Volmaaktheid

Laatst las ik een bijzonder mooi stukje van Kees Fens over de saaiheid van het volmaakte. Als voorbeeld hanteerde hij de tennisser Roger Federer....

Martin Bril

In hetzelfde stuk haalt Fens een gedicht aan van Martinus Nijhoff, een dichter die in een aantal van zijn mooiste gedichten aan de volmaaktheid weet te ontsnappen. Juist daarom, betoogt Fens, zijn ze zo mooi. Een van de voorbeelden die hij noemt is het gedicht Het kind en dat begint zo:

Ik zou een dag uit vissen,

ik voelde me moedeloos.

Ik maakte tussen de lissen

met de hand een wak in het kroos.

Onmiddellijk nadat ik deze regels had gelezen, wilde ik mij naar de waterkant spoeden om een hengeltje uit te gooien, maar het regende, of er stonden wetten in de weg, of praktische bezwaren, en daarom nam ik de Verzamelde Gedichten van Nijhoff ter hand om te kijken hoe het gedicht verder gaat. Welnu:

Er steeg een licht op beneden

uit de zwarte spiegelgrond.

Ik zag een tuin onbetreden

en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel

te schrijven op een lei.

Het woord onder de griffel

herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,

zonder haast en zonder schroom,

al wat ik van mijn leven

nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even

knikte dat ik het wist,

liet hij het water beven

en het werd uitgewist.

Ik ben geen letterkundige, zoals Kees Fens, maar op mij komt dit gedicht toch behoorlijk perfect over. Zo argeloos als het begint, zo huiveringwekkend eindigt het, en in de tussentijd is het achteloos sprookjesachtig zonder kitsch te zijn. Ik zie, met andere woorden, zo snel niet wat er aan mankeert, waar de onvolkomenheid zit die het die extra glans zou moeten geven die nu eenmaal over alles hangt dat naar het perfecte neigt, maar toch net tekortschiet en daarom zo mooi en ontroerend is. Vandaar mijn vraag aan Kees Fens: zou hij in een volgend stukje die onvolmaaktheid in dit gedicht eens willen aanwijzen?

Dan nog een laatste woord over volmaaktheid. In de verkiezingsstrijd die nu langzaam op gang komt, treffen we ook een volmaakte kandidaat aan, een soort Roger Federer, maar dan van de politiek: Wouter Bos. Hij is werkelijk de man die alles kan, overal een antwoord op heeft, met jong en oud in discussie gaat, een iPod heeft, op Hyves actief is, een leuke jonge vader die zich suf sms’t, maar ook moeiteloos op een zeepkist uit de voeten kan. Zo bevlogen als hij kan speechen, zo glad is hij ook – en wie zijn oor links en rechts te luisteren legt, hoort dat het nu wel eens tijd wordt voor een mankementje, een zwak punt, een aandoenlijke onvolkomenheid. Daar zou hij menselijker van worden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden