Volksliga bewaakt de revolutie in Tunesië Hafsa Kebiri (24), hotelreceptioniste

MEDENINE - 'Na de revolutie zijn we met de grote schoonmaak begonnen. We hebben alle burelen van de regeringspartij RCD opgeëist, en de slogans en foto's van president Ben Ali weggehaald. Een paar dagen later hebben we de provinciegouverneur gedwongen om de RCD te ontbinden. De oude gemeenteraad zit er nog, maar die krijgen we wel weg.'


Abdelkader Boutabba vertelt het triomfantelijk. Vroeger was hij een deurwaarder met communistische sympathieën, en werd hij voortdurend gekleineerd door collega's die tot de RCD-elite behoorden. Maar sinds de val van president Ben Ali is hij bestuurslid van de 'Volksliga voor de Bescherming en Ondersteuning van de Revolutie'. Nu maakt hij de RCD'ers het leven zuur.


Sinds 14 januari, de dag dat het Tunesische rebellerende volk zegevierde, heeft elke stad en elk dorp in Tunesië zijn 'Volksliga'. De volkscomités noemen zich de 'legitieme erfgenaam van de revolutie', en houden in de gaten of de overgangsbestuurders niet terugvallen in oude gewoonten. Zij bepalen voor een groot deel - of proberen dat in ieder geval - hoe het postrevolutionaire Tunesië eruit zal zien.


Boutabba is lid van de Volksliga in Medenine, een bedrijvige provinciestad in het zuidoosten van Tunesië. Regen is hier een zeldzaamheid, net als vrouwen zonder hoofddoek. Boutabba - in krijtstreeppak en met zonnebril - zit in de schaduw van een olijfboom voor het witgepleisterde jeugdhuis: vroeger een bolwerk van RCD-jongeren, nu het hoofdkwartier van de Volksliga.


Samen in de gevangenis

Hier vergadert iedere avond het bestuur van de liga: een tiental personen, vooral advocaten, artsen en leerkrachten, met verschillende politieke achtergronden. 'Er zijn communisten, islamisten, pan-Arabische nationalisten, onafhankelijken', zegt Boutabba. 'De straat heeft ons samengebracht. Voorheen kenden we elkaar niet, maar tijdens de demonstraties tegen Ben Ali kwamen we elkaar voortdurend tegen. Sommigen zaten samen in de gevangenis.' Ze verenigden zich rond het gemeenschappelijke doel: eerst Ben Ali's vertrek, nu het 'bewaken van de revolutie'.


In de eerste twee maanden na Ben Ali's aftreden heeft de Volksliga in Medenine flink wat werk verricht. In de eerste weken, toen de politie nergens was te bekennen, vormden de leden buurtwachten, die de veiligheid van de inwoners moesten garanderen. Ze zorgden dat vuilnis werd opgehaald en dat de armsten van de stad niet verhongerden.


Daarna werden de activiteiten politieker. Ze zetten de provinciegouverneur, die volgens hen te dicht tegen de RCD aanleunde, onder druk op te stappen en wezen een nieuwe, onafhankelijke gouverneur aan. Ze verjoegen RCD'ers uit belangrijke functies, van politiecommissariaten tot overheidsbedrijven en schooldirecties.


Als climax trokken ze met een groepje naar de hoofdstad Tunis en sloten zich aan bij andere volksliga's die al weken voor het regeringscentrum La Kasbah kampeerden. Ze kregen voor elkaar dat premier Mohamed Ghannouchi, die de interimregering leidde maar als geestverwant van Ben Ali werd gezien, ontslag nam. En dat de grondwet volledig wordt herschreven, door een Grondwetgevende Vergadering die de Tunesiërs in juli mogen kiezen.


'Een revolutie is niet beetje bij beetje hervormen', zegt een ander lid van de Volksliga van Medenine. 'Een revolutie is alles weg en opnieuw beginnen. Kijk naar de Franse revolutie, kijk naar de Bolsjewieken. Dat zijn pas echte revoluties!'


Niet iedereen is blij met die rigoureuze aanpak. De vakbond UGTT en de oppositiepartijen PDP en Ettajdid, drie belangrijke motoren van de revolutie, vrezen dat de aanhoudende straatprotesten, georganiseerd door de volksliga's, Tunesië naar de afgrond voeren. De instabiliteit is slecht voor de Tunesische economie, en voor het herstel van het politieke vertrouwen.


In Medenine hebben enkele bestuursleden van de vakbond en de oppositiepartij PDP daarom onlangs een concurrerend comité opgericht: de 'Volksbeweging voor de Bescherming van de Revolutie', qua naam nauwelijks te onderscheiden. 'De Volksliga gaat te ver', zegt Mohamed Hamdi, filosofieleraar, bestuurslid van de PDP en lid van de nieuwe Volksbeweging van Medenine. 'Ze willen de regering controleren, justitie controleren, de media controleren, de wetten maken. Dat is gewoon een nieuwe dictatuur!'


Volgens Hamdi zijn de volksliga's, die aanvankelijk wel goed werk deden, compleet doorgeslagen. 'Waar halen ze hun legitimiteit vandaan? Ze vertegenwoordigen niet het Tunesische volk, maar slechts een kleine, politiek heel actieve minderheid. Maximaal 50 duizend personen. De stille meerderheid van het volk wil geen sit-ins, stakingen en betogingen, ze willen dat de economie weer op gang komt.'


Onder zijn olijfboom maakt deurwaarder Abdelkader Boutabba weinig woorden vuil aan de concurrent. 'Het zijn profiteurs', zegt hij beslist. 'Je hebt zij die sinds januari revolutie voeren, die hun leven hebben gewaagd, en zij die in maart wakker zijn geworden, die plots ook iets willen.'


Maar Boutabba moet wel toegeven dat de Tunesische bevolking zo langzamerhand schoon genoeg heeft van de revolutionaire strijd, en verder wil met het gewone leven. De Volksliga van Medenine heeft het steeds moeilijker om buurtbewoners op de been te krijgen voor betogingen en stakingen, haar enige machtsmiddel.


'De mensen zijn arm, ze kunnen geen twee maand zonder werk', zegt Boutabba. 'Ik begrijp dat. Sterker nog, ik ben het ook beu. Ik wil een dagje naar zee, me lekker ontspannen. Ik hou er helemaal niet van om me voortdurend met politiek bezig te houden.' Toch gaat hij door. 'Ik wil deze revolutie zo ver mogelijk brengen. Is het 1 kilometer, dan is het goed. Is het 20 kilometer, dan is het beter. Is het 100 kilometer, dan is het perfect.'


Hoe ver is de revolutie volgens hem gekomen? Boutabba zucht diep. 'Ben Ali is weg, Ghannouchi is weg, we hebben een vaag plan voor een nieuwe grondwet. We zijn nog niet ver. Hooguit een paar meter.'


Hafsa Kebiri (24), hotelreceptioniste


'Er is nog niet veel veranderd sinds de revolutie. De regering heeft beloofd dat ze werkloze jongeren zal steunen, banen zal creëren en leningen zal geven aan kleine handelaren. Maar ze is nog niet begonnen.


'Ik hoop dat het lukt, want in bijna elk gezin hier zijn werklozen. Mijn oudere broer bijvoorbeeld, en mijn oom. Die heeft al tien jaar geen werk. Ik ben vorig jaar afgestudeerd als leerkracht Engels, maar ik werk als receptioniste in een hotel. Dat is beter dan niets, maar ik wil liever iets met mijn opleiding doen.


'Ik heb meegedaan aan de staatsexamens om een baan als leerkracht te krijgen, maar ik ben niet geselecteerd. Maar iedereen weet dat die examens niet eerlijk verlopen. Het is een soort vriendjespolitiek, zelfs geniale studenten worden soms niet geselecteerd. Dat moet aangepakt worden. Maar het is moeilijk een praktijk van tientallen jaren in een paar maand te veranderen. We zullen nog veel geduld moeten hebben.'


Lassaade Kilani (30), werkloos

'Ik heb er altijd van gedroomd om aanklager te worden bij een rechtbank.


'Ik heb twee jaar rechten gestudeerd, maar toen werd ik van de universiteit gestuurd, omdat ik bij een studentenvereniging zat en aan politiek deed. Sindsdien ben ik werkloos.


'Nu wil ik mijn studie weer voortzetten, maar eerst moet het onderwijs worden aangepast. Vroeger waren de Tunesische universiteiten even goed als de Europese. Een rechtenstudie duurde vier jaar, en wie zijn diploma haalde, had echt kennis van zaken. Maar onder Ben Ali is dat teruggebracht naar drie jaar, en is het niveau gedaald. Een diploma is nu een waardeloos stuk papier.


'Ik wil pas opnieuw gaan studeren als het onderwijs is hervormd, en dat kan nog wel even duren. De prioriteit van de regering is het herstel van de politiek en economie, dat begrijp ik. Maar ik hoop dat ze daarna het onderwijs aanpakken, zodat ik nog iets van mijn leven kan maken.'


Farhani Neffati (42), leraar aardrijkskunde en geschiedenis

'Het belangrijkste is dat we nu politieke vrijheid krijgen.


'Als je onder Ben Ali lid was van de oppositie, dan liet de regering je lijden. Ik ben al heel mijn leven lid van de communistische partij POCT. Ik ben meer dan dertig keer gearresteerd en gevangen gezet. Toen ik was afgestudeerd, duurde het tien jaar voor ik een baan kreeg. Het ministerie van Onderwijs werkte mij voortdurend tegen.


'In 2005 heb ik een hongerstaking gehouden in het gebouw van het ministerie van Onderwijs in Tunis. Ik heb gedreigd mijn twee kinderen, die toen nog baby'tjes waren, ook uit te hongeren. Ik kon niet anders, ik had geen geld meer om hen te voeden. Pas toen kreeg ik een baan als leraar.


'Ik wil dat mijn kinderen in vrijheid en vrede kunnen leven. De grondwet wordt de grote test. Als we een stabiele, progressieve en onveranderbare grondwet krijgen, dan kunnen we nooit meer terug naar vroeger. Dan zal alles beter worden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden