Volleybalploeg past slechts bescheidenheid

De grote tijden van het Nederlands volleybal schijnen voorbij. Wie de lange mannen van Bert Goedkoop pinksterzondag, bij het EK-kwalificatietoernooi, amechtig (0-3) zag falen tegen Spanje, zal zich hebben afgevraagd waar toch de ambitie en durf vandaan komen om uitvoerig te delibereren over het plaatsingstraject voor de Olympische Spelen van...

Van onze verslaggever John Volkers

Het zal de naar arrogantie neigende verhevenheid zijn, waarmee bevelhebber Selinger in de jaren tachtig zijn volleybaltroepen doordesemde. Wij zijn de besten, ons kan niets overkomen, zei hij tot en met het olympisch zilver van '92. Opvolger Alberda verfijnde in de jaren negentig dat superioriteitsgevoel, met olympisch goud als resultaat, maar bij Gerbrands en nu weer Goedkoop - Amsterdamse bluf van de eerste orde - stemt die hoogdravendheid niet meer overeen met de realiteit.

Wie bondscoach Goedkoop zondag hoorde orakelen over zijn doelstelling voor het WK ('Nederland gaat in Argentinië voor een plaats bij de beste acht'), zal gedacht hebben dat enige bescheidenheid na zulk een afstraffing als tegen de Spanjaarden op zijn plaats was geweest. Misschien achtte Goedkoop zich al bescheiden genoeg door niet van podiumplaatsen te spreken.

Wat de bondscoach wel goed deed, was de Spanjaarden te prijzen. 'Zij speelden vandaag als een Europese topper.' De Iberische ploeg was op de Olympische Spelen van Sydney en op het WK van 1998 nog een el of wat te klein voor de lange Nederlanders, maar de rollen lijken langzaamaan omgedraaid.

De Spaanse coach Hervas was zo slim om de zege op de oud-olympisch kampioen nog eens uit te vergroten door te spreken van een overwinning op een land met een grote volleybalcultuur. 'Uw team is een van de beste van de wereld', zo begon hij zijn nabeschouwing.

Hij kreeg er geen handen voor op elkaar. Wantrouwen was zijn deel. Daarna begon de Spanjaard omstandig uit te leggen dat de geschiedenis de naam van een volleybalploeg bepaalde en dat Nederland daarom toch heus een grote volleycultuur had. Wel moest hij toegeven dat de coulisse van achthonderd toeschouwers in het Topsportcentrum daar het bewijs van leverde.

Het thuisvoordeel leek deze keer zeker geen voordeel voor de Nederlanders. Volgens Goedkoop was echter alleen al de omstandigheid dat er niet gereisd hoefde te worden, eten en slaapplaatsen vertrouwd waren, een plus in de voorbereiding op het toernooi dat winnend afgesloten had moeten worden. Dat zat er zondagmiddag niet in. De tweede ronde, met dezelfde landen volgend jaar in Slovenië, zou de redding nog kunnen vormen. Ook de twee beste nummers twee gaan door naar de EK-eindronde 2003 in Duitsland, zo troostte Goedkoop zich.

Hij zal dan toch echt op korte termijn de beschikking moeten krijgen over jonge spelers die waarlijk doorbreken. Nederland beschikte tegen Spanje feitelijk over een eenmansaanval. Diagonaalaanvaller Schuil deed zijn werk naar behoren, zonder briljant te zijn. De tweede beste aanvaller, de teruggehaalde oude held Olof van der Meulen, zat op de bank en in de wedstrijd was het nut van diens aanwezigheid niet zichtbaar. Goedkoop zei dat de jonge spelers in de kleedkamer en de trainingszaal geprofiteerd hadden van Super-Olof, de beste speler van de nationale competitie.

Het lijkt duidelijk dat Nederland niet langer beschikt over absolute topspeler. Ooit was het midden, met Bas van de Goor en Henk-Jan Held en voordien het koppel Zoodsma-Posthuma, een sterk bezette sectie van de nationale ploeg.

Daar is met de wisseling van de wacht door Mike van de Goor en Sander Olsthoorn - de nummers 56 en 61 van de eredivisieranglijst van het voorbije clubseizoen - niets meer van over. Goedkoop noemde zijn middenblokkeerders hoogst cryptisch de beste van de wereld. Hij bedoelde de beste die hij mag selecteren. 'Daar gaan we het mee doen', sprak hij gespeeld nonchalant.

Middenspelers tellen in het nieuwe door service overheerste volleybal van de 21ste eeuw nauwelijks meer mee. Steekballen op hoogspringende middenmensen zijn uit de tijd en bijkans onmogelijk. Er wordt louter aan de zijkant gebeukt en op die posities had Nederland zondag last van de prestaties van de in Italië niet langer erg gewaardeerde veteraan Görtzen (reserve bij kampioen Modena) en de wankelmoedige Montichiari-speler Nummerdor. Gevoegd bij de matige ervaring van spelverdeler Nico Freriks - zijn tweede jaar zal lastiger blijken dan de frisse ouverture van 2001 - krijgt Nederland een heel lastig internationaal seizoen voor de kiezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden