Volkert van der G.: ‘De fouten van de reclassering worden constant op mijn bordje gelegd’

Krijgt Volkert van der G. de scheiding waar hij al zo lang naar verlangt? Of blijven de reclassering en de moordenaar van Pim Fortuyn nog langer met elkaar verbonden in een huwelijk dat zich kenmerkt door achterdocht en onwil? Over die vragen moet de Haagse rechtbank zich buigen.

‘De reclasseringsmedewerker en ik zitten tegenover elkaar en kijken elkaar aan met de vraag: wat moeten we met elkaar? We praten over het weer of over het kunstwerk aan de muur.’ Foto ANP

Even trilt zijn stem als Van der G. (48) dinsdag aan het einde van de zitting het woord krijgt. Zijn korte blonde haren zijn grijs geworden. Op zijn blouse is een bonte grijsgroene print van bloemen en bladeren te zien. Voor hem op tafel ligt een dikke map met zijn dossier. Achter hem zit een haag van druk typende journalisten. ‘De landsadvocaat maakt er een karikatuur van’, stelt hij.

Even daarvoor heeft diezelfde landsadvocaat, namens de Staat, gesteld dat Volkert van der G. met zijn stroeve, rigide karakter de moeilijkste veroordeelde ooit is om onder toezicht te houden. Nooit eerder stelde een veroordeelde zich zo inflexibel op tijdens diens voorwaardelijke invrijheidstelling (vi), betoogde ze. ‘Dat is niet waar’, zegt Van der G. op rustige toon. ‘Sla de jurisprudentie er maar op na’, reageert Van der G. op rustige toon. ‘Er zijn heel wat vi-trajecten opgeschort omdat de cliënt zich niet aan de voorwaarden hield. En ik ben altijd keurig verschenen op alle afspraken, heb me aan alle voorwaarden gehouden. Daar ben ik heel stipt in.’

Fouten

Ja, één keer is hij niet komen opdagen op een afspraak. Maar dat was een misverstand, en daar had hij de reclassering van tevoren over gemaild. Die mail belandde echter in de spambox. ‘En toen hebben ze me geprobeerd te bellen, maar niet op het nummer dat ik ze had gegeven. Constant worden de fouten van de reclassering bij mij op mijn bordje gelegd’, zegt de man die zestien jaar geleden LPF-voorman Pim Fortuyn doodschoot. Een daad waarvan Van der G. inmiddels afstand heeft genomen.

In mei 2014 kwam hij vrij, nadat hij tweederde van zijn 18-jarige celstraf had uitgezeten. Onder voorwaarden. Zo kreeg hij een mediaverbod en mocht hij geen contact opnemen met nabestaanden van de vermoorde politicus. Daarnaast werd hij onder toezicht gesteld. Aanvankelijk moest hij zich elke week melden bij de reclassering, later eens in de drie weken en momenteel eens in de zes weken. En van die meldplicht wil hij af. Daarom spande Van der G. – een rechtlijnig denker die de regels strikt naleeft en de overheid van nature wantrouwt - een kort geding aan tegen de Staat.

Rechters (VLNR) S. Pompe, B. Vogel en J. Oreel voor aanvang van de behandeling van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van Volkert van der G. Foto Anp

Doel

Want, stelt Van der G., het meldplichtgesprek is in strijd met de wet: de meldplicht moet een doel hebben, en dat doel is er niet meer. Het gaat goed met hem, stelt hij. Hij heeft een dagbesteding en heeft met zijn vriendin en dochter een stabiel leven opgebouwd. En dat niet alleen: de gesprekken met de reclassering zijn zinloos geworden. Want van praten is al meer dan anderhalf jaar nauwelijks meer sprake omdat de verhoudingen te slecht zijn. Maandenlang hoefde hij zich niet te melden als gevolg van de vele juridische procedures die hij had aangespannen. In de periode dat hij zich wel moest melden was hij voor lange tijd ontheven van de plicht om antwoord te geven op vragen.

‘Kunnen we alstublieft stoppen met de meldplicht’, zegt Van der G dinsdag in het kort geding. ‘De reclasseringsmedewerker en ik zitten tegenover elkaar en kijken elkaar aan met de vraag: wat moeten we met elkaar? We praten over het weer of over het kunstwerk aan de muur.’

Contraproductief

Zijn betoog wordt ondersteund door een recent rapport, opgemaakt door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Ook deze onafhankelijke instantie bevestigt dat de meldplicht weinig meer toevoegt. Deskundigen stellen bovendien dat het contact met de reclassering juist contraproductief kan werken. ‘Cliënt mag van al zijn medici het ziekenhuis verlaten omdat hij goed hersteld is, en toch wordt gezegd: blijf toch nog maar in het ziekenhuis’, aldus een vergelijking van advocaat Willem Jebbink.

Sinds het najaar van 2015 kenmerkt de relatie tussen Van der G. enerzijds en het OM en de reclassering anderzijds zich door wantrouwen. Dat jaar werd Van der G. heimelijk gefilmd door een ‘vriend’. Op de opname, uitgezonden door tv-programma Brandpunt, laat hij zich laatdunkend uit over de reclassering. In de rel die na de uitzending volgde, stelde een woordvoerder van de reclassering dat Van der G. mogelijk één van de andere voorwaarden, het mediaverbod, had geschonden. Van der G. stelde op zijn beurt dat zij daarmee haar geheimhoudingsplicht schond en zich schuldig maakte aan smaad en laster.

Bezwaar

Al snel liet toenmalig justitieminister Ard van der Steur weten dat Van der G. zich wel aan de voorwaarden hield, maar dat hij aanvullende begeleiding van een psycholoog zou krijgen. Tegen deze nieuwe voorwaarde maakte Van der G. bij de rechter bezwaar – met succes. Er was niks mis met hem, had een psychiater al eerder gesteld. Maar de onderlinge verhoudingen waren inmiddels zo verslechterd dat Van der G. nauwelijks meer antwoorden gaf op vragen van zijn begeleiders.

Dit was voor het OM begin 2017 reden om te eisen dat Van der G. zou worden teruggestuurd naar de gevangenis. De rechter ging hier echter niet in mee. Volgens Van der G. heeft hij zich sindsdien coöperatief opgesteld. Maar ondanks al zijn inspanningen weigert het OM om hem los te laten – ook al is de kans op recidive zeer laag, zeggen deskundigen.

Niet zomaar een moordenaar

Wat de landsadvocaat betreft is dat niet zo gek. ‘Door de houding van Van der G. krijgt het OM niet het vertrouwen dat het wel goed zit.’ Hij is bovendien niet zomaar een moordenaar, maar iemand die met zijn daad in 2002 de rechtsorde ernstig schokte, vervolgt ze. Wat haar betreft laat Van der G. simpelweg te weinig zien om goed zicht te krijgen op zijn leven. Ook zijn er volgens haar zorgen over zijn wens om naar het buitenland te verhuizen. ‘Gaan zijn partner en dochter mee? Hoe worden zijn dagen ingevuld? Het OM wil daar zicht op houden, zodat erop kan worden ingespeeld als één van deze beschermende factoren wegvalt. Daar is de voorwaardelijke invrijheidstelling ook voor bedoeld.’

Maar volgens Van der G. is het plan van het OM – eens in de zes weken contact met de reclassering en om de drie maanden een evaluatie – gedoemd om te falen. ‘Beide partijen, ook de reclassering, zien het niet zitten.’ Hij belooft de rechter dat hij zich aan de voorwaarden houdt zolang die niet zijn geschorst. ‘Maar waar zijn we met z’n allen mee bezig? Dat is het punt.’

De rechter doet 29 mei uitspraak.