Nieuws Volkert van der G.

Volkert van der G. wil in het buitenland gaan wonen

Volkert van der G. spant opnieuw een kort geding aan tegen de staat. De man die 16 jaar geleden politicus Pim Fortuyn doodschoot, wil van de meldplicht af die is opgelegd in het kader van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling.

Tekening van Volkert van der G. in de rechtbank in Amsterdam. Foto anp

Van der G. liet tijdens een eerdere juridische procedure weten dat de gesprekken die hij verplicht moet voeren met de reclassering en het Openbaar Ministerie niets toevoegen. Ook zou Van der G. mogelijk willen emigreren.

Het kort geding dient dinsdag in de Haagse rechtbank. Het is niet de eerste keer dat de 48-jarige Van der G. de staat voor de rechter daagt. De relatie tussen hem en het Openbaar Ministerie (OM) is al jaren slecht.

Op 2 mei 2014 kwam Van der G. onder voorwaarden vrij, nadat hij tweederde van zijn 18-jarige celstraf had uitgezeten. Hij kreeg een gebiedsverbod met gps-enkelband, een contactverbod met Fortuyns nabestaanden en chauffeur, en een mediaverbod. Ook moest hij zich wekelijks melden bij de reclassering.

Kort na zijn vrijlating stapte hij naar de rechter omdat hij van zijn enkelband af wilde. Met succes. In 2016 spande hij opnieuw een proces aan. Het Openbaar Ministerie had gëeist dat Van der G. zich – na een afgerond traject bij een psychiater – ook nog zou laten begeleiden door een psycholoog.

Wat Van der G. betreft zou dit niks toevoegen. Volgens hem was deze nieuwe voorwaarde slechts voor de bühne. Hij onderbouwde dat met een bandopname die hij heimelijk had gemaakt tijdens een eerder gesprek met een advocaat-generaal van het OM. Die zei in dat gesprek dat de eis om Van der G. opnieuw onder psychische begeleiding te stellen ‘alleen een verkooppraatje was richting de politiek, de staatssecretaris, de minister’. Het Haagse gerechtshof gaf Van der G. gelijk.

Eind 2016 was de relatie tussen Van der G. enerzijds en de reclassering en het OM anderzijds zo bekoeld dat justitie aankondigde dat Van der G. terug naar de cel moest. Volgens het OM schond Van der G. de voorwaarden van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij antwoordde te summier op de vragen van de reclasseringsmedewerkers. Hierdoor zou het onmogelijk zijn om toezicht op hem te houden. ‘Hij denkt ten onrechte dat hij al een vrij man is’, aldus de officier van justitie destijds.

Volgens Van der G. is hij altijd al kort van stof geweest. ‘Ik doe mijn best er wat van te maken tijdens de gesprekken, maar meer dan mijn best doen, kan ik niet', bepleitte hij begin 2017 in de Amsterdamse rechtszaal. De rechter stelde Van der G. in het gelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.