Volkshuisvesting zonder visie

De enquête Woningcorporaties zal stof doen opwaaien over graaiende managers. Maar de politiek heeft alle reden de hand in eigen boezem te steken.

Zonder twijfel komt de Maserati van Hubert Möllenkamp de komende weken in de Twee Kamer weer regelmatig voorbij. De Italiaanse dienstsportwagen van de directeur bij verhuurder Rochdale is de afgelopen jaren het symbool geworden van alles wat er mis is bij de woningcorporaties.


Net als de SS Rotterdam, het cruiseschip waar de Rotterdamse woonstichting Woonbron zich voor meer 250 miljoen euro aan vertilde. Of de 5 ton salaris van Erik Staal, de voormalige directeur van het Rotterdamse Vestia. En, niet te vergeten: de 3,5 miljoen euro die Staal meekreeg om zijn pensioengat te repareren toen hij het veld moest ruimen.


Onder leiding van ex-PVV'er Roland van Vliet beginnen vandaag de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties. Het onderzoek naar 'verzelfstandiging' van de 381 clubs die samen 2,4 miljoen huurwoningen in Nederland beheren. Sinds 1995, toen de banden met de overheid werden doorgesneden, raken de bestuurders van de 'sociale ondernemingen' aan de lopende band in opspraak.


Aanleiding voor de enquête is het bijna-faillissement van Vestia. De megafraude met derivaten die twee jaar geleden alle corporaties omver dreigde te trekken. Het is met afstand de grootste affaire die de sector ooit trof. Maar ook zonder Vestia is de lijst van fraudes, geldverslindende commerciële projecten en exorbitante salarissen voor de bestuurders indrukwekkend. Alles op kosten van de huurders.


De commissie-Van Vliet zet het vergrootglas op zeven van die affaires, er zijn er nog meer. Tijdens de verhoren zullen de hoofdrolspelers uit ten minste vier van die casussen onder ede moeten vertellen wat hen bezielde.


Kijkers kunnen zich bij voorbaat verheugen op stotterende alfamannen die samen een aanzienlijk vermogen in rook lieten opgaan. Extra saillant wordt het als enkele vermeende boeven achter de microfoon moeten plaatsnemen. Zij zijn verwikkeld in vaak slepende strafrechtelijke procedures en hebben nog amper publiekelijk verantwoording afgelegd. Komende weken staan ze onder ede en zijn ze wettelijk verplicht op elke vraag eerlijk antwoord te geven. Anders dan in de rechtszaal is zwijgen niet toegestaan.


Maar ondanks die spannende verhoren is de kans groot dat de enquête uiteindelijk vooral de politiek zelf in het hemd zal zetten. Al die corporatiemannen, toezichthouders en ambtenaren die de komende weken op de rol staan zullen namelijk ook terugpraten. En een verhaal vertellen over een stuurloze opportunistische overheid. Een overheid zonder visie op de volkshuisvesting in Nederland.


In zijn proefschrift Het bewoonbare land uit 2012, schetst historicus Wouter Beekers hoe de corporaties in de loop der tijd steeds meer losgezongen raakten. Halverwege de 19e eeuw ontstonden zij nog als verenigingen op initiatief van particuliere weldoeners. Gegoede burgers die zich bekommerden om de armen die onder erbarmelijke omstandigheden in de grote steden leefden.

1. Corporaties zonder achterban

In de eerste helft van de 20ste eeuw groeiden de woningbouwverenigingen uit tot grotere quasi-ambtelijke organisaties. Met een duidelijke missie: zo veel mogelijk huizen bouwen. Daarbij werden de verhuurders stevig gespekt door de overheid. De politiek zag de corporaties als een geschikt vehicel om haar burgers betaalbaar en goed onder dak te helpen, belangrijk want de bevolking groeide hard en wonen is een grondrecht. Die samenwerking leverde overal in het land mooie wijken op, waar nog steeds veel Nederlanders met plezier wonen.


Ondanks de verambtelijking bleven de corporaties ook geworteld in de samenleving. Ze waren er namelijk allemaal voor een specifieke groep huurders. Zo gingen katholieke Amsterdammers naar het Oosten, protestanten naar Patrimonium en socialisten naar De Dageraad.


Maar door de ontzuiling verdween de natuurlijke achterban van de corporaties geleidelijk. En dat verwaterde nog verder na 1995. Het moment waarop staatssecretaris Enneüs Heerma (CDA) en de corporaties groots een streep zetten door de verplichtingen die zij over en weer waren aangegaan. De verhuurders moesten vanaf dat moment zelf hun broek ophouden en zich als 'maatschappelijk ondernemer' gaan opstellen.

2. Gebrekkig toezicht

Onder het mom van efficiency fuseerden veel verhuurders tot enorme organisaties met bezit verspreid over een aantal gemeenten. Huurders werden 'klanten', die zich ook niet meer aan één corporatie verbonden, maar aanspraak konden maken op zo veel mogelijk woningen binnen hun regio.


Zo werd Volkshuisvesting het domein van managers die zich spiegelden aan vastgoedmannen die met almaar stijgende prijzen driewerf binnenliepen. Dat een deel in de fout ging is niet de schuld van de regering: de managers kregen alle ruimte. Zo werden regels die er bij de scheiding waren afgesproken, zoals een 'sobere salariëring', niet gehandhaafd.


Ook deden de ministers weinig om het toezicht op de sector te verbeteren. Tot op de dag van vandaag zijn er feitelijk twee toezichthouders. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting legt de prestaties van corporaties langs de 'volkshuisvestelijke meetlat', keek of er wel genoeg huurwoningen worden gebouwd en de organisatiekosten niet hoog zouden oplopen.


Daarnaast is er het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Om goedkoop, met staatsgarantie, te kunnen lenen wenden corporaties zich tot het WSW. Die controleert of de corporatie niet te grote risico's op zich neemt. Feitelijk is het WSW dus de financieel toezichthouder op de sector. Over en weer delen die twee toezichthouder lang niet al hun informatie. Waardoor niemand het totaalbeeld op de sector heeft.


Het verdeelde toezicht is een van de redenen dat het debacle Vestia zo lang ongezien bleef, stelt de commissie-Hoekstra, die vorig jaar onderzocht hoe het in Rotterdam zo mis kon gaan. Bovendien waren de twee toezichthouders in een competentiestrijd verwikkeld. Beide wilden ze dat er één sterke toezichthouder voor corporatiesector zou komen. Maar dan wel hun eigen organisatie.


Het haperende toezicht was voor ingewijden geen verrassende conclusie. Directeur Jan van der Moolen van het CFV waarschuwde begin deze eeuw al nadrukkelijk voor de kennisachterstand die hij had. Er werd in de Tweede Kamer en op het ministerie veel over gediscussieerd, maar het lukte de politiek niet om de noodzakelije aanpassingen door te voeren.

3. Wispelturig beleid

'Heerma had met zijn maatschappelijk ondernemerschap nog een visie en daadkracht, daarna is het vooral incidentenpolitiek geweest', stelt corporatiehistoricus Wouter Beekers die inmiddels directeur is bij het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie.


Veel tijd om daadkracht te tonen hadden de meeste bewindslieden ook niet. Binnen twintig jaar volgden ze elkaar in razend tempo op, achtereenvolgens: Heerma, Tommel, Remkes, Kamp, Dekker, Winsemius, Vogelaar, Van der Laan, Van Middelkoop, Donner, Spies en Blok.


Politici waren in hun ambtsperiode vooral bezig met een belang op korte termijn. Dekker en Vogelaar vonden bijvoorbeeld dat de corporaties hele wijken moesten opknappen, dus ook moesten meebetalen aan parken, wipkippen en zelfs opbouwwerkers. Van der Laan wilde dan weer dat de verhuurders commerciële projecten van projectontwikkelaars overnamen. En Blok zag het liefst dat corporaties al hun commerciële bezit verkochten.


In die richtingloosheid kozen corporaties hun eigen koers. Wethouders en soms ook ministers stonden bij veel wilde plannen te juichen. Ook in de affaires die Van Vliet behandelt zijn de boeven van nu in het verleden vaak de helden van de politiek geweest. In de oververhitte vastgoedmarkt waren de verhuurders een flappentap die politieke plannetjes kon waarmaken.


De komende weken kunnen van Vliet en zijn commissie volop scoren met ondervragingen van fraudeurs en graaiers. Het zal ze vast lukken om schuldigen aan te wijzen. Maar grote winst zal de commissie pas boeken als er na de verhoren een rapport ligt dat duidelijkheid biedt voor de komende decennia. Een breed gedragen antwoord op de vraag van wie die 2,4 miljoen woningen precies zijn, en wat er in dit nieuwe tijdsgewricht van de corporaties wordt verwacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden