ONZE GIDS DEZE WEEK

Volg Bryan Ferry naar het Tate Britain, Chicago en een American Football wedstrijd

Zijn naam hoort bij Roxy Music, de Britse rockgroep die waarschijnlijk niet meer bijeen komt. Zanger Bryan Ferry gaat nog wel solo op tournee en ruimt steevast tijd in voor museumbezoek.

Bryan Ferry Beeld Daniel Cohen

Omdat elke journalist vroeg of laat vraagt naar de actuele status van de rockband waarvan hij vroeger de aristocratisch-excentrieke frontman was, beantwoordt Bryan Ferry (69) de vraag maar zonder dat hij überhaupt is gesteld is. Geaffecteerd en op afwezige toon: 'De kans dat er nog een Roxy Music-reünie komt, is erg klein, vrees ik. Werkelijk bijzonder klein. Nieuw studiowerk? Die kans mag u nihil noemen.'

Hij brengt de mededeling als een prelude op het gesprek dat nog beginnen moet, terwijl hij - leesbril op het puntje van de neus - de voorpagina van een krant bestudeert. Het is bijna alsof we bij Bryan Ferry thuis zijn, in zijn Ollie B. Bommel-achtige bibliotheek. Overal zijn boeken. Kunstboeken, fotoboeken, literatuur, poëzie. In de hoek staat een bloemetjesdivan, maar Ferry biedt zijn gast de stoel aan de overzijde van de enorme werktafel aan, tegenover hem.

Het is niet Ferry's huis, maar de etage boven zijn hoofdkwartier Studio One, in de Londense wijk West Kensington. In de kelder zit de studio waar hij al zijn recente soloplaten opnam (ook het nieuwe Avonmore) en zijn management huist er, net als het imposante Roxy Music/Bryan Ferry-archief. Aan de muren hangen ingelijste Roxy Music-albumhoezen. Hier, een etage hoger, kan hij zich terugtrekken en wat werken en lezen.

CV

1945 26 september, geboren in Washington, Tyne And Wear, Engeland
1964 kunststudent aan University of Newcastle Upon Tyne
1970 Roxy Music opgericht in Londen
1972 debuutsingle Virginia Plain; album Roxy Music
1973 vertrek Brian Eno; soloalbum These Foolish Things
1975 grootste Roxy-hit Love Is The Drug én grootste solohit Let’s Stick Together
1982 Roxy Music uit elkaar
1985 succesvolste soloalbum Boys And Girls
2001 reünietournee Roxy Music
2011 Commander Of The Most Excellent Order Of The British Empire (CBE)
2014 circa 30 miljoen albums verkocht; soloalbum Avonmore
Zijn naam hoort bij Roxy Music, de Britse rockgroep die waarschijnlijk niet meer bijeen komt. Zanger Bryan Ferry gaat nog wel solo op tournee en ruimt steevast tijd in voor museumbezoek.

Het laatste sprankje hoop van Roxy Music-fans op nieuw studiowerk van de band, die in de vroege jaren zeventig glamrock en avant-garde vermengde, verdampte in 2009, toen Ferry, saxofonist/hoboïst Andy Mackay, drummer Paul Thompson, gitarist Phil Manzanera én de enigmatische geluidsprofessor Brian Eno bij Studio One werden gespot en bevestigden dat Roxy Music daarbinnen aan het werk was.

De koude douche volgde al snel: Ferry liet weten geen zin te hebben in het 'Roxy-ding' en onthulde dat de op komst zijnde plaat 'gewoon' een soloplaat van hem zou zijn, met enkele bijdragen van zijn ex-bandmakkers. Die bijdragen bleken bij het verschijnen van Olympia (2010) ook nog eens goed weggemoffeld.

Nu is er dus Avonmore, zijn veertiende soloalbum sinds 1973. Roxy Music bracht tussen 1972 en 1982 acht studioplaten uit: extravagante, invloedrijke 'artrock' in de eerste helft van de jaren zeventig, gedistingeerde softpop tegen het einde, met de Lennon-cover Jealous Guy (1981) en vooral Avalon (1982) als grote hits.

De naam Avonmore ontleende Ferry, net als Olympia, aan de rustige buurt waarin Studio One ligt: de Olympia is het evenementenpaleis even verderop, Avonmore komt zo van het straatnaambordje. De plaat klinkt als late Roxy Music, met de sterke titelsong als aangenaam pittige hoofdschotel.

'Die albumtitels illustreren wellicht dat ik hier wortel heb geschoten,' zegt Ferry. 'Het is fijn een thuisbasis te hebben. Deze studio is klein, maar heel aangenaam.'

Op Avonmore zijn er gastrollen voor de Noorse dj/producer Todd Terje, jazzlegende Marcus Miller, gitarist Nile Rodgers (Chic), ex-Smiths-gitarist Johnny Marr en - 'werkelijk bijzonder' - Ferry's oudste zoon Tara, op drums.

'Ik wil steeds met nieuwe muzikanten werken. Dat houdt het interessant. Een vaste band is beperkend. Dan weet je op een gegeven moment te goed wat je als band wel en niet kunt. Dan ga je een kunstje herhalen.

'Hij zwijgt even. 'Bovendien is er vaak sprake van allerlei oud zeer. Vervelende toestanden. Hopen dat je met die mensen jaren later opnieuw tot iets goeds kunt komen, blijkt vaak een misvatting.

'In de week van het gesprek met Bryan Ferry zei Roxy Music-gitarist Phil Manzanera in een interview met het blad Rolling Stone: 'Ik denk niet dat we nog shows gaan doen. Toen we in 2011 stopten met toeren, keken Andy Mackay en ik elkaar aan en zeiden we: ons werk hier is gedaan.'

Bryan Ferry Beeld Daniel Cohen

Boek: F. Scott Fitzgerald: The Great Gatsby (1925)

'Mijn levenslange liefde voor kunst ontstond toen ik als Noord-Engelse scholier The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald las. Het was toen al een stokoude titel, maar dat boek heeft me zo ontzettend geïnspireerd. Het gaat over de American Dream, maar er zit ook een tragisch liefdesverhaal in en het is prachtig geschreven. Echt zo'n boek dat je voor altijd bij je draagt en blijft herlezen. Je houdt altijd een beetje je hart vast wanneer zo'n dierbaar boek wordt verfilmd.'

Dat gebeurde al vaak. In 2013 was Baz Luhrmann de zoveelste regisseur die zich eraan waagde - en voor geschikte soundtrackmuziek klopte hij aan bij, onder anderen, Bryan Ferry.

'Ik had eind 2012 een album gemaakt dat The Jazz Age heet: mijn songs gespeeld als jazz uit de jaren twintig. Luhrmann had die plaat gehoord en wilde ook zulke muziek voor zijn film. We hebben wat stukken opgenomen: een jazzversie van Love Is The Drug, maar ook Crazy In Love van Beyoncé. Ik vond de film aardig geslaagd en hoewel mijn bijdragen maar heel kort in de film zitten, ben ik er trots op dat ik aan een Great Gatsby-soundtrack heb bijgedragen.'

In het boek besluit hoofdfiguur Nick Carraway geen genoegen te nemen met een klein leventje in een provinciestadje. Hij vertrekt naar New York. Voor de jonge Bryan Ferry, mijnwerkerszoon uit de omgeving van Newcastle, was het een aansprekend gegeven.

'Toen ik in 1968 naar Londen ging, in de hoop daar poot aan de grond te krijgen als muzikant heb ik veel aan Nick gedacht. Ik had ook een American Dream: tot dan toe wilde ik kunstschilder worden. Ik zag een atelier in New York voor me. Nou vooruit, ik werd rockmuzikant te Londen. Ook leuk.'

Kunstenaar: Richard Hamilton (1922-2011)

'Dat ik lange tijd kunstschilder wilde worden, was te danken aan één man: Richard Hamilton, 'The Godfather of British Pop-Art'. Ik had hem als docent aan de University of Newcastle Upon Tyne, van 1964 tot 1968. Een ongelooflijk inspirerende man, die zijn belangrijkste werken maakte in de periode dat ik met hem te maken had, midden jaren zestig. Ik vond zijn schilderijen uit die periode geweldig: hij schilderde veel Amerikaans design, alledaagse Amerikaanse voorwerpen. Hij hield zich erg bezig met Amerikaanse ideeën.'

In deze periode werkte Hamilton (1922-2011) aan een overzichtstentoonstelling van de door hemzeer bewonderde Conceptualist Marcel Duchamp, compleet met een reconstructie van een verloren gegaan Duchamp-werk uit de jaren 1915-1923: The Bride Stripped Bare By Her Bachelors, Even, ook wel bekend als The Large Glass.

'Hamiltons reconstructie, gebaseerd op Duchamps aantekeningen en studies, heb ik tot stand zien komen. In 1978 zou ik een soloplaat The Bride Stripped Bare noemen. Ook in de hoezen van Roxy Music zit veel Richard Hamilton. Hij beeldde veel alledaagse voorwerpen af; wij kozen voor vrouwen, maar wel vrouwen als plastic pin-ups, vrouwen als voorwerpen. Zonder Richard Hamilton had de beeldtaal van Roxy Music niet bestaan. Ik wilde zijn zoals Richard. Dat hij trots op me was, is misschien wel het mooiste compliment dat ik ooit kreeg.'

Just what was it that made yesterday's homes so different, so appealing? Beeld Richard Hamilton

Album: Charlie Parker with Strings (1950)

'Ik was een jazzjongen. De eerste jazz die ik hoorde was van Lil Hardin Armstrong en Duke Ellington, maar als middelbare scholier ging ik naar het meer extreme werk luisteren en ontdekte ik Charlie Parker. Ik was meteen gebiologeerd en besloot een plaat van de man te gaan kopen.'

Hij was met stomheid geslagen toen hij de EP Charlie Parker with Strings thuis opzette. Parker was de man van de krijsende saxofoon, fabrikant van harde bebop, maar deze plaat bevatte alleen oude jazzklassiekers, opgenomen met een orkest.

'Dat had ik niet verwacht, maar móói dat het was! Ik herinner me vooral April In Paris: Parker blies een bijna tastbare droevigheid dat nummer binnen. Ik kan zijn versie nog altijd tot in de kleinste details fluiten.

'Ik mag graag denken dat vooral de vroege Roxy-platen een dosis Charlie Parker-gekte bevatten: knotsgekke, hysterische blazers. Maar Parker leerde me dus ook dat je niet bang moet zijn om je avant-gardehoekje te verlaten en mooie, conventionele muziek te maken.'

Stad: Chicago

'U merkt het: ik vertel veel over Amerika. Ik heb altijd iets met dat land gehad, veel coverversies van Amerikaanse artiesten opgenomen, in het bijzonder van Bob Dylan, mijn favoriete tekstschrijver.

'Mijn recente Noord-Amerikaanse tournee begon in Chicago, mijn favoriete Amerikaanse stad. Van de Amerikaanse metropolen is Chicago het meest Amerikaans, omdat het een veel minder internationale plek is dan New York en Los Angeles.'

Onlangs, toen hij er optrad, wandelde hij nog door de stad die zo adembenemend mooi aan Lake Michigan ligt. Maar Chicago verdient volgens Ferry ook meer erkenning als stad van interessante architectuur, met zijn spectaculaire zakendistrict vol hoge gebouwen, volmaakt gescheiden van de veel knussere oude stad.

'De mensen zijn er vriendelijk, rechtdoorzee en ze houden van muziek. Het is het Amerikaanse Manchester, maar dan met een veel beter museum: het Art Institute of Chicago, wat mij betreft een van de beste musea ter wereld. Er is daar een geweldige collectie werken te zien van Van Gogh, Monet en Gauguin, maar ook van Kandinsky en Malevich. Tot Dennis Hopper aan toe.'

Beeld getty

Sportcompetitie: National Football League (NFL)

'Ironisch eigenlijk, die Amerika-tic van me, want mensen beschouwen mij vaak als een archetypische Engelsman. Roxy Music werd ook als erg Engels gezien. De verklaring voor het feit dat onze vroege albums niets deden in de VS? Te Engels. Dat vond iedereen, tot we een dikke hit hadden met Love Is The Drug.'

Ik ben lichtelijk verslaafd aan Amerikaanse sporten. Ik word ouder, heb minder slaap nodig en kijk 's nachts veel naar de NFL. Dat is American football. Ja, daar kijkt u van op. Ik maak er werkelijk een studie van, betrap me er soms zelfs op dat ik aantekeningen zit te maken.'

Zijn favoriete team? Hij vat de vraag serieus op. Het verschilt per periode. Momenteel zegt hij 'begaan' te zijn met de Seattle Seahawks ('een boeiende, goede ploeg'), al verloren ze dan verrassend van de Dallas Cowboys, die na slechte jaren weer opleven.

'American football is een geweldige sport: die enorme, massieve kerels, die tóch fabelachtig goede atleten zijn. Ze rennen sneller en springen hoger dan onze Europese voetballers en hebben zich met enorme toewijding gespecialiseerd in wat ze doen. Volg het een tijdje en je komt geheid tot de conclusie dat Europese voetballers maar wat aanklooien. De Amerikaanse sportcultuur is een verademing: het publiek houdt gewoon van een goede wedstrijd en heeft oprechte bewondering voor een goede atleet, voor welke ploeg hij ook speelt.'

Beeld anp

Ontwerper: Kim Jones (Louis Vuitton)

'Eén ding doe ik zelden in de VS: kleding kopen. Daarvoor moet je in Europa zijn. Maar niet in Londen. Daar woon ik. Dat vind ik niets. Shoppen is in het buitenland gewoon leuker. Heel af en toe neem ik er de tijd voor, bij voorkeur in Parijs. Tijdens mijn huidige tournee draag ik pakken van Louis Vuitton, in Parijs aangeschaft, maar ontworpen door een jonge Brit: Kim Jones, mijn favoriete createur van herenmode op dit moment.'

Vuitton heeft altijd een Britse tic gehad: ze hebben van oudsher veel Londense ontwerpers in dienst, die ze van het Royal College Of Art of het Central St. Martin's College halen. Kim Jones komt van St. Martin's en doet razend interessante dingen.

Schoenen dan? 'Ook Parijs. Berluti is mijn merk: een Italiaans huis in Parijs. Ik laat geen schoenen maken, ik koop ze prêt-à-porter, want die van Berluti zitten me altijd als gegoten. Het soepelste leer, altijd schitterend afgewerkt. Ik draag ze sinds mensenheugenis, zelfs al in de Roxy Music-tijd.'

Beeld epa

Restaurant: The Chiltern Firehouse (1, Chiltern Street, London W1U 7PA)

'Als ik in Parijs kleding heb gekocht, ga ik altijd eten bij restaurant Voltaire, aan de Seine, pal tegenover het Louvre. Op gastronomisch vlak doet Londen overigens niet meer onder voor Parijs.'

Vallen de mensen hem vaak lastig in Londense etablissementen? Handtekeningenjagers? Roxy-fans die een selfie met Ferry willen?

'Nee, dat valt erg mee. De meeste mensen zijn respectvol en laten me met rust. Of ze herkennen me überhaupt niet. Ik ben Justin Bieber niet.'

'U gelooft het misschien niet, maar ik heb vorige week gegeten in een van de hipste restaurants van het moment in Londen. Het krijgt de ene juichrecensie na de andere en het is bijna onmogelijk er een tafel te reserveren: The Chiltern Firehouse in de wijk Marylebone. Ik kon er wél een tafel krijgen, want de chef is een vriend van me.

'Men geeft er een eigenzinnige culinaire draai aan de Amerikaanse fastfoodtraditie. Het eten was voortreffelijk, maar ik zeg eerlijk: normaliter ga ik niet naar dit type restaurant. Het is trendy, industrieel van inrichting en vooral lawaaiig. Ik kies zelf meestal voor klassieke restaurants: sfeervol, klein en met witte tafellakens. Dat dempt het geluid, zodat men elkaar kan verstaan. U bent jonger dan ik, dus ik zou zeggen: boek een tafel bij The Firehouse. Dan eet ik bij Racine in Knightsbridge.'

Museum: Tate Britain (Millbank, London SW1P 4RG)

Voldoende rust tijdens tournees is voor een 69-jarige onontbeerlijk: de stem heeft hersteltijd nodig en bovendien stellen de vrije dagen Ferry in staat om in vrijwel elke stad die hij aandoet een ochtend te wandelen en een museum te bezoeken.

'Alleen al vanwege dat museumbezoek ben ik nog altijd dol op tournees, maar mijn favoriete museum bevindt zich in mijn eigen woonplaats: Tate Gallery, waarvan ik al meer dan dertig jaar donateur ben.'

Er zijn sinds de reorganisatie van 2000 twee Tates in Londen: Tate Modern en Tate Britain (voorheen Tate Gallery). Vooral de collectie van laatstgenoemde vestiging is Ferry dierbaar: veel Britse kunst uit de eerste helft van de 20ste eeuw.

'Denk aan kunstenaars als Wyndham Lewis, Christopher Nevinson, Duncan Grant en Paul Nash. Als student aan de University of Newcastle Upon Tyne raakte ik specifiek geïnteresseerd in die periode, het vroege modernisme feitelijk, al was het maar omdat de kunstkritiek er geen goed woord voor over had en die doeken niet zo duur waren. Ik heb als student een bescheiden collectie bij elkaar kunnen kopen. Die heb ik later aardig uitgebreid.

'Ik zie tegenwoordig nog maar weinig bands die zich laten inspireren door beeldende kunst. Ze wijzen alleen naar andere popmuziek. Op Roxy Music was de beeldende kunst van grotere invloed dan welke muziekstroming ook. Ach, de kunst. Ik ben haar alles verschuldigd.'

Beeld Tate Photography
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden