Volgens Verhoeven Episode 94: Het zevende zegel (1957) PAUL VERHOEVEN EN ROB VAN SCHEERS

Regisseur Ingmar Bergman heeft zijn existentiële twijfels in Het zevende zegel keurig verdeeld over zijn hoofdpersonen. Drie visies op het leven, alle drie afsplitsingen van de geboren twijfelaar Bergman.

'Zou ik tegen de Dood durven schaken? Nee, je verliest altijd. Tegenwoordig kun je wel naar allerlei specialisten rennen om te kijken of je de volgende zet van de Dood kunt pareren. Met een operatie, of bestraling. Je hebt een betere verdediging, maar uiteindelijk zet hij je toch schaakmat. En God? God schiet je niet te hulp, hij zwijgt slechts.


Hét centrale thema van Het zevende zegel, dit. We zijn allemaal gedoemd. Je kunt hopen op het beste, maar een concrete aanwijzing dat er na het aards bestaan nog iets volgt, en dan liefst iets beters, hebben we vooralsnog niet mogen ontvangen. Een constatering waarmee domineeszoon Ingmar Bergman (1918-2007) zijn hele leven heeft geworsteld. Als er niets ná komt en er niets overblijft, wat heeft al ons geploeter in het ondermaanse dan voor zin? Een vraag die je niet zo dikwijls meer aantreft in speelfilm. Té zwaar, we hebben er geen tijd voor, alleen Woody Allen nog. En Michael Haneke, hij ook.


Bergman heeft zijn existentiële twijfels hier keurig verdeeld over zijn hoofdpersonen. Ridder Antonius Block (Max von Sydow), net terug van een kruistocht richting Jeruzalem, hoopt op de voorzienigheid, al is het tegen beter weten in. Zijn cynische schildknaap Jöns (Gunnar Björnstrand) is dat stadium allang voorbij. Hij vertegenwoordigt met zijn gefoeter ('Onze kruistocht was van een idiotie dat alleen een idealist dit kon verzinnen') het westerse rationalisme. En dan is er het rondreizende komediantenstel Jof (Nils Poppe) en Mia (Bibi Andersson) die zo in elkaar en hun pasgeboren zoontje Mikael geïnvolveerd zijn, dat zij niet piekeren over de grote levensvragen. Zij koesteren het heden, en uiteindelijk zijn zij het die aan de Dood weten te ontsnappen.


Drie visies op het leven, alle drie afsplitsingen van de geboren twijfelaar Bergman. En als je de overspelige Lisa (Inga Gill), de vrouw van de dorpssmid meetelt, zijn het er zelfs vier. Haar vlucht in avontuur en lust als een andere bezwering van de Dood. Ook iets, waarover de vijfmaal gehuwde en in menige affaire verstrikte Bergman kon meepraten. In Het zevende zegel laat hij al deze gezichtspunten op dialectische wijze met elkaar in discussie gaan, maar daarboven hangt onontkoombaar: de Dood.


Het is rond 1350, we bevinden ons aan de Zweedse kust, de streek wordt geplaagd door de epidemische pest. Na de openingstitels hebben we al duistere wolken en een grote valk omineus voorbij zien zweven, en middels een vertelstem een citaat uit het apocalyptische bijbelboek Openbaring van Johannes over ons heen gehad. 'En toen het Lam het zevende zegel opende...' Een fragment uit het Dies irae (Dag der Wrake) - de rooms-katholieke hymne uit de Middeleeuwen, die in verschillende arrangementen in de film zal terugkeren - verhevigt de onheilspellende impact van de beelden.


We zijn dus gewaarschuwd als we ridder Block en zijn schildknaap Jöns aan de kust zien ontwaken. Ze zijn op de terugweg naar hun kasteel nabij het Deense Roskilde en Block hoopt dat zijn vrouw Karin daar tien jaar op hem heeft gewacht. Hij loopt naar de vloedlijn, knielt en wil bidden, maar hij kan het niet langer, het lukt hem niet meer. Net als hij gehurkt zijn boeltje bij elkaar pakt, staat daar - het is een fantastisch totaalshot - de Dood. In een zwarte, lange mantel, onder de kap zien we diens bleke gezicht. 'Komt u mij halen?' 'Ik ben al een tijdje aan uw zijde.' 'Ik weet het.' 'Bent u bereid?' 'Mijn vlees wel, maar ik nog niet.'


Koorzang. Trompetgeschal. De Dood stapt naar voren, cameraman Gunnar Fischer vangt hem in een angstaanjagende close-up. Goed gecast, die Dood! Een rol van Bengt Ekerot, je gelooft hem onmiddellijk. 'Geef mij nog een ogenblik', verzoekt de ridder. 'Dat zeggen jullie allemaal', antwoordt de Dood koeltjes. 'Maar ik geef geen respijt.'


Na enig aandringen is de Dood toch bereid te luisteren, hij is ook de beroerdste niet. De Dood kan toch zo goed schaken? Dat heeft de ridder op schilderijen gezien en in liederen gehoord. De Dood, gevleid: 'Ik speel inderdaad niet onverdienstelijk.' Ze gooien het op een akkoordje. Wint de ridder, dan gaat hij vrijuit. Wint de Dood, nou ja... Geheel toepasselijk loot de Dood de zwarte stukken. Hun schaakpartij vormt de rode draad van het verhaal. Op verschillende locaties, want telkens duikt de Dood weer op. Metaforisch, als de ridder tijdens zijn reis langs pestlijders komt, een jonge heks op de brandstapel treft, of stuit op een processie van flagellanten, zelfkastijders met een boeteprediker voorop. En fysiek in het kerkje waar ridder Block wil biechten. Niet een priester, maar de Dood zit heimelijk aan de andere kant van het rooster. In een bijna-monoloog over zijn twijfel aan God ('Ik wil kennis, niet zomaar iets aannemen, ik wil dat Hij zijn hand uitstrekt'), geeft de ridder en passant en heel onhandig zijn komende schaakzetten weg.


Aan het slot van de film volgt het eindspel. Met zijn reisgezelschap heeft Block bijna zijn kasteel bereikt, ze zetten hun kamp op in het bos. Daar verschijnt de Dood alweer. De partij moet nog voltooid, is het niet? Op het bord is de situatie vrij hopeloos voor de ridder, en hij begrijpt het. Met zijn mantel gooit hij alle stukken om. De Dood is daar niet van onder de indruk, hij weet nog precies hoe alles stond. Maar wat hij niet weet, is dat de ridder hiermee een afleidingsmanoeuvre creëert, een humanistisch gebaar. Door de ontstane verwarring krijgt het stel Jof en Mia tijd genoeg om met hun zoontje per huifkar weg te glippen. Of: misschien weet de Dood dat ook wel en laat hij het maar zo. Alsof Bergman wil zeggen: vergeet al het hoogdravend filosofisch getob, zoek het geluk in het kleine. Zoek het in oprechte vriendschap, in liefde, en waarschijnlijk heeft de altijd zo getourmenteerde regisseur het hier eerst en vooral tegen zichzelf.


Dan is de Dood weer aan zet: pats! Schaakmat! 'Ik laat je nu met rust', besluit hij. 'De volgende keer dat ik je zie, zit je tijd erop.' De ridder verzoent zich met zijn lot. Hij wil slechts zijn vrouw Karin nog een keer zien, ze heeft inderdaad op hem gewacht. Het stormt, het bliksemt, de apocalyps barst in volle hevigheid los. Het is nu Karin die aan tafel reciteert uit Openbaring van Johannes. Volgt een doffe klop op de kasteeldeur. Het is zover. Voor de naamloze jonge vrouw (Gunnel Lindblom) uit de groep lijkt de komst van de Dood een opluchting. Ze spreekt voor het eerst en met een glimlach: 'Het is volbracht.'


Volgende shot, vroeg in de ochtend. De storm is gaan liggen, we zijn bij het jonge stel in de huifkar. Aan de kim, op de rug van een berg, ziet Jof de stoet van ridder Block aan de hand van de Dood richting de eindigheid van het bestaan trekken. En wat een tijdloos silhouet is dat. In Bergmans memoires Beelden - Een leven in films valt te lezen hoe hij Het zevende zegel in 35 dagen moest draaien, met een te verwaarlozen budget. Bij dit specifieke shot was de cast reeds elders, maar er verscheen zo'n bijzondere wolkenpartij dat hij snel-snel de camera liet opstellen. Assistenten, technici, als ook twee passerende, niet-wetende toeristen werden in de kostuums gehesen. En deze figuranten zijn het, daar aan de einder. Geweldige finale, uit improvisatie geboren.'


Det sjunde inseglet, Het zevende zegel (1957)


Genre: historisch/filosofisch drama


Regie: Ingmar Bergman


Met: Max von Sydow, Gunnar Björnstrand, Bengt Ekerot, Bibi Andersson, Nils Poppe e.v.a. 96 min/zwart-wit


Gedeeld winnaar 'Speciale juryprijs' festival Cannes, 1957.


Extra: De Dood

Ridder Antonius Block (Max von Sydow, 1929) is net terug van een kruistocht. Hij hoopt op de voorzienigheid, maar dat is tegen beter weten in. Ineens vindt hij de Dood aan zijn zijde. Goed gecast, die Dood! Vertolkt door acteur Bengt Ekerot (1920-1971). Hij speelde in verschillende films, maar verwierf internationale status met zijn optreden in Het zevende zegel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden