Voltaire

In september 1870 vallen vijfhonderd duizend Duitsers Frankrijk binnen. Om de gewonde soldaten te verzorgen hebben de Zusters van Liefde een noodhospitaal ingericht in de vestibule van het Théâtre français in Parijs....

ED SCHILDERS

Veuillot had waarschijnlijk nooit iets substantieels uit het werk van Voltaire gelezen, maar dat geeft niet. Voltaire's reputatie was al bij zijn leven zo stevig verankerd in de sfeer van legenden, schandalen, anekdotes en citaten dat het gevaar al lang niet meer bewezen hoefde te worden. Veuillot maakte daar gebruik van en honderden beschermers van jeugd, zeden en samenleving deden het hem voor en na.

France Guwy opent haar boek Voltaire, Help! (Balans; ¿ 32,50) met een citaat dat als geen ander kan verklaren waarom katholieken (en heel wat protestanten) Voltaire bijna twee eeuwen lang zijn blijven haten. Het is een fragment uit Over het vreselijke gevaar van de lectuur (1765): 'Om de gelovigen tot godsvrucht op te wekken en voor het heil van hun zielen, verbieden we hen, op straffe van eeuwige verdoemenis, ooit een boek te lezen.' Wie ook Stendhal's De Chartreuse van Parma bij de hand heeft, moet nu eens de eerste pagina opslaan: daar staat de echo van de geciteerde passage van Voltaire; Stendhal koppelt het leesverbod daarna meteen aan het betalen van tienden (belastingen) aan meneer pastoor. Blader nu naar pagina 119 van Guwy's boek en lees daar het conflict dat Voltaire had met een misdadige pastoor over het betalen van tienden.

De tegenstanders van Voltaire hebben altijd goed begrepen dat juist daar het grote gevaar schuilt: een schrijver zal te gelegener tijd overlijden, maar zijn gedachten zullen doorgegeven worden. En wat Voltaire betreft, die was niet alleen leesvoer, maar ook gespreksstof. Daar had hij met zijn verfijnde gevoel voor public relations wel voor gezorgd.

De biografische anekdote over Voltaire die bij zijn tegenstanders anderhalve eeuw lang favoriet is geweest om hem te kleineren, betreft zijn sterfbed. Guwy volgt een versie die me betrouwbaar lijkt. Tot op het laatste moment heeft de geestelijkheid getracht Voltaire over de drempel van de hemel te trekken. Begrijpelijk, want van katholieke zijde zijn bekeerde schrijvers altijd benut voor de public relations van de hemel. Het is hun niet gelukt, maar Voltaire is ten slotte toch in gewijde aarde begraven. We zien hem glimlachen; tandeloos en uitgemergeld kon hij eigenlijk ook niet anders.

'Als een lafaard, huilend en sidderend' zou hij gestorven zijn, schreef een zekere De Lassagnac in 1867, en Gustave Flaubert noteerde deze passage ten behoeve van het komisch duo Bouvard en Pécuchet. Voor die ultieme weigering heeft Voltaire nooit de absolutie gekregen. Lamettrie, Boulainvilliers, Boulanger, Maupertuis, Montaigne, ze hebben zich bekeerd, schrijft de bisschop van Troyes in 1826 (Weetensweerdigste byzonderheden van het leven en de dood van Voltaire), maar niet Voltaire. 'Den oorlog, de pest, den hongersnood hebben nooyt aen de maetschappy zoo véél kwaed veroorzaekt als de penne van deezen aenlokkenden schryver nog daegelyks doet.' En dat was precies wat de Zusters van Liefde eigenlijk ook vonden, in 1870.

Voltaire is, uiteraard, uitgemaakt voor alles wat niet deugen wil, maar de mooiste kwalificatie is die van een jezuïet in het tijdschrift L'Ami des livres (1864): 'Voltaire is niemand.'

Ik zou zeggen: lees het boek van Guwy dan maar eens.

Ed Schilders

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden