Weblog

Volg de slaven via Amsterdamse exposities

Wel berouw, geen excuses van de regering. Met alle vieringen van de afschaffing van de slavernij door Nederland 150 jaar geleden blijkt toch vooral weer hoe verkrampt blanke Nederlanders met hun slavernijverleden omgaan. Afrika en Nederland hebben wel degelijk heel lang een band: een slavenband. Die is nu te bekijken via een reeks exposities.

Schilderij in het Museum GeelvinckBeeld Museum Geelvinck

'De zwarte bladzijde' wordt de slavenhandel vaak genoemd, een beschamend bijverschijnsel uit de glorieuze Gouden Eeuw. Dat is een eufemisme, dat geen recht doet aan de geschiedenis: een deel van onze welvaart is verkregen door mensenhandel waar we nu van gruwen.

Daders niet anoniem
Historicus Leo Balai schreef er een duidelijk boek over met veel illustraties en veel namen, want de daders waren niet anoniem: 'Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel' (Walburg Pers).

Nederland ziet zijn rol in Afrika graag als die van ontwikkelingshelper na de onafhankelijkheid van de Afrikaanse koloniën zo rond 1960. De koloniale onderdrukking en gewelddadige uitbuiting van Afrika was het werk geweest van de Britse en Franse koloniale machten in de 20ste eeuw. Dat besmette blazoen had Nederland niet, was de houding.

Maar voor de koloniale bezetting waren er Nederlandse forten aan de kust van Afrika. Voor de handelsroute naar Indië (Kaapstad), maar ook voor de aankoop en verscheping van slaven, in Ghana.

In het nieuwe boek 'Het kasteel van Elmina' schetst Marcel van Engelen die geschiedenis, die in 2002 pas echt in de brede belangstelling kwam door het bezoek van de koning van Ashanti aan Nederland en dat van prins Willem-Alexander en prinses Máxima aan het slavenfort Elmina, hoofdkantoor in Afrika van de West-Indische Compagnie. Maar nog steeds weten weinig Nederlanders wat over die slavenhandel in Ghana, vindt Van Engelen.

Halve eeuw extra slavernij
De slavenhandel was door Nederland in 1814 verboden. Het duurde nog een halve eeuw voordat ook het hebben van slaven werd verboden: in 1863.

De morele verontwaardiging moest het al die jaren afleggen tegen het gevoel van 'eigendomsrecht' van de plantagehouders in Suriname en op Curaçao en hun aandeelhouders. Die kregen compensatie van 300 gulden per slaaf in Suriname, 200 voor een slaaf in Curaçao. De vrije slaven moesten nog tien jaar als contractarbeider op de plantages doorwerken.

Compensatiebrief voor een vrijverklaarde slaafBeeld Amsterdam Museum

Amsterdam Museum: de Zwarte Bladzijde
Geen aparte tentoonstelling over de geschiedenis van de slavenhandel en de slavernij, maar opvallende elementen dwars door de lopende expositie De Gouden Eeuw in het Amsterdam Museum. Een opvallende keuze en dat is eigenlijk vreemd want slavenhandel is een wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van het ontstaan van de rijkdom van Amsterdam.

Er is een 'spoor van de slavernij' uitgezet, te herkennen aan Surinaamse hoofddoeken boven een tekst of voorwerp. Het lijken tijdens de speurtocht eerst voetnoten bij de geschiedenis, maar gaandeweg komt de bezoeker tot de ontdekking dat hij of zij eigenlijk een rode draad in de geschiedenis volgt.

De oorspronkelijke tentoonstelling 'De Gouden Eeuw, proeftuin van onze wereld' verandert erdoor van karakter: de Afrikanen en Surinamers worden onderdeel van de Nederlandse geschiedenis.

Op een bord staat een uitspraak van de Surinaamse winti-priesteres Marjan Markelo: 'Als ik langs de grachten loop, denk ik wel eens: ik ben ook een beetje eigenaar van dit pand, want mijn voorouders hebben er hard voor gewerkt.'

Interieur Geelvinck-Hinlopen huisBeeld Museum Geelvinck

Museum Geelvinck
De beste indruk van de weelde die met de slavenhandel en de slavenplantages is verkregen geeft het Museum Geelvinck, een grachtenpand waarvan een deel in oude luister is hersteld voor het publiek.

In het koetshuis begint de expositie 'Swart op de Gracht' met het slavenfort Elmina in het huidige Ghana; in de kelder van het herenhuis worden allerlei voorwerpen en prenten getoond die te maken hebben met de verbouwing en verwerking van suiker en andere koloniale producten.

Zo tonen de huidige eigenaren (Dunya Verwey en Jurn Buisman) dat het prachtige huis dat Albert Geelvinck en zijn echtgenote Sara Hinlopen in 1687 lieten bouwen, is betaald met bloedgeld.

Stadsarchief Amsterdam
'Amsterdam en slavernij' is de titel van een expositie in Stadsarchief. Daar worden in enkele vitrines originele documenten getoond, waaronder de eerste vermelding van slaven, 58 'swarten' vervoerd in 1596 op het schip De Fortuyn van Afrika naar Portugal.

Schokkend blijven de documenten van de Wereldtentoonstelling in Amsterdam waar 'menschenrassen uit Suriname' levend werden geëxposeerd.

Opvallendste element: het verhaal van Nanette Samsom een ex-slavin die zelf eigenares werd van de slavenplantages, waaronder Catharina'sburg en Belwaarde. Volgens Mark Ponte van het archief ging zij failliet en was in 1863 de plantage Belwaarde in bezit van de Haagse familie Thurkow.

De website biedt veel verhalen en uitleg.

Bijzondere Collecties UvA
Ook de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam stelt een paar topstukken tentoon over de geschiedenis van de slavenhandel en slavernij.

Daarbij zijn de originelen van oude boeken als die van Olfert Dapper over Afrika uit 1668 (hij was er zelf nooit geweest maar verzamelde alle verhalen en teksten van zijn tijd) en het reisverslag uit West-Afrika van koopman Willem Bosman (1704).

Er is veel ruimte voor de geruchtmakende schetsen van Stedman over martelingen en lijfstraffen in Suriname, die door andere tekenaars werden gereproduceerd.

Ook blijkt op de expositie dat de ex-slaven weinig animo hadden voor grote 'emancipatiefeesten' in Suriname, want ze moesten als contractarbeider gewoon doorploeteren.

De gouden greep op deze expositie zijn de korte films met Jörgen Rayman en zijn dochter Melody, die straatinterviewtjes doen en bij geleerden op bezoek gaan.

Slaven in Suriname, boeklillustratie naar Stedman.Beeld Bijzondere Collecties UvA

Scheepvaartmuseum
De tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum Amsterdam heeft ook als titel: 'De Zwarte Bladzijde'. Hier wordt het verhaal van de slavenhandel verteld aan de hand van het slavenschip Leusden, dat in 1738 bij Suriname verging.

CBK Zuidoost
Twintig moderne kunstenaars laten werk zien dat te maken heeft met de geschiedenis en de afschaffing van de slavernij bij het CBK Zuidoost aan het Anton de Komplein. Onder anderen Iris Kensmil en George Struikelblok exposeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden