Volgens de duistere algoritmen van mijn telefoon lijkt mijn dochter méér op mij dan ik zelf

En daar ga ik haar mee pesten

.

De iPhone X Foto epa

Mijn kinderen beschouwen me als een bespottelijk oud wijf, want van mijn aansluiting met de jeugdcultuur zijn, op zijn zachtst gezegd, de contactpuntjes wat versleten. 'Jongens, wat bedoelt die Famke Louise als ze zingt 'misschien koop ik wel jouw wife, ik wil geen honing met rijst'? Is dat iets met drugs? En waarom klinkt haar stem toch zo metalig? En wat zien jullie trouwens in die gluiperige rapper Boef?'

'Hahahahahahahaha, mam, zeg dat nog eens? Wacht even... jongens, kom eens, snel, snel! Oké mama, doe het nóg eens? Hahahahaha, o, man, dit is góud, echt!'

Ik loop dus, deze veel te lange kerstvakantie, de hele dag op eieren. Maar sinds kort heb ik één troef: mijn telefoon. Eindelijk is het me gelukt om een coolere telefoon te bezitten dan mijn kinderen. Met die telefoon kan ik een door mij ingesproken tekst laten uitserveren door een pratend en bewegend varkentje, compleet met realistische snuitbewegingen en wapperende oortjes. En alsof dat varkentje niet heerlijk genoeg is, werkt mijn telefoon ook nog eens met gezichtsherkenning: hij functioneert alleen als ík naar zijn schermpje kijk. Ik, ik, ik, alléén ik. Dat geeft een sprankje warme grootheidswaan, in mijn verder zo machteloze bestaan.

Maar gisteren gebeurde er iets opvallends. Ik hoorde een ijselijke gil in de hoek van de kamer en zag mijn dochter, bijna 20, met puilende angstogen naar mijn telefoon staren. Wat wilde het geval? Zij had naar het scherm van mijn telefoon gekeken. En toen was het virtuele slotje op dat scherm opengeklikt. Mijn telefoon had, kortom, gedacht dat ík het was. Ik heb niet meer zo'n ontzetting op het gelaat van mijn dochter gezien sinds we, een jaar of 15 geleden, haar knuffellammetje waren vergeten in een Tsjechische hotelkamer.

Haar broers kwamen nieuwsgierig op het gejammer af. Doorgaans laten die geen kans liggen om haar te treiteren, maar nu namen ze het ernstig op, en sloegen zowaar aan het troosten. 'Nee, stil maar, dit moet een softwarefout zijn. Of misschien stond het scherm nog open? Of...'

Nou ja, geen vrouw ter wereld wil op haar moeder lijken, eerlijk is eerlijk, maar een beetje beledigd was ik toch. Toen ze was afgedropen, waarschijnlijk om haar beklag te doen tegen vriendinnen met een glaasje moeilijk hipsterbier erbij, keek ik somber naar mijn telefoon. Het scherm bleef dicht. Pas toen ik weer gewóón keek, ging het open.

Volgens de duistere algoritmen van mijn telefoon lijkt mijn dochter dus in zekere zin méér op mij dan ik zelf.

Zodra ze weer thuis is, ga ik haar daarmee pesten.


Leest u de columns van Sylvia Witteman graag?

Lees dan ook dit interview met de populaire columnist: 'Complimenten retweeten doe ik nooit, alleen beledigingen. Als je complimenten retweet, ben je echt een sneue eikel.