zonder diens instemming wordt ondergaan, en dat niemand het daarover heeft.

Integriteit
Dat is waar, maar er bestaat natuurlijk wel een essentieel verschil: de doop vormt geen schending van de lichamelijke integriteit. Het valt van iemand ook niet af te zien of hij gedoopt is of niet. In dat opzicht vormde de introductie indertijd een wezenlijke vooruitgang qua beschaving.

Een gedoopte die op latere leeftijd uittreedt kan dat immers doen zonder dat iemand hem nadien in naakte staat als uitgetredene kan traceren. Een besneden voorhuid vormt daarentegen, vanwege het als ononomkeerbaar bedoelde karakter van de ingreep, net zoiets als indertijd het brandmerk van een slaaf: een teken des onderscheids dat de betrokkene zijn hele leven lang met zich meedraagt - waarvan zeventig jaar geleden de nazi's dan ook op gezette tijden dankbaar gebruik hebben gemaakt om joden te 'ontmaskeren'.

De huidige besnijdenisrel vormt de zoveelste kwestie, waarbij het moderne individuele rechtsdenken en het traditionele groepsdenken ten principale niet met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. Zeker omdat het omstreden atavistische gebruik (opnieuw) met een beroep op God wordt gelegitimeerd, en daarmee door de aanhangers dus buiten discussie wordt verklaard. Volgens de logica van de moderne rechtsstaat blijft het een verminking, die men hooguit kan men tolereren omdat men deze verminking daarvoor niet te ernstig vindt.

Deze botsing tussen twee denkwijzen herinnert aan de recente kwestie van de mogelijke introductie van shariaraden (die bij orthodoxe joden ook hun parallel kennen in rabbinale rechtbanken die er verwante opvattingen over de inferioriteit van de vrouw op nahouden). Ook daar botste het beginsel van het recht van het individu op dat van de rechten van de groep.

Geen bezwaar
Anders dan bij de jongensbesnijdenis ging het daarbij overigens wel om wat dan vrijwillige onderwerping door volwassenen heette, zodat sommigen er geen bezwaar in zagen deze toe te laten.

Maar dat laatste is natuurlijk tamelijk naïef. Want wat is vrijwilligheid, als de interne groepsdruk om je eraan te onderwerpen enorm is? En die ís enorm - dat is voor orthodoxe mannen juist de reden om zulke shariaraden in het leven te willen roepen, omdat zij anders hun controle verliezen. Natuurlijk zullen de betrokken vrouwen stellen dat zij zich daaraan vrijwillig onderwerpen: de vrije wil vormt in het westerse maatschappelijke discours nu eenmaal zo'n basisdogma, dat niemand openlijk zal erkennen iets niét uit vrije wil te doen. Het punt is, dat dat niet controleerbaar is.

Dat geldt overigens evenzeer voor SGP-vrouwen, die vrijwillig van hun rechten afzien. Daarmee is ook meteen het probleem voor Nederland gegeven: dat als we de vrijwillige SGP-praktijk tolerabel achten, we ook weinig argumenten hebben om vrijwillige shariaraden te verbieden. Hier wreekt zich de nationale wegkijk-erfenis van de Verzuiling: zolang U zich niet met mijn interne dwingelandij bemoeit, zeg ik ook niets over de Uwe.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en columnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden