Vol vertrouwen naar de Tour

Met zijn Argos-ploeg is Iwan Spekenbrink weer zeker van deelname aan de Tour. Het lieve van voorloper Skil-Shimano is er dankzij de successen van sprinter Kittel vanaf. 'De Tour laat zien dat we geen gebakken lucht verkopen.'

Het gesprek is nog maar net op gang of de telefoon van Iwan Spekenbrink klingelt. Een sportmarketeer wil graag zijn felicitaties overbrengen, nu in Argos de nieuwe sponsor is gevonden van de wielerploeg waarover Spekenbrink de scepter zwaait. 'En dan krijg je dit', zegt hij. 'Mensen denken dat ik met zó'n portemonnee rondloop.'

Spekenbrink (36) was erop voorbereid. Lange tijd leidde hij een ploeg die niet overliep van de successen. Pas sinds vorig jaar weet het team dankzij sprintsensatie Marcel Kittel internationaal de aandacht op zich gevestigd in het wielrennen. Het leverde onlangs een heuglijke mededeling op. Argos-Shimano is via een wildcard verzekerd van de Tour de France, op dezelfde manier zoals Skil dat in 2009 was. Met Rabobank en Vacansoleil maken drie Nederlandse ploegen hun opwachting.

'Van groot belang' noemt Spekenbrink de uitverkiezing. 'Want ik kan wel allemaal mooie dingen zeggen. Maar de Tour laat zien dat we geen gebakken lucht verkopen.'

Het zachtmoedige van Skil lijkt sinds de vorige Tourstart grotendeels verdwenen. Onder aanvoering van Kittel en collega-sprinter John Degenkolb is winnen vanzelfsprekender geworden bij de ploeg.

De teammanager herkent het beeld. 'Onze filosofie is altijd geweest: rusten, trainen en dan de wedstrijd als doel. Stop je er het maximale in, dan kun je er ook het maximale uithalen. Maar alleen naar resultaat kijken is niet eerlijk. Dus hoorde je ons niet vaak zeggen: wij willen dit of dat winnen.

Spelbreker

'Nog steeds is er alle druk op dat proces. Als Kittel op hoogte traint, zich goed voorbereidt, de sprinttrein zijn werk doet en hij uit de wind wordt gehouden, weten we zeker dat hij meesprint. En dus kom je eerder bij winnen in de buurt.'

Met Kittel en de andere Duitse sprinter John Degenkolb is de ondergrens niet meer dezelfde als jaren geleden. 'Ik denk dat je moet zeggen dat die twee meer talent hebben dan de rest. En daardoor wil ook de rest het steeds beter doen.

'In Milaan-Sanremo werd Degenkolb door de ploeg perfect afgezet voor elke klim. Zelfs onze Chinees Cheng wilde zijn bijdrage leveren. Dat zie je ook bij de ploeg van Tom Boonen. Geen renner wil spelbreker zijn als de kopman het goed doet.'

Daarbij is de inbreng van de twee boegbeelden voelbaar. 'We zoeken overal verbetering, maar die jongens weten haarfijn uit te leggen wat er niet goed is. Dan zeggen ze: mooi wat jullie doen, maar let ook daarop. Zij dwingen iets af door hun resultaten. Al zijn ze verder heel normaal.

Je zou Degenkolb en Kittel de winnaars tussen de andere renners kunnen noemen. Spekenbrink: ' John is een vechter. Die wil zich constant meten, constant de strijd aangaan. Als je nu met hem zou kaarten, wil hij winnen. Maar met een wedstrijdje bier drinken ook. Marcel is een ideale schoonzoon, te sociaal soms. Hij heeft iets wat andere sprinters minder hebben. Hij is onzeker, alleen in de laatste kilometer niet. Allebei zijn het echte kerels.'

Argos is niet meer het Skil dat soms wat vrijblijvend in de rondte leek te rijden en waarvoor meedoen belangrijk leek dan winnen. Met Kittel heeft de ploeg een topsprinter in huis die vorig jaar zeventien zeges boekte. En dankzij de komst van de sponsor is het budget gelijk aan dat van veel ploegen in de WorldTour, het hoogste niveau waarvan Spekenbrink een stap is verwijderd.

De manager is een zachtmoedige man uit het oosten des lands. Vroom zou je hem bijna noemen. Er valt geen onvertogen woord als Spekenbrink zich uitdrukt. Aan ronkende beloftes bezondigt hij zich evenmin.

Tegelijk heeft hij zich ontwikkeld tot iemand die kind aan huis is bij de Tourorganisatie. De baas van de ronde, Prudhomme, prijst hem omstandig omdat met Spekenbrink 'uitstekend te werken valt'.

De Nederlander, die de ploeg sinds 2008 leidt, heeft het grootste goed verworven bij de directie van de ASO: vertrouwen. Het is het sleutelwoord van de laatste jaren, nu het wielrennen werkelijk werk zegt te maken van de strijd tegen doping.

Dopingvrij

Spekenbrink afficheert zich met zijn ploeg als dopingvrij. Dat is officieel ook zo, al werd de Fransman Lhotellerie ervan verdacht te knoeien met zijn bloed. Toen hij in 2009 naar Vacansoleil trok, testte hij positief op een verboden middel.

Toen Kittel dit jaar opbiechtte klant te zijn geweest bij een Duitse arts die zich aan zonderlinge praktijken met uv-licht bezondigde, hield Spekenbrink zijn hart vast. Het liep met een sisser af, omdat de methode pas werd verboden toen Kittel en teamgenoot Patrick Gretsch niet meer werden behandeld.

Spekenbrink leerde opnieuw 'dat er lieden zijn die op allerlei manieren deel van het succes willen zijn', zoals de Duitse arts. Dat hij niet altijd weet wat zijn renners uitspoken. En dat hij twee renners kwijt zou zijn geweest als de uv-bestralingen destijds wél verboden waren.

Hij zou zich verraden hebben gevoeld, zegt hij. 'Want ik kom naar Parijs-Roubaix om Prudhomme persoonlijk voor de Touruitnodiging te bedanken. Ik zeg hem dat hij op ons kan rekenen in de Tour. Hij vertrouwt op onze filosofie.'

Bovendien: het zijn de sprinters waarmee je je als ploeg over het algemeen zo min mogelijk in de nesten kunt werken, zegt hij. Hem hoor je beslist niet zeggen dat alle klassementsrenners doping gebruiken. 'Maar doping werkt, dat is bewezen. En het werkt minder goed in de sprint dan in een duurinspanning. In de sprint telt ook timing, durf, geluk en die ene krachtsexplosie.'

Spekenbrink is mordicus tegen doping. Hij kiest liever de veiligste weg met zijn ploeg, ook als het veel meer tijd kost om te groeien. Hij gelooft in een gestage ontwikkeling zonder uitschieters. Daarbij is zijn aversie voor verboden middelen deels een persoonlijke geschiedenis.

Zijn schoonvader, toen nog een dertiger, moest dialyseren toen zijn nieren waren weggevreten door de ziekte van Wegener. Dankzij epo kon hij in elk geval weer normaal de trap oplopen. 'Kun je nagaan hoe prestatiebevorderdend het is. Het is een paardenmiddel. Mijn schoonvader moest vijftien jaar later nog steeds aderlatingen doen omdat zijn bloed te dik was. Ik ben echt geen softie. Maar ik vind het pervers als een gezonde renner epo neemt om er harder van te gaan fietsen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden