Volgooien maar die ploeg

HET IS ALTIJD weer afwachten wat het hoogtepunt van de Olympische Spelen gaat worden, maar het dieptepunt staat gelukkig bij voorbaat vast: de openingsceremonie in het algemeen en de entree van de deelnemende ploegen in het bijzonder....

(Het is opvallend dat mensen die helemaal niks met sport hebben de openingsceremonie van een groot sportevenement vaak het mooist vinden. Hoe protseriger, hoe beter. Hoe meer witte duiven en potsenmakers op stelten, hoe indrukwekkender.)

Persoonlijk vind ik het altijd tenenkrommend. Op geen enkel ander moment besef je zo sterk dat Baron Pierre de Coubertin en Lord Baden Powell eigenlijk neefjes waren. Allebei een merkwaardige voorkeur voor keurig in de pas lopende jongens en meisjes in uniform, met daaronder een gezonde geest in een gezond lichaam.

Topsporters veranderen tijdens de potsierlijke parade in padvinders en wat ernstiger is, ze vinden het meestal nog leuk ook. Regelmatig lees je interviews met atleten die de entree in het Olympisch Stadion als een hoogtepunt in hun loopbaan beschouwen. Sommigen van hen nemen zelfs een cameraatje mee om het gedoe voor thuis vast te leggen.

(Voor alle duidelijkheid: Een echte topper maakt geen foto's! Die láát zich slechts fotograferen! Losers zijn het en toeristen. En dan heb ik het nog niet eens over de officials die ook meemarche ren. De officials zijn altijd de fanatiekste zwaaiers. Gatverdamme! Voor de buis zwaai ik altijd terug, met mijn middelvinger.)

Het defilé zou nog te pruimen zijn, wanneer alle sporters zich zouden presenteren in hun sportpakjes en tevens hun sportmiddel zouden meenemen. De wielrenners op de fiets, Anky van Grunsven op Bonfire en de Holland Acht met hun roeiboot op de kop; hilarische taferelen die het humoristische gehalte van de Spelen sterk zouden verhogen.

Maar zover zal het nooit komen, want de goden van de Olympus houden niet van slapstick. Dus paraderen onze jongens en meisjes als een stelletje pinguins achter de vlag aan.

Het is altijd weer spannend wie zijn carrière mag bekronen met het dragen van het rood-wit-blauw. Iets gênanters kun je je niet voorstellen, maar ook hier blijkt dat topsporters merkwaardig in elkaar zitten. Het dragen van de vlag wordt algemeen als een enorme eer beschouwd.

NRC Handelsblad behandelde vorige week de belangrijke vraag wie er dit jaar voor de functie van wandelende vlaggenmast in aanmerking zou komen. Je zou verwachten dat alleen het Lulletje Rozewater van het team zich daarvoor zou lenen en dan nog alleen onder dreiging van onmiddellijke deportatie huiswaarts. Maar nee, ze staan te dringen.

(Anky van Grunsven, hartelijk gefeliciteerd!)

Volleyballer Ron Zwerver verklaarde in de NRC dat hij bij de Spelen in Atlanta de intocht dronken had ondergaan. Dat begrijp ik tenminste. Het lijkt me voor een gezond mens de enige manier om het gevoel van totale belachelijkheid - die het wankele zelfvertrouwen van de atleet ondergraaft, zo tot een acute vormcrisis kan leiden en jaren van training tevergeefs kan maken - de baas te blijven.

Zwerver won bij de Olympische Spelen in Atlanta goud. Dus chef de mission Loorbach weet wat hem te doen staat: volgooien die ploeg.

Nederland in polonaise het stadion in, de vlaggendrager met een dampende sigaar in het hoofd voorop; opmaat voor de succesvolste Spelen ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden