Volkskrant pakte Balkan-oorlog verkeerd aan

Maandag begint de enquêtecommissie-Srebrenica haar onderzoek naar het drama op de Balkan en de rol van Dutchbat. Het kostte premier Kok de kop....

Op 11 november beginnen in de Tweede Kamer de hoorzittingen van de enquêtecommissie over Srebrenica. Wim Kok behoort tot de getuigen. Net als de toenmalige minister van Defensie Joris Voorhoeve en de militaire top van toen.

Journalisten staan niet in het beklaagdenbankje, maar ook hun rol in de Balkan-oorlog is ter discussie komen te staan. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) heeft een belangrijk deel van zijn rapport gewijd aan de manier waarop de Nederlandse media zich hebben opgesteld in de zaak-Srebrenica. De kritiek is niet mals. Journalisten waren vooringenomen, versimpelden of vertekenden de werkelijkheid, en hielden zich te veel bezig met emoties en te weinig met feiten.

Na het doorspitten van het NIOD-rapport, honderden krantenberichten uit de periode 1991-1995 en tientallen gesprekken met direct betrokkenen, zijn wij tot de slotsom gekomen dat de stelling van het NIOD, althans wat de Volkskrant betreft, enige nuancering behoeft.

Zo was op de redactie bij het uitbreken van het conflict in Joegoslavië geen sprake van vooringenomenheid. Het beeld van de Serviers als bad guys, de hoofdschuldigen van de oorlog, ontstond in de krant pas in de tweede helft van 1992, namelijk nadat aan het licht was gekomen dat het Servische leger 'concentratiekampen' had opgericht en met met behulp van milities stevig had huisgehouden in Kroatië en Bosnië.

Over het standpunt dat de krant moest innemen in de commentaren over de dramatische gebeurtenissen, werd vooral op de buitenlandredactie heftig gediscussieerd. De uitgesproken stellingname tegen de Serviërs, waarin de Volkskrant bepaald niet alleen stond, kleurde in de loop van de oorlog sterk de commentaren. Voor de Volkskrant stond vast dat de Serviërs de boosdoeners waren en dat de internationale gemeenschap moest ingrijpen, met name in Bosnië, ter bescherming van wat beschouwd werd als de slachtoffers, de Moslim-bevolking.

De nadruk die werd gelegd op meningen leidde er niet toe dat andere standpunten werden genegeerd of dat stelselmatig werd gemanipuleerd met de feiten. Wel leidde het denken volgens een vast patroon, waarin de Serviërs de 'kwaden' waren en de Moslims de 'goeden', er na verloop van tijd toe dat verhalen waarin de Serviers als de boosdoeners werden geafficheerd, soms veel te gemakkelijk in de krant kwamen.

Eén voorbeeld is het artikel over en de foto's van uitgemergelde gevangenen in het 'kamp Omarska', waar de gevangenen naar later bleek vóór het prikkeldraad stonden en niet erachter. Een ander voorbeeld is het verhaal over beestachtige experimenten die Serviërs zouden uitvoeren op Moslim-vrouwen.

De bewering van het NIOD dat de eenzijdige kijk op het conflict in een latere fase leidde tot een vertekend beeld van de situatie in en rond Srebrenica, klopt voor een deel. Achteraf concluderen verslaggevers dat zij niet hebben ingezien hoe de Bosnische regering met de slachtoffers onder hun eigen mensen manipuleerde om het beeld in de internationale pers ten nadele van de Servische tegenstanders te beïnvloeden.

Verder valt op hoe laat de Volkskrant erachter kwam dat de stemming onder de Nederlandse VN-soldaten in Srebrenica sterk gericht was tegen de Moslim-bevolking, die zij geacht werden te beschermen. Opvallend is tevens hoe weinig na de val van de enclave op 11 juli 1995 is geschreven over de duizenden Moslim-strijders die Srebrenica aan zijn lot hebben overgelaten.

In de berichtgeving van de Volkskrant over de val van Srebrenica zijn behoorlijke hiaten aantoonbaar. De oorzaak is niet dat bij de redactie een vooropgezet plan zou hebben bestaan om anti-Moslimverhalen uit de krant te houden. Wél was op de redactie sprake van een gebrek aan belangstelling voor zelfstandig onderzoek naar de feiten.

Met name in de eerste jaren van de oorlog lag het accent op meningsvorming. Er was op de buitenlandredactie weinig animo om in Joegoslavië poolshoogte te gaan nemen. Voor een zeer beperkte tijd werd wel eens een verslaggever gestuurd, maar voor de langere termijn liet de redactie de gevaarlijke oorlogsklus over aan freelancers als Frank Westerman en Bart Rijs. Zij waren, toen zij begonnen, vrij onervaren journalisten. Maar als correspondent in Belgrado maakten zij snel furore.

Vooral dankzij dit duo bleef de oorlogsberichtgeving in de Volkskrant op peil. Als een van de weinige journalisten slaagde Westerman er tweemaal in het afgegrendelde Srebrenica te bereiken. Rijs behoorde tot de eerste verslaggevers die na de val van Srebrenica op basis van verklaringen van vluchtelingen schreven over mogelijke massale executies van Moslim-mannen.

Maar ook deze correspondenten concluderen achteraf dat buitenlandse journalisten de waarheid over de massamoorden en de rol van Dutchbat III bij de val van Srebrenica aan het licht brachten. Gebrek aan eigen intiatief leidde er na de terugkeer van Dutchbat in Nederland ook toe dat de Volkskrant journalistiek niet een voortrekkersrol heeft vervuld met onthullingen over de waarheid omtrent de rol die Nederlandse militairen in Srebrenica hebben gespeeld, en over de pogingen van de militaire top om de waarheid over de enclave weg te moffelen.

Zoals eerder te zwaar werd geleund op informatie van de Bosnische Moslim-regering, maakte de Volkskrant zich in de periode na de val van Srebrenica te zeer afhankelijk van informatie die door het ministerie van Defensie werd aangereikt. De bewering van toenmalig Defensie-voorlichter Bert Kreemers dat de Volkskrant bij zijn ministerie 'aan het infuus' hing, was weliswaar overdreven, maar feit blijft dat niet de Volkskrant, maar vooral NOVA en NRC Handelsblad na juli 1995 als eerste met de opvallendste onthullingen over Dutchbat kwamen.

In vergelijking met andere landelijke bladen als Trouw en NRC Handelsblad komt de Volkskrant er bij nader inzien niet slechter van af. Maar als je de werkwijze van de krant nauwkeurig reconstrueert, komt een aantal zeer zwakke plekken aan het licht. Een ochtendblad als de Volkskrant, met 220 journalisten in vaste dienst, zou alle registers moeten kunnen opentrekken om een langlopend internationaal conflict zoals de Balkan-oorlog goed te kunnen verslaan, en zeker als Nederland direct betrokken is bij zo'n conflict.

Maar de Volkskrant pakte het conflict in Joegoslavië niet aan zoals had gemoeten. De krant heeft op geen enkel moment de tijd genomen om een journalistiek beleid ten aanzien van het Balkan-conlict te formuleren. De deelredacties werkten grotendeels langs elkaar heen, elk op z'n eigen eilandje.

De buitenlandredactie concentreerde zich vooral op de meningsvorming van de krant, op de Forum-pagina's werd erop toegezien dat iedereen - voor- en tegenstanders - aan het woord kwam, de Haagse redactie beperkte zich tot verslaggeving over het politieke debat dat gevoerd werd in Nederland. Wat in feite gebeurde in Joegoslavië, werd helemaal overgelaten aan - aanvankelijk - de enkele verslaggever en vervolgens aan de correspondenten. De verslaggevers in Amsterdam toonden te weinig initiatief.

De aanpak was dus niet goed, het resultaat van de verslaggeving van de Volkskrant over de oorlog in Bosnië-Herzegovina en Kroatië was door kunst- en vliegwerk en dankzij een grote dosis geluk, nog redelijk. De uitgesproken mening in de commentaren van de krant leidde niet tot een structureel onevenwichtige beeldvorming. Maar wil de krant haar pretentie waarmaken en grote conflicten (nationaal en internationaal) op een verantwoorde manier beschrijven, dan zal dat professioneler moeten gebeuren. Dan moeten eigen journalistiek onderzoek en de middelen die de Volkskrant daarvoor moet inzetten, de hoogste prioriteit krijgen en niet het innemen van een standpunt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden