Volkspartij van het nieuwe land

Ooit werd de naam smalend uitgesproken: Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Maar in veel forensengemeenten is de VVD inderdaad de partij van het volk geworden....

'Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was bouwvakker, mijn ouders stemden PvdA, dat zat er gewoon in bij die mensen. Maar als je een eigen huis koopt, is het ergens wel logisch dat je VVD gaat stemmen. Ik denk dat mijn ouders dat ook wel vinden', zegt VVD-lid Krista Hofman (27).

Ze werkt in Amsterdam als commercieel medewerkster bij een Zweeds bedrijf. 'Relaties met klanten onderhouden, administratie, een stukje logistiek.' Wonen doet ze 25 kilometer verderop, in Almere. 'We hikten er wel een beetje tegenaan om daar naar toe te gaan', zegt ze. 'Maar ja, in de rest van de Randstad zijn de huizen enorm duur. Nu bevalt het heel goed. Je hebt hier niet het geklets van een klein dorp, maar wel sociale controle. Je kijkt uit wat er rondloopt in de buurt. Als de kinderen van vijf huizen verder iets uithalen, zeggen we er wat van. Er wordt gewoon opgelet, maar wel in het leuke. Het zijn allemaal mensen die werken, dus ieder gaat ook zijn eigen gang.'

De nieuwe stad in de polder is een groot succes geworden. In 1976 kwamen de eerste bewoners; op 28 maart 1994 werd Melanie Huijbers ingeschreven, de honderdduizendste inwoner van Almere. In de zandvlakten rond de stad wordt nog druk doorgebouwd. In 2005 moeten er 180 duizend mensen wonen.

Voor veel inwoners staat Almere voor de vooruitgang die Nederland de afgelopen decennia heeft geboekt. Een ruime eengezinswoning met tuin, in plaats van een krap bemeten etage in Amsterdam of 'het nieuwe wonen' in de Bijlmermeer. Het is er groen, opgeruimd, en je kunt overal je auto parkeren. In het centrum zelfs gratis. Almere is een van de meest hond-rijke gemeenten van Nederland, en Prénatal heeft er zijn grootste showroom. Onder een futuristisch dak schuilt 'DoeMere', een enorm complex van doe-het-zelf-zaken en woninginrichters. Ook in ander opzicht is Almere een hoogst moderne gemeente: slechts 3 procent van de inwoners heeft een kerkelijke achtergrond.

DE VVD is immens populair in het nieuwe land. Bij de Statenverkiezingen kwamen de liberalen uit op een score van 39 procent. Nog geen tien jaar geleden haalde de PvdA hier bijna de helft van de stemmen. Ook in de andere forensengemeenten rukt het woonerf-kapitalisme op. De Haarlemmermeer (39 procent VVD), Purmerend (37 procent) Hoorn (31 procent) en Lelystad (31 procent) vormen een 'blauwe gordel' rond Amsterdam.

Toch is Almere allerminst een villadorp als Wassenaar of Rozendaal. Slechts 10 procent van de woningen bestaat uit vrije sector-koophuizen. De VVD werd altijd gezien als een partij voor tandartsen en advocaten - en kleine middenstanders, natuurlijk. Maar de vroeger zo sarcastisch uitgesproken naam, Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, berust steeds meer op een accurate weergave van de werkelijkheid. Evenals de Britse Conservatieven en de Amerikaanse Republikeinen hebben de Nederlandse liberalen een sterke aantrekkingskracht op de gewone burger met eigen huis en auto.

Het is nog te vroeg om te zeggen of de winst van de VVD structureel is, zegt de Leidse hoogleraar politicologie Rudy Andeweg. De VVD is sterk onder jongeren, die nogal mode-gevoelig zijn. Bovendien zal de PvdA bij de 'echte' Kamerverkiezingen haar campagnewapen Kok inzetten.

Maar uit onderzoek van Andeweg blijkt dat de VVD een uitstekende uitgangspositie heeft om voor langere tijd de grootste partij van Nederland te blijven. Haar 'natuurlijke achterban', de niet-kerkelijke middenklasse is enorm gegroeid, van 15 procent aan het einde van de jaren vijftig naar 54 procent nu, staat in het binnenkort te verschijnen boek De Nederlandse kiezer 1994 (DSWO Press, Leiden). Dat verklaart volgens Andeweg ook waarom de liberalen, weliswaar met forse schommelingen, steeds sterker geworden zijn.

De 'natuurlijke achterban' van de PvdA, de niet-kerkelijke arbeidersklasse, is daarentegen fors geslonken, van 33 procent in de jaren vijftig naar 21 procent in 1994. De 'massa' bestaat dus niet meer in de eerste plaats uit staalarbeiders en trambestuurders, maar uit computerprogrammeurs, verzekeringsagenten en bankemployés. Het 'volk' woont niet meer in de Schilderswijk of de Pijp, maar in Zoetermeer en Nieuwegein.

De onderkant van de samenleving heeft zich geëmancipeerd. Zoals Krista Hofman zijn de zonen en dochters van arbeiders gaan studeren. Tegenwoordig hebben ze veelal een witte-boordenberoep. Voor het eerst in de geschiedenis is er geen bevoorrechte minderheid die een misdeelde meerderheid onderdrukt, schreef de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith in The Culture of Contentment. Het is precies omgekeerd: de meerderheid is tevreden over haar maatschappij, terwijl een minderheid aan de 'onderkant van de samenleving' weinig politiek gewicht in de schaal legt.

VVD-leider Bolkestein heeft een boodschap die de middenklasse aanspreekt, denkt politicoloog Andeweg. Zijn standpunten over buitenlanders zijn daar slechts het meest opvallende onderdeel van. Ook zijn ideeën over ontwikkelingssamenwerking, de Europese Unie en buitenlands beleid passen in een gedachtenpatroon dat wel eens is omschreven als: 'Wij zijn malle Henkie niet'. We hebben geen zin onze eerlijk verdiende centen te spenderen aan economische vluchtelingen, geldverspillende projecten in corrupte Afrikaanse landen, laat staan aan die bureaucratische mammoet in Brussel.

'Ik wil niet dat ik gewoon werk, terwijl iemand anders z'n eigen rot lacht, omdat hij van een uitkering geniet en gewoon bijklust', zegt Krista Hofman. 'Zeker in het verleden is dat vaak gebeurd.'

VVD'ers zijn geen 'pure idealisten', zegt ze. 'Ik ben meer een realist. Idealist ben je op je veertiende.' Toen deed ze mee aan de heersende PPR- en PSP-mode op de middelbare school. Maar de discussie rond de kernwapens zette haar aan het denken. Waarom zou Nederland eenzijdig moeten ontwapenen?

Ook de verzorgingsstaat is in haar ogen gebaseerd op een al te optimistisch mensbeeld. 'Natuurlijk vind ik het ook vervelend als er faciliteiten worden afgebroken. Ik zit zelf in het ziekenfonds, ik moet ook meer gaan betalen. Maar er zijn zo veel mensen die er bij schnabbelen, of die niet echt recht op een uitkering hebben. Toen ik 16 was, kreeg ik 30 gulden voor een dag werken in de supermarkt. Maar er waren jongeren die een WW-uitkering kregen van 700 gulden. Die zeiden: dacht je dat ik voor 750 of 800 gulden ga werken? Voor die 100 gulden wil ik mijn vrijheid niet kwijt.'

Ach, die tegenstelling tussen het solidaire warme bad van links en het kille materialisme van rechts is toch achterhaald, verzucht VVD-lid Paul van Splunder (35). Zou de onderkant van de samenleving er nou echt op vooruitgaan, als de Partij van de Arbeid alleen aan de macht zou zijn? Het verschil tussen PvdA en VVD is vooral kiezersbedrog, zegt hij. De sociaal-democraten prediken de solidariteit, maar bezuinigen uiteindelijk even hard als de rest. De VVD heeft er tenminste nog een positieve boodschap bij. Een andere wereld, met zo veel mogelijk vrijheid en zo min mogelijk regels. Een wereld waarin ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen leven.

Van Splunder is leraar aan een meao in Amsterdam en woont in de nieuwe muziekwijk in Almere. In de Bob Marleystraat om precies te zijn, een zijweg van de Rolling Stonesstraat. Een mooi ruim huis, modern ingericht. Zo min mogelijk meubels en donkerrood marmoleum op de vloer. Eigenlijk is hij een stadsmens, zegt hij, maar in Almere is nog ruimte, ook voor zijn dochter van drie.

Vrijheid, dat vindt hij belangrijk. Vooral sinds zijn studie aan de lerarenopleiding in Utrecht, aan het begin van de jaren tachtig. Hij was er een van de weinige rechtse studenten. 'De sfeer was gewoon niet tolerant. Dat opdringerige, dat opleggerige, daar had ik een hekel aan. Als je in de kantine De Telegraaf zat te lezen, kreeg je meteen een etiket opgeplakt. Rechts, dus ook meteen racistisch, want dat speelde toen al. Als je géén spijkerbroek droeg, was je al rechts', zegt hij. In zijn klas zaten corpsleden die hun mond niet open durfden te doen uit angst dat zij uit de boot vielen. Het was de periode van kruisraketten en no future. Van Splunder: 'Van linkse bevlogenheid heb ik nooit wat gemerkt. Het was meer doemdenken, een vrij drukkende sfeer. Waarom zou je examen doen, want de bom valt toch?

'Ik had het gevoel dat ik vrij wilde zijn, dat ik het recht op een eigen mening wilde hebben. Niet alleen in mijn politieke doeleinden. We hebben nu één kind en we hebben helemaal niet zo'n behoefte aan meer kinderen. Dat heeft ook te maken met de ruimte om je eigen dingen te doen, denk ik.'

Evenals Krista Hofman noemt Van Splunder zijn keuze voor de VVD een logisch uitvloeisel van zijn maatschappelijke positie. 'Als ik van een uitkering moest leven, was ik waarschijnlijk meer links georiënteerd', zegt hij. 'Je politieke voorkeur heeft natuurlijk ook met toeval te maken. Op de lerarenopleiding heb ik ooit voor Engels gekozen. Dat was helemaal niet met het idee van: dat ga ik mijn hele leven doen. Maar als ik Frans of Duits had gekozen, stond ik nu misschien op straat. Ik zie het om me heen, die mensen gaan er geleidelijk uit. Daar sta je dan, als je midden dertig bent.'

Ook Hofman beseft hoe klein het verschil tussen voor- en tegenspoed is. 'Ik ben drie jaar geleden afgestudeerd. Toen kwam ik nog vrij gemakkelijk aan het werk. Nu zou het een stuk moeilijker zijn, denk ik. Ik geloof dat ik wel iets zou vinden, maar misschien niet op mijn eigen niveau.'

Een verkeerde studiekeuze, of zelfs het jaar van afstuderen kan iemand op beslissende achterstand plaatsen. Pleit dat niet voor een krachtige verzorgingsstaat met hoge uitkeringen? Voor Hofman en Van Splunder is dat een gepasseerd station. 'Je kunt wel in dromen geloven, maar al die uitkeringen zijn niet meer te betalen', zegt Van Splunder.

Hoewel er geklaagd wordt over sociale fraude, hebben slechts weinig Nederlanders een echte hekel aan de verzorgingsstaat. Uit het onderzoek naar de Nederlandse kiezer uit 1994 blijkt juist dat veel mensen het behoud van de sociale zekerheid een belangrijke kwestie vinden. De winst van de VVD is daarom ook niet te vergelijken met de Republikeinse monsterzege in de Verenigde Staten, zegt de Leidse politicoloog Joop van Holsteyn. 'In de Verenigde Staten heb je een populistische traditie. Een grote groep kiezers is anti-politiek en anti-intellectueel. In Nederland bestaat toch geen populisme?'

En Bolkestein dan?

'Ach, dat is een intellectueel! Tenminste, zo afficheert hij zichzelf. Hoe kan een intellectueel populistisch zijn?', zegt Van Holsteyn. Het tamboereren op buitenlanders en asielzoekers vindt hij 'niet populistisch, maar politiek'.

'Uit onderzoek blijkt dat 51 procent van de kiezers minderheden een probleem vindt. Als partij moet je daar dan een helder standpunt over hebben. Voor de verkiezingen van 1994 is nog geprobeerd een pact te sluiten tussen de grote partijen. Ze zouden het buitenlanders-vraagstuk niet in de campagne gebruiken. Moet je je voorstellen: meer dan de helft van de kiezers zit met een maatschappelijk probleem, en de partijen spreken af daar niets over te zeggen.'

Van Holsteyn heeft zelf onderzoek gedaan in de Leidse Zeeheldenbuurt. 'De partijen zijn bang dat ze racisme aanwakkeren door uitspraken over buitenlanders te doen. Maar het is omgekeerd. Het racisme wordt bevorderd doordat mensen het idee krijgen dat ze niet gehoord worden in Den Haag.'

'Ik heb totaal niks tegen buitenlanders', zegt Krista Hofman. 'Mensen die goed geïntegreerd zijn, die zich gedragen als elk normaal mens, dat maakt me niets uit. Maar als ik cursus heb, moet ik de trein van kwart over zes nemen in plaats van die van kwart over vijf. Dan zit ik in de metro tussen de junks die zitten te blowen. En het gros daarvan is zwart. Dan voel je je niet echt op je gemak.'

Het minderheden-vraagstuk speelde in Almere lang vóór Bolkestein. In 1983 haalde de Centrumpartij 10 procent van de stemmen bij de verkiezingen voor de gemeenteraad. Uit protest weigerde Adèle Bloemendaal op te treden in het plaatselijke theater, de Roestbak. Twee weken geleden haalde de partij, inmiddels Centrum-Democraten, nog maar 1,6 procent.

'Ik vind het kleinzielig hoe de andere partijen op Bolkestein hebben gereageerd', zegt Hofman. 'Ze zouden er beter over na kunnen denken, want een heleboel kiezers denken er precies zo over. Maar andere partijen zijn meteen bang om te discrimineren. Terwijl het daar helemaal niets mee te maken heeft. De echte asielzoeker, die bedreigd wordt in eigen land, mag best komen. Maar er zijn zo veel economische vluchtelingen. En ik denk ook dat veel mensen het wel bedreigend vinden dat Amsterdam in 2000 of 2010 voor meer dan de helft uit allochtonen zal bestaan.'

Paul van Splunder: 'Alle partijen lijken enorm op elkaar. Dus is het heel slim dat eruit te pikken, met het oog op de verkiezingen. Ik vind het ook goed dat hij die discussie op gang gebracht heeft. Op de lerarenopleiding was je al een racist als je het onderwerp ter sprake bracht, als je überhaupt het woord buitenlander in de mond nam. Je kreeg niet eens de kans om uit te leggen wat je bedoelde.'

Het taboe verklaren van het minderhedenvraagstuk dreef mensen naar Janmaat, denkt hij. Als een verlate verzetsdaad negeerden Kamerleden de extreem-rechtse leider. 'Ze wilden hem geen hand geven, dat was iets om trots op te zijn. Maar daarmee negeerden ze ook een grote groep Nederlanders die ergens mee zaten', zegt Van Splunder.

Hij vindt wel dat Bolkestein onderhand moet ophouden. De discussie is geopend, nu zijn de andere partijen aan de beurt. 'Bolkestein schetst steeds een beeld van een explosieve situatie die volgens mij niets met de werkelijkheid te maken heeft. De helft van mijn leerlingen is allochtoon. Dat gaat prima, daar heb ik geen enkele moeite mee. Wat maakt het mij het nou uit als iemand een hoofddoek of een baseball-pet draagt. Als ik maar mag kijken of er geen spiekbriefje onder zit.'

Een 'ruk naar rechts' is een weinig adequate omschrijving van wat er in de maatschappij gebeurt, vindt politicoloog Van Holsteyn. De middenklasse - en daarmee de VVD - is gewoon een stuk groter geworden.

De term 'ruk naar rechts' heeft bovendien een bestraffende klank. Alsof Nederland zich afwendt van de solidariteit met de verdrukten en kiest voor het naakte eigenbelang. Volgens Van Holsteyn berust deze visie op een romantisering van de politiek in de jaren zestig en zeventig.

'In de periode van verzuiling kozen mensen bijna per definitie uit eigenbelang', zegt hij. 'Je stemde KVP, omdat je katholiek was, en omdat de KVP voor de katholieken opkwam. Bij de PvdA zag je een zelfde verschijnsel.'

Ook vroeger koos de middenklasse niet massaal voor linkse partijen, daarmee uitdrukking gevend aan haar solidariteit met de minderbedeelden. In 1971 stemde 26 procent van de middenklasse op de sociaal-democraten. In de jaren zeventig en tachtig schommelde dit cijfer rond de 30 procent, om in 1994 weer terug te keren tot 25 procent. Onder de landslides bij de verkiezingen gaat een opmerkelijke stabiliteit schuil, zegt Van Holsteyn.

Het blijft Nederlandse politiek, natuurlijk. Wie kan zich voorstellen dat Bolkestein à la Newt Gingrich 'een contract met Nederland' wil sluiten? Grootse ideeën spatten uiteen, hier in het nieuwe land van Almere. Men droomt er van een twee-onder-één-kapper, laat zijn hond uit, bezoekt de Prénatal, of doet inkopen bij de Trendhopper in DoeMere. Precies die dingen die er in een mensenleven toe doen.

Peter Giesen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.