Volmaakt amoreel in Los Angeles

Is Bret Easton Ellis een gedreven moralist, die niet moe wordt de gecorrumpeerde Amerikaanse samenleving een spiegel voor te houden en haar te wijzen op haar ledigheid, wreedheid en gewetenloosheid?...

Deze discussie wordt al gevoerd sinds Ellis in 1985 debuteerde met Less Than Zero, en bereikte een hoogtepunt toen drie jaar geleden zijn derde roman, American Psycho, werd gepubliceerd. In dit boek portretteerde Ellis de zesentwintigjarige Wall Street-yup Patrick Bateman: een oppervlakkige, kille, afgetrainde en UVA-gebruinde figuur die de wereld vooral interpreteerde in termen van Christian Dior, Bottega Veneta, Savoy, Armani, Versace, d'Orsay, Alan Flusser en andere tot de (nou ja, 'de') verbeelding sprekende merknamen.

Ter compensatie van zijn dodelijke saaiheid in het dagelijks leven, was Bateman echter toegerust met een bijzondere hobby. 's Avonds veranderde hij in een efficiënte seriemoordenaar. Met een inventiviteit een betere zaak waardig bracht hij zijn - veelal vrouwelijke - slachtoffers op telkens andere maar immer gruwelijke manieren om het leven. De ontploffende borsten vlogen de lezer om de oren en menigeen die deze laat-twintigste-eeuwse variant op De Sade een tikkeltje te expliciet vond, legde het boek na enige tijd terzijde of schreef er een verontwaardigd stukje over.

Persoonlijk heb ik de vraag naar Ellis' drijfveren achter American Psycho en zijn andere boeken altijd betrekkelijk oninteressant gevonden. Om te beginnen puilt de wereldliteratuur uit van de goede boeken, geschreven door slechterikken. Maar belangrijker is dat een ethische boodschap zo vaak als smoes wordt gebruikt voor estetische tekorten. Ellis is, vooral in de discussie rondom American Psycho, door zijn voorstanders verdedigd op basis van morele argumenten. Het boek zou de werkelijkheid aan de kaak stellen, simpelweg door deze met meedogenloze nauwgezetheid te beschrijven.

Waren de personages oppervlakkig en eendimensioneel? Logisch, de moderne mens wàs immers oppervlakkig en eendimensioneel! Ging je over je nek van hun activiteiten? Maar natuurlijk, dat was juist de boodschap! Wierp je het boek halverwege walgend weg? Prima, want de wereld wàs ook walgelijk! Vond je het boek saai, stuitend, verontrustend, slaapverwekkend, misselijkmakend, ongeloofwaardig, ontluisterend? Weinig verwonderlijk, want het leven wàs immers zo.

Deze simplistische één-op-één visie op de relatie tussen werkelijkheid en literatuur lijkt niet alleen door zijn voorstanders, maar ook door Ellis zelf te worden gedeeld. In een interview met de Britse zondagskrant The Observer verklaarde hij onlangs: 'Het leven vertelt geen verhaal, waarom zouden boeken dat dan wel moeten doen?' Het klinkt als de echo van een kreet van Maarten 't Hart, wiens werk door Gerard Reve ooit een gebrek aan diepgang werd verweten. 't Harts verdediging: 'Maar het leven hééft helemaal geen diepgang' Met dit standpunt, dat de functie van de literatuur degradeert tot het domweg doorgeven van platte ervaringen, gespeend van elke reflectie, of het scheppen van enig verband, zou Truman Capote wel raad weten. Je hoort het hem al zeggen: 'This isn't writing. It isn't even typing. This is wordprocessing!'

Drie jaar na zijn moeilijk verteerbare, in New York gesitueerde litanie van merknamen en mega-geweld, keert Ellis terug naar de wereld van Less Than Zero.

In de verhalen van The Informers ontmoeten we opnieuw de verveelde, nihilistische generatie rijkeluiskinderen in het Los Angeles van de jaren tachtig, en soms ook hun ouders. De hoofdpersonen van sommige verhalen treden op als bijfiguren in andere, wat de bundel een zekere samenhang geeft. Die samenhang wordt versterkt door de telkens terugkerende thematiek, die in de flaptekst wordt samengevat als 'de dood van de ziel'.

Net als Ellis' vorige boeken wordt The Informers bevolkt met personages die de aandacht maar gedurende een betrekkelijk korte periode weten vast te houden. Maar omdat de verhalen gemiddeld maar zeventien pagina's lang zijn, is dat minder bezwaarlijk dan in American Psycho, waar de lezer vierhonderd pagina's lang zat opgescheept met Boring Bateman.

De dertien verhalen van The Informers zijn stuk voor stuk vignetten: korte schetsen van volmaakt amoreel levende mensen, niet gehinderd door zoiets als emoties. Hun dialogen zijn zo cool dat de thermometer ervan kapot gaat. Inhoudelijk voegen de verhalen weinig toe aan Ellis' oeuvre, maar sommige zitten technisch goed in elkaar en de beste verhalen uit de bundel roepen meer interesse of zelfs betrokkenheid op dan het ambitieuze American Psycho ooit vermocht te doen.

Het sterkste verhaal heet 'In the Islands' en gaat over een gescheiden vader die een halfhartige en vergeefse poging onderneemt het contact met zijn zoon te verbeteren, door hem mee te nemen op een vierdaagse trip naar Hawaii. Op ingehouden wijze, maar niet zonder inzicht, schetst Ellis de pijnlijk moeizame communicatie tussen de goedwillende vader en zoon, die elkaar niets te zeggen blijken te hebben, maar toch ledige woordsequenties op elkaar blijven afvuren.

Hoe weinig beider goedwillendheid een garantie is voor ook maar het minste wederzijdse begrip, blijkt wanneer vader - inmiddels danig aangeschoten - probeert aan te pappen met twee loslopende dames uit Chicago. Ze zijn tenslotte mannen onder elkaar, en hoe kan hun eensgezindheid beter worden onderstreept dan door samen achter de vrouwtjes aan te gaan? 'Odds look good. The odds look pretty good', voegt vader zoonlief samenzweerderig toe: de dames zijn wel in voor een avontuurtje. Ondertussen kwijnt zoonlief weg van plaatsvervangende schaamte, en de lezer met hem. Er zijn meer verhalen die de (altijd verstoorde) ouder-kind relatie tot onderwerp hebben en zij behoren tot de beste van het boek.

Hoewel Ellis in de meeste van deze verhalen teruggrijpt op de wereld van Less Than Zero heeft hij de verleiding van een enkel uitstapje richting American Psycho niet weten te weerstaan. In 'The Secrets of Summer' voert hij een vampier ten tonele, die zijn slachtoffers, in afwachting van het meer bloedige deel van hun samenzijn, Ethiopië-grappen vertelt. 'Wat is een Ethiopiër met sesamzaad op zijn hoofd? Een Quarter Pounder.' 'Hoe noem je een Ethiopiër die een tulband draagt? Een wattenstaafje.' 'Wat is bruin en vol spinrag? Een Ethiopische anus.' De lachers op zijn hand krijgen is nooit Ellis' sterkste kant geweest.

The Informers is een onevenwichtige bundel, die de indruk wekt dat Ellis niet goed weet welke kant hij op moet met zijn (ondanks alles aanwezige) literaire talenten. Een deel van de verhalen is geschreven. De rest is het produkt van wordprocessing.

Bret Easton Ellis: The Informers.

Alfred A. Knopf, import Van Ditmar, ¿ 33,55.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden