Volle bak in kathedraal Shanghai

De droom van de aartsbisschop van Shanghai is na dertig jaar uitgekomen. Na de worsteling met de Culturele Revolutie surft religie mee met de zoektocht van Chinezen naar zingeving. De periode waarin alles wat naar religie rook verboden was, is achter de rug. Godsdienst zegeviert. Maar de staat ziet religie wel het liefst louter devoot en patriottisch. Peking wil niet dat gelovigen zich ook bemoeien met politiek.

Het is volle bak in de Sint Ignatiuskathedraal, op de adventzondag voor Kerst. De bourgondisch ronde gestalte van bisschop Jin Luxian loopt kwiek door het gangpad langs het altaar, in weerwil van Jin’s 91 jaren. Glimlachend knikt hij naar de houten banken vol gelovigen, terwijl het koor een gevoelig in het Chinees gezongen ‘Jesu’ inzet, begeleid door ijle pianoklanken.

Een volle kerk – zo ziet hij het graag, de hoogbejaarde aartsbisschop van Shanghai. Hardop zal Jin het niet zeggen, maar dertig jaar geleden had hij er waarschijnlijk alleen maar van durven dromen. Toen worstelde China zich net los van de Culturele Revolutie, de duistere periode toen alles wat naar religie rook verboden was en moest worden vernield.

De Sint Ignatius was in die tijd een door de Partij gevorderde voorraadschuur voor rijst. Mao’s Rode Gardisten hadden in hun communistische beeldenstorm alle gebrandschilderde ramen van de kerk, begin vorige eeuw gebouwd onder leiding van Franse Jezuïeten, systematisch kapot geslagen. Jin zelf werd afgevoerd naar het platteland, voor een brute heropvoeding.

Je kunt hem een religieuze overlever noemen, deze hoogbejaarde prelaat. Als 16-jarige jongen trok hij in 1932 in Shanghai naar het seminarie, hij studeerde theologie in Rome en keerde in 1951 terug naar het inmiddels communistische China. Nadat de ban op religie eind jaren zeventig was opgeheven, nam hij in 1982 de leiding van de opnieuw begonnen priesteropleiding in Shanghai.

En kijk hoe zijn kathedraal er nu bij staat. Er staat een torenhoog nieuw, qua bouwstijl nogal detonerend bisschoppelijk paleis naast, en binnen in de Sint Ignatius komen de gebrandschilderde ramen weer terug. Ze verspreiden een warm licht door het schip en de zijbeuken.

Alle ramen worden de laatste jaren geleidelijk hersteld in hun oude glorie door een met hulp van het Vaticaan opgeleid ploegje nonnen. Het ontwerp van het nieuwe glas-in-lood is anders dan vroeger: de gezichten van de bijbelse personages die worden afgebeeld hebben nu Chinese trekken in plaats van Westerse.

Het mag een beetje symbolisch heten voor de verhoudingen waarmee de katholieke kerk en alle andere religies in China te maken hebben. Formeel is er vrijheid van godsdienst – het staat zelfs in de Chinese grondwet, maar het is vrijheid in gebondenheid. De staat houdt via speciale commissies voor de vijf hoofdreligies – boeddhisme, taoisme, islam, protestantisme en katholicisme – nauwlettend in de gaten wat er zoal groeit en bloei in de tempels, moskeeën en kerken van het land. Er wordt geen bisschop, lama, imam of dominee benoemd zonder toestemming van boven. En boven, dat zit in China in Peking, niet elders.

Over het staatsmanagement van de circa 165 miljoen gelovigen die het land tegenwoordig telt -ruim 10 procent van de bevolking- is goed nagedacht. De regering in Peking wil absoluut niet dat de religie zich met politieke zaken bemoeit. Gelovigen mogen zich bezig houden met bidden en liefdadigheidswerk, van klinieken tot scholen, maar alles wel onder toezicht van de partij.

Politieke concurrentie van de kerk wordt absoluut niet gewenst – wie niet gehoorzaamt kan worden opgepakt of erger.

President Hu Jintao zei het deze maand nog duidelijk op een speciale zitting van het Politbureau van de communistische partij: geloven staat vrij, mits je je maar aan de wet houdt en een goede patriot bent. De kerk die respect toont voor staat en partij zal ook respect terugkrijgen: zulke gelovigen kunnen rekenen op overheidssteun, aldus Hu, omdat ze een bijdrage leveren aan de door de leiding gepropageerde ‘harmonieuze samenleving’.

Het is een religieus regime dat voor het gros van de kerkgangers in China geen probleem lijkt te zijn. Net als in het dagelijks leven heb je je in het geloofsleven enigszins te schikken naar de richtlijnen van de eenpartijstaat, en daar hebben de meeste Chinezen mee leren leven.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Peking houdt Tibetaanse monniken scherp in de gaten, omdat die naar de Dalai Lama kunnen neigen. In katholieke kring is er een ondergrondse beweging van onbekende omvang die de Paus als autoriteit verkiest boven de Partij, een keuze die soms tot arrestaties leidt van dissidente pastoors.

In het verre westen van China, bij de grens met Afghanistan, zijn ook radicale moslims door de veiligheidstroepen gedood. En er is natuurlijk de Falun Gong, een sekte die door Peking hard is onderdrukt, omdat de autoriteiten er de kiem van een religieus geinspireerde tegenbeweging in bespeuren. Falun Gong-aanhangers beschuldigen de Chinese politie al jaren van meedogenloze folteringen, soms met de dood tot gevolg.

Maar de meeste gelovigen in China verlangen van de kerk niet meer dan een beetje beschutting en inspiratie in de harde commerciële samenleving die hun land de laatste tien, twintig jaar is geworden.

‘Ik wil rust en bezinning vinden, het leven is vol stress’, zegt Huang Zhiqian, een jonge vrouw die na afloop van de adventdienst nog een tijdje in de Sint Ignatius blijft zitten. Ze werkt als producer bij een televisiebedrijf. Het is de derde keer dat ze naar de kathedraal komt, samen met een Singaporese college. Ze heeft een dvd gekocht met een Chinese versie van het Requiem. ‘Het helpt me bij de verwerking van de dood van mijn moeder.’

Haar collega vertelt enthousiast over de katholieke datingsites die er tegenwoordig zijn. ‘Een vriendin van me heeft zo een katholieke man in Nederland gevonden, die woont nu daar.’

Een studente vertelt dat de protestanten nog actiever zijn. Die hebben netwerken op universiteiten, waar ze ‘fruit plukken’, zoals de bekeringsactiviteiten heten. Ze houden lezingen over zaken als werk, liefde en dating. Je krijgt er dingen te horen als ‘Wanneer je een baan zoekt, maak je dan niet te veel zorgen als het niet meteen lukt, want God heeft een plan voor je. Volg God, en het komt goed’, vertelt ze.

‘Ik heb veel kennissen die erbij gaan. Ze vinden het cool omdat het uit het westen komt. Maar of ze echt protestant blijven over een paar jaar, dat betwijfel ik.’

Maar ondertussen surft de religie soepel mee in de zoektocht van China’s burgers naar zingeving. Naast de poort van de Shanghaise kathedraal blijkt een nieuwe kerkwinkel geopend. Bidprentjes kosten een dubbeltje, een stevige rozenkrans doet omgerekend twee euro. De vitrines bieden naast ansichtskaarten en een keur aan kruisjes ook kerststallen in oplopende maten, diverse aardewerken heiligen, zelfs een glimmend verguld wierookvat plus wijwaterkwast en emmertje – alles Made in China.

Ook de kerkkalenders voor 2008 ligt in het schap. Het is een fraai traditioneel werkstukje met veel bekende zoete heilige gezichten op de maandpagina’s. Op het omslag staat het motto voor het nieuwe jaar. ‘Bid voor de Olympische Spelen’. Precies zoals het hoogste gezag in Peking de kerk in China graag ziet: devoot en patriottisch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden