Volwassener dan de volwassenen

Een generatiekloof, zoals in Schatjes? Nee hoor, de kinderen uit de nieuwste Nederlandse speelfilms willen graag dichtbij hun ouders zijn....

Het zusje van Katia rent van de ene slaapkamer naar de andere. Moeder en zus zijn ziek. Even zijn ze helemaal afhankelijk van de zorgen van het 13-jarige meisje. Heerlijk vindt ze het. Iets van Konsalik voorlezen voor moeder? O, daar roept Katia al weer! Die wil een glaasje water.

Het is een spelletje. Ze verzorgt lege bedden. Zus Katia en moeder zijn er niet echt. Sterker nog: ze laten zich steeds minder vaak zien in het flatje in het winderige Amsterdam-Noord. Haar Russische moeder, werkzaam in de prostitutie, meldt zich ’s ochtends en is amper aanspreekbaar voordat ze in slaap valt. En Katia, die is druk met een Italiaans vriendje en haar nieuwe baan in een stripclub.

Ouders maken er een zootje van in de Nederlandse speelfilm. De Russische dame uit Het zusje van Katia is niet de enige ontaarde ouder die in het aanbod van het Nederlands Film Festival te vinden is. Zo probeert messenwerper Willy in Calimucho zijn verdriet om zijn overleden vrouw te verdrinken met een mix van rode wijn en cola wat hem uiterst labiel maakt. ‘Papa is stout’, zegt zijn zoontje als hij ’s nachts bij zijn tante in bed kruipt. De vader in Onder de tafel herkent zijn eigen volwassen zoon niet meer: de hoeveelheid drank die pa naar binnen klokte tijdens de opvoeding veroorzaakte Korsakov.

Dat falende ouderschap in films is natuurlijk niet nieuw. Maar twintig jaar geleden kon er vooral flink gelachen worden om die gekke Nederlandse gezinnen. De grote bioscoophits, de zwarte komedies Schatjes! (Ruud van Hemert, 1984), Flodder (Dick Maas, 1986) en hun vervolgen, tonen twee verschillende soorten ontaarde ouders. De Gisberts uit Schatjes! lijken keurig, maar binnenshuis veranderen ze in monsters die elkaar en hun kinderen kapot proberen te maken. Slechte moeder par excellence, ma Flodder, is zo beschouwd eigenlijk helemaal niet zo erg. Ze is altijd braaf thuis, waar ma Gisberts liever met de tennisleraar flirt. En je kunt zeggen wat je wilt van het gekke vaderloze aso-gezin Flodder, maar als het erop aankomt gaan ze wel voor elkaar door het vuur. De burgermoraal op zijn kop: de keurig gemaaide gazonnetjes zijn een façade voor ellende; de aso’s doen stiekem wél aan opvoeding.

Waar Amerika scheidingsdrama Kramer vs. Kramer had, werden in Nederland de pijnlijke en relatief nieuwe problemen van die tijd zo met Schatjes! en Flodder stiekem weggelachen: de generatiekloof en het onvermogen te communiceren, het stijgende echtscheidingscijfer en opvoedingsproblematiek. Maar nu, ruim twintig jaar later, valt er nog weinig te lachen om de nieuwe maatschappelijke verhoudingen – in elk geval in de bioscoop. Adoptie- en stiefouders zijn inmiddels zo normaal dat het geen reden meer is voor pesterijen op het schoolplein. Een op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding en opvoeding is nog steeds een probleem – zo blijkt alleen al uit de onafzienbare stroom nanny-achtige programma’s op tv.

De blik op vroeger is bitter geworden. De gezinsperikelen van toen leveren de laatste jaren steeds navrantere films op. Vrijheid, blijheid? Diep (2005) van Simone van Dusseldorp maakte korte metten met de verworvenheden van de seksuele revolutie. In Skin (Hanro Smitsman) drukken in 1979 het oorlogsverleden en het onvermogen te communiceren op Frankies relatie met zijn vader. Hij vlucht in het neonazisme. Generatiegenootje Cecile uit Wijster (Paula van der Oest) vindt het idee van een echtscheiding afschuwelijk. Ze geeft haar vreemdgaande vader een verlanglijstje mee, vlak voordat hij op 2 december 1975 in de trein stapt die later door Molukkers gekaapt zal worden. ‘Met jou naar de film. Met zijn tweeën dus’, staat erop. En ‘ik wil dat je ’s avonds weer gewoon thuis bent’.

Zo’n roep om aandacht had ook op de verlanglijstjes van eigentijdse filmkinderen kunnen staan. Op die van de 13-jarige Rosa uit Hoe overleef ik mezelf? (Nicole van Kilsdonk) bijvoorbeeld, wier moeder druk is met haar nieuwe echtgenoot en nieuwe baan. ‘Die redt zich wel’, denkt ze over haar puberdochter die ze zonder nadenken naar de andere kant van het land verhuist.

Of ze nu een bij- of hoofdrol spelen, in heden of verleden, kampen met grote of kleine problemen: het zijn allemaal kinderen die een chronisch gebrek hebben aan aandacht van hun ouders. En dat vinden ze ook érg. Niks jaren zestig-verzet of jaren tachtig-individualiteit meer: in films variërend van Tiramisu en Tussenstand tot Morrison krijgt een zusje zijn de werelden van ouder en kind niet strikt van elkaar gescheiden. De ‘filmkinderen’ vergeven en helpen. Boos worden ze zelden. In veel films stellen ze zich volwassener op dan hun ouders en soms nemen ze hun rol zelfs over.

Dat past bij de ontwikkelingspsychologie waarin loyaliteit van kinderen benadrukt wordt – een idee dat onder andere ontwikkeld is door psychiater Iván Böszörményi-Nagy en veel invloed heeft gehad op de Nederlandse hulpverlening. Ouders moeten het volgens die theorie wel heel bont maken, wil een kind zich distantiëren. Anders zijn ze altijd geneigd hun vader en moeder te verdedigen.

Het zijn de grenzen van die kinderlijke loyaliteit die bijvoorbeeld de film De fuik onderzoekt. Een vader van een streng gereformeerd gezin sleept, nadat zijn twee zoons al uit huis geplaatst zijn, zijn vrouw en vier dochters van camping naar camping. De braafste dochter, Simone, wil voorkomen dat het gezin uit elkaar valt. Maar ze zet steeds meer vraagtekens bij het gedrag van haar vader. Het vertrouwen wankelt. Maar inderdaad, veel te laat.

Het verschuiven van de rolverdeling krijgt in Onder de tafel van regisseur Sasha Polak en scenarioschrijver Bastiaan Kroeger meer gelaagdheid. Als zijn vader voor de zoveelste keer uit het ziekenhuis komt, moet de volwassen Jacob hem weer eens opvangen. Dit keer neemt hij hem mee naar het vakantiepark waar zijn vader zijn gezin vroeger mee naar toe nam. Een letterlijke rolverwisseling, extra benadrukt door het kinderlijke gedrag van de Korsakov-patiënt.

Maar naarmate de ‘vakantie’ vordert, wordt de rolverdeling minder eenduidig. Jacob geeft het gevecht tegen zijn vaders problemen op – hij doet het niet meer, dat helpen. Waar het weekend bedoeld was als confrontatie voor pa, verandert het in een manier tot identificatie voor Jacob.

Compassie hebben de makers wel met die vaders. Via Simones en Jacobs ogen zijn hun vaders zielige hoopjes mens. Geen types om tegen op te kijken, maar falende mannen. En zo kiezen de meeste filmmakers ervoor om – net als de kinderen in hun films – de worstelende ouders met vriendelijke blik te bekijken. Het zijn mensen van vlees en bloed, die domme keuzes maken. ‘Al mijn films gaan over het met mededogen neerzetten van mijn personages’, schrijft Mijke de Jong in haar toelichting bij Het zusje van Katia. ‘Deze film is een portret over vier vrouwen aan de onderkant van de samenleving waarbij alle karakters even liefdevol zijn neergezet, zonder daarover te oordelen.’

Interessant is dat – ongeveer zoals bij Flodder in de jaren tachtig – juist de ouders bij wie normaal gesproken een wenkbrauw zou worden opgetrokken het meest liefdevol worden neergezet. De liefste ouders uit het aanbod op het filmfestival zijn de ouders van Dunya – wier vader haar wil uithuwelijken – en van Desi – een voormalige tienermoeder, getrouwd met een illegale hondenfokker in trainingspak. De circuswereld in Calimucho lijkt misschien geen goede plek om op te groeien. Maar in tegenstelling tot al die keurige biologische film-ouders die het allemaal voor elkaar hebben, is Timo’s surrogaatmoeder, tante Dicky, in de eerste plaats bezig met zíjn welzijn. Moet ze hem alleen laten bij zijn drankzuchtige en rouwende vader of zichzelf de komende vijftien jaar blijven wegcijferen? Een goed antwoord is er niet.

Mensen oordelen gelijk, zegt Dicky. En dat vindt regisseur Eugenie Jansen ook: ‘Ik wil laten zien dat sommige keuzes zo ingewikkeld zijn dat ze niet te maken zijn. Dat er geen moreel oordeel geveld kan worden, vind ik heel belangrijk.’

Door geen stelling te nemen, riskeren de filmmakers vrijblijvendheid of navelstaarderij, maar ze sluiten ook aan bij de maatschappelijke discussie. De actualiteit is immers even ambivalent: aan de ene kant moet het gezin volgens Balkenende de hoeksteen van de samenleving zijn, aan de andere kant bleek bijvoorbeeld uit de moord op peuter Savanna (2004) en kleuter Rowena Rikkers (2003) dat de thuissituatie niet automatisch de beste optie hoeft te zijn voor een kind. Het kabinet besloot in juli van dit jaar dat ook kinderen met relatief lichte problemen onder toezicht gesteld kunnen worden en dat ouderlijk gezag in bepaalde gevallen kan worden beëindigd zonder instemming van de ouders.

Kinderen moeten soms dus worden beschermd tegen hun eigen vergevingsgezindheid. En dat is een conclusie die je ook zou kunnen trekken na het zien van de Nederlandse speelfilms. Met hoeveel compassie die ouders ook geschetst worden, veranderen doen ze niet.

Neem het zusje van Katia. Voordat Mijke de Jongs 13-jarige, naamloze hoofdpersoon terugkeert naar de lege flat, zwerft ze door de stad. Gaat wat onhandig bij groepjes volwassenen staan bij een eetkraampje. Lacht mee om hun gesprekken. Loopt achter stewardessen aan en beroert stiekem even hun haar. Aait een hondje. Dan kan het gedrag van moeder en zus nog zo begrijpelijk zijn in het licht van al hun Grote Problemen. Maar het blijft vooral de verwaarlozing die Mijke de Jong schetst die het hart ineen doet krimpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden