Volgens Aaf is deze tijd van het jaar hét excuus voor al uw slechte eigenschappen

Beeld de Volkskrant

Er zijn een paar momenten per jaar dat je een officiëel, maatschappelijk geaccepteerd excuus kunt aanvoeren voor je luiheid, apathie, algehele slechte humeur en meer van die eigenschappen waaruit de mens is opgetrokken (ja, sommige mensen hebben ook positieve eigenschappen, zoals 'goed zijn in teamwerk', maar ik toevallig niet).

Die momenten zijn: als iedereen griep heeft, vlak na een grote feestdag en de week voor én na een vakantie. Dan mag je lui, apathisch en slecht gehumeurd zijn.

Ik zit momenteel op een berg excuses voor eerder genoemde slechte eigenschappen, want het is én vlak na een feestdag én ik heb over een week vakantie. Die hele week voor de vakantie, dit wist u misschien nog niet, dus ik vertel het want dan heeft u er meteen wat aan, kun je zeggen: 'Met die vakantie in aantocht kan ik het echt niet meer opbrengen om te werken/boodschappen te doen/te sporten/dingen tot me te nemen.' Deze periode kun je gerust verlengen tot tien dagen.

Resumerend: tien hele dagen voor de aanvang van je vakantie kun je zeggen: 'Met die vakantie in aantocht kan ik het echt niet meer opbrengen om et cetera', en daar zal niemand je op aanvallen. Vervolgens is de vakantie voorbij en dan mag je nog tien dagen zeggen: 'Ik moet echt even heel erg uit mijn vakantiemodus komen hoor.'

Door woorden als 'echt', 'even', 'heel' en 'erg' geef je aan dat je ook wel snapt dat je juist na een vakantie energiek zou moeten knallen, maar dat het gewoon ontzettend moeilijk omschakelen is van de vakantie naar het gewone leven. En dat iedereen dat zou moeten snappen.

En iedereen snapt dat ook. Iedereen knikt meelevend, begint over zijn eigen pre- of post-vakantieapathie en zo houden we met zijn allen iets in stand waardoor we als samenleving tien dagen voor en tien dagen na een vakantie amper iets hoeven te doen, en er ook over mogen klagen.

Mijn eerste echte baan was bij een universitair weekblad, waar we, omdat het op een universiteit nu eenmaal altijd óf academisch kwartiertje óf vakantie is, heel vaak vakantie hadden. Vijf vakanties. Twaalf weken per jaar. Vierentachtig dagen. Plus dus die tien dagen voor en tien dagen na elke vakantie waarin we vanwege de pre- of post-vakantieapathie amper iets hoefden te doen. Dat was een totaal van honderdvierentachtig dagen waarin we vrij hadden of mochten klagen dat we het vanwege de aankomende of afgeronde vakantie even allemaal niet konden opbrengen. Net iets meer dan een half jaar dus, waarin we gelegitimeerd weinig tot niets deden.

Gouden tijden waren dat, en het is me daarna nooit meer gelukt een normale baan lang vol te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden