VOLKSLAKEIEN

MAANDAG 10 april is een historische dag. Om acht uur in de avond opent het NOS Journaal met het wereldnieuws dat de Nederlandse minister-president na of in overleg met het staatshoofd, dat weten we in Nederland nooit, er geen moeite mee heeft dat we praten over de monarchie....

Het verlossende woord was eruit. Het Journaal, ere wie ere toekomt, had de scoop. Het is toegestaan dat wij Nederlanders discussiëren over de staatsinrichting van ons land. Ik hoef de ruimte van deze column niet leeg te laten.

De fuss over de uitspraken van D66-fractieleider De Graaf over de modernisering van de monarchie is tekenend voor de teloorgang van de politiek als leverancier van visies op de samenleving. Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht hebben politieke partijen geprobeerd kiezers er van te overtuigen dat hun visie op de samenleving de beste was. Sinds de jaren tachtig doen politieke partijen hun best de kiezers er van te overtuigen dat zij, de kiezers dus, het bij het beste eind hebben. Politici zijn de lakeien van het volk geworden.

Het is natuurlijk niet nieuw dat politieke partijen rekening houden met de gevoeligheden van de kiezers of hun visie bijstellen op grond van een dialoog met hun achterban. Maar dat zelfs het voeren van een debat afhankelijk wordt gemaakt van het veronderstelde volksgevoel gaat wel heel ver.

Het is onzin om te beweren dat de discussie over de rol van de koning of over de monarchie als zodanig het laatste taboe is, zoals in het papagaaiencircuit was te horen. Gedurende het hele bestaan van de SDAP en de Partij van de Arbeid was het vanzelfsprekend dat je als lid van die partij republikein was. Daarom staat de republiek als meest gewenste staatsvorm ook in het beginselprogramma van de PvdA.

Er was alleen altijd discussie over de vraag welke prijs je zou moeten willen betalen om de republiek ingevoerd te krijgen. Omdat die strijd de sociaal-democraten het meest van de tijd uit de regering zou hebben gehouden, werd er gekozen voor een pragmatische benadering. Zolang de koning het niet te gek maakt met ons, maken wij het niet te gek met de koning, werd de leidende gedachte.

Pas sinds de visie van politieke partijen tot stand komt op basis van verkiezingsonderzoek en gesprekken met focusgroepen hoor je in de PvdA nooit meer iemand over de monarchie. Sterker nog: partijvoorzitster Marijke van Hees had het maandag jongstleden in Netwerk over 'echo's van een verleden' toen ze het had over het beginselprogramma van de PvdA. Of zij of Kok of Melkert nog in lijn met dat programma republikein zijn is voor mij duister. Het wordt ze dezer dagen gek genoeg ook niet gevraagd.

Is het de moeite waard om voor de republiek in het strijdperk te treden? Ik vind van niet. Nog steeds zou de bevolking verscheurd worden door zinloze emotionele vechtpartijen voor of tegen het Huis van Oranje, die de inhoudelijke discussie over de voor- en nadelen van de republiek als staatsvorm zouden overschaduwen.

Een serieuze discussie over een modernisering van de monarchie zoals voorgesteld door De Graaf is wel op zijn plaats. Al was het alleen maar omdat het volstrekt onduidelijk is wat inhoudelijk de rol van het staatshoofd is en welke invloed daarvan uitgaat.

Volgens de schrijver van het hoofdartikel in Trouw zou De Graaf 'een punt hebben als hij echt de vinger kon leggen op ongecontroleerde machtsuitoefening. Maar daar is geen sprake van'. Dat De Graaf dat niet kan, is nu juist het punt. Zelfs als hij wel een voorbeeld zou hebben, kan hij er niets mee vanwege de koninklijke onschendbaarheid.

Het verhaal dat Lubbers aan het eind van zijn ambtsperiode geprobeerd heeft een andere CDA'er dan Brinkman naar voren te schuiven als kandidaat-premier omdat de koningin Brinkman niet zou hebben zien zitten in die functie, had ik al eerder gehoord. Het bekend worden van een politieke interventie van het staatshoofd van deze orde veroorzaakt terecht groot tumult. Want het is niet onwaarschijnlijk dat de houding van de koningin ten opzichte van Brinkman en de pogingen van Lubbers om hem te wippen de verkiezingen en ook de formatie van toen hebben beïnvloed. Uitgerekend tijdens die formatie werd het CDA uit de regering geweerd.

Om te beweren dat er eigenlijk niets aan de hand is omdat de minister-president verantwoordelijk is, gaat nu juist tijdens een formatie maar in heel beperkte mate op. Trouw zal toch moeilijk kunnen volhouden dat in dit voorbeeld, als het allemaal waar zou blijken te zijn, geen sprake zou zijn geweest van ongecontroleerde machtsuitoefening.

Kan het staatshoofd eigenlijk in een parlementaire enquête worden verhoord?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.