Vol verlangen naar Vrijheid

Joke Smit was de eerste in Nederland die de maatschappelijke achterstelling van vrouwen aankaartte. Ze wilde politieke actie, geen kerstboodschappenfeminisme....

Op 15 mei 1956 gaf Joke Smit, gekleed in een lichtgrijze zijden japon, haar jawoord aan Constant Kool. In het stadhuis, niet ook in de (Nederlands Hervormde) kerk, tot diepe teleurstelling van Jokes ouders. Op één punt echter hield dit christelijke onderwijzersechtpaar het been stijf: alcohol zou er op de bruiloft van hun oudste dochter niet worden geschonken. Niet voor niets streden beiden al hun leven lang in het kader van de Nederlandse Christelijke Geheelonthouders Vereniging tegen het kwaad van de alcoholische versnapering. ¿Dan alleen maar thee’, zei de bruidegom toegeeflijk. Een van Jokes hoogleraren, die een toost op het jonge paar wilde uitbrengen, keek een beetje verbaasd op, toen hij in plaats van een glas champagne een kopje thee kreeg aangereikt.

Niet minder dan 38 straten, lanen en pleinen zijn vernoemd naar Joke Smit, de ‘moeder’ van de tweede feministische golf die in de jaren zeventig en tachtig van de afgelopen eeuw over Nederland rolde. Wie was deze jonge, werkende moeder, die in 1967 opschudding veroorzaakte met een artikel in het literaire blad De Gids, Het onbehagen bij de vrouw? De journaliste Marja Vuijsje belicht in haar prachtige biografie de persoonlijke ontwikkeling van Joke Smit en de plaats die zij binnen het feministische spectrum innam. Joke Smit – biografie van een feministe 1933-1981 is zo goed, omdat het vanaf de eerste pagina de nieuwsgierigheid prikkelt, helder een aantal lijnen schetst die Smit tot feministe zouden maken, alle ruimte neemt om haar als persoon neer te zetten en dat allemaal zonder een ogenblik te beleren of zelfs maar expliciet te oordelen. Dat is op zichzelf al een knappe prestatie, maar des te meer nu het om thema’s gaat die in het zeer recente verleden spelen, met een uitstraling naar het heden, en waarover nog steeds heel verschillend gedacht wordt.

Hoewel aanvankelijk weinig erop wees dat de dochter van hoofdonderwijzer Jo Smit uit Vianen op de barricaden zou klimmen voor meer vrouwenrechten, laat Vuijsje karaktertrekken en frustraties uit Smits jonge jaren zien die haar op die rol voorbereidden. Wat haar talenten betreft ontleende ze veel aan haar vader, ‘een tamelijk charmante man met dromerige ogen, een gevoelige ziel, een groot redenaarstalent en een sterk ontwikkeld taalgevoel’. Met hem kon Joke beter overweg dan met haar moeder, Jo Koenderik, ‘een flinke vrouw met een praktische instelling en een hekel aan flauwekul’. Bijzonder aan Jokes moeder was wel dat ze de middelbare school (hbs-b) had afgemaakt en aan de Technische Hogeschool in Delft had willen studeren. Maar dat vonden haar ouders zonde voor een meisje. Haar broer, Jokes oom, vertrok wel naar Delft, maar brak z’n studie voortijdig af.

De eerste vier jaar van haar leven had Joke het rijk alleen. Maar uitgerekend toen er een broertje op komst was, kreeg de kleine meid roodvonk en lag ze een maand in quarantaine in het ziekenhuis. Ze vond het vreselijk en begreep niet waarom haar ouders haar alleen lieten. Weer thuis bleek ze niet langer de ‘gekoesterde kroonprinses’, maar het oudere zusje van een bewonderde nieuwe baby, haar broer Wim. De schok die alle oudste kinderen in meerdere of mindere mate krijgen als er een tweede wordt geboren, kwam bij Joke dus extra hard aan. Haar ouders hadden, zoals in die tijd gebruikelijk, geen geduld voor gezeur en leerden haar om flink te zijn. Braaf nam Joke de voor haar weggelegde rol van zorgzame oudste op zich.

Hoewel het een traditioneel gezin was – zondags ter kerke, thee drinken met de dokter en de dominee – waren er grenzen aan de trouw aan het gezag. Tijdens de Duitse bezetting verspreidde Jo Smit illegale krantjes en gaf hij les aan Joodse onderduikers. Joke wist ervan, ook dat ze haar mond moest houden. In 1944 verrichtte zij een kleine heldendaad die haar ouders trots en dankbaar stemde. Het hele gezin zat rond een toestel dat ze al lang hadden moeten inleveren naar Radio Londen te luisteren, toen Duitse soldaten aanklopten om het huis te doorzoeken. Snel verborg Joke de radio onder het dekentje uit haar poppenwagen en ging erbovenop met haar pop zitten spelen. Haar ouders zeiden later: ‘wij waren in paniek, maar onze dochter van elf heeft ons gered.’

Vlak na de bevrijding mocht Joke naar het Christelijk Gymnasium in Utrecht en, nog bevrijdender, logeerde ze door de week met een vriendin bij haar tante Gerda. Daar hoefde ze niet op de kleintjes te passen (dat waren er inmiddels vijf), maar werd er voor haar gezorgd en had ze volop tijd voor haar lievelingsbezigheid: lezen. Op haar zestiende verloor ze haar geloof en ontdekte de Franse existentialisten. ‘Ik hield me erg bezig met vragen als: waar leef je voor?’, zegt ze op een van de cassettebandjes met herinneringen die ze in 1981 insprak, kort voor ze met 47 jaar aan kanker zou overlijden. Camus en Sartre wezen de weg naar de studie die ze wilde volgen, Franse taal- en letterkunde. Haar vader vond studeren erg duur en pas na interventie van de rector van het gymnasium die meende dat zo’n begaafd meisje naar de universiteit moest kunnen, kreeg ze toestemming. Ze werd prompt verliefd op Diderot, Stendhal en Proust en praatte daar urenlang over met de vier jaar oudere Constant Kool. Hij ‘had al iets van Freud en Kant gelezen en schreef gedichten’.

Vier jaar waren ze verloofd, daarna achttien jaar getrouwd en ze kregen twee kinderen, Lieuwe en Elisabeth. Waren ze ook elkaars grote liefde? Volgens Vuijsje berustte hun relatie vooral op geestverwantschap en het soort warmte dat broers en zusjes voor elkaar voelen. Al vlug na hun kennismaking gingen ze met elkaar naar bed, maar dat was geen succes. Joke onderging ‘dat ene, hele erge’ met een mengeling van opwinding en schuldgevoel. Ze schreef Constant: ‘Jij hebt iets in me wakker gemaakt, maar het is nog niet helemaal uitgeslapen (*), misschien ben ik van aanleg nogal frigide.’ ‘Van jouw frigiditeit geloof ik geen spat’, schreef hij terug. Hij kreeg gelijk, maar Jokes ontwaakte erotische gevoelens zouden zich op anderen richtten.

In de tijd dat ze met Constant samenleefde, had ze een serie avonturen en relaties. De eerste was in de zomer van 1957 met Mario Bianccini, telg uit een verarmde aristocratische familie uit Toscane. Ze leerde hem op vakantie kennen en werd smoorverliefd. Constant legde zich erbij neer, zoals hij steeds zou doen, tot hij zelf, begin jaren zeventig een serieuze andere relatie kreeg en wegging bij Joke. Dat was de facto het einde van hun ‘vrije huwelijk’, waartoe ze in principe al meteen hadden besloten. Marja Vuijsje: ‘Voor Joke ging geestverwantschap boven alles. Zat het daarmee goed – zoals bij haar en ‘Con’ – dan kon er een band voor het leven worden gesmeed. Een veilig nest voor jezelf en voor de kinderen die je samen grootbracht hoefde volgens haar niet bedreigd te worden door seks buiten de deur.’

Er waren momenten dat Joke hier zelf aan twijfelde, zoals tijdens de zes jaar durende relatie met Joop van Buschbach, met wie ze ‘zalig kon vrijen’. Toch besloot ze bij Constant Kool te blijven, want hij liet haar vrij en ze vreesde dat Joop dat niet zou doen.

In de hoogtijdagen van de ‘tweede golf’ experimenteerde ook Joke Smit met de lesbische liefde. Ze had een relatie met Anneke van Baalen, die stuk liep toen die radicaal-feministe werd en mannen collectief in de ban wilde doen, iets waartegen Joke zich consequent bleef keren.

Heftig was haar liefdesavontuur met Go Mandersloot, die haar artikelen net als Sartre in het café placht te schrijven, maar Joke tot haar verdriet al snel verliet voor een andere vrouw. Na het einde van haar verbintenis met Constant kreeg Joke een relatie met de 16 jaar jongere Jeroen de Wildt die haar vereerde en haar tot haar dood verzorgde.

Het jaar 1967 markeert de breuklijn in Joke Smits leven. Vóór die tijd was zij een moderne werkende moeder. Ze doceerde Frans, reisde veel – ze had zelfs een eigen appartementje in Parijs – schreef artikelen over Franse literatuur, onder andere in het blad Tirade, waar ze met Gerard Reve en Adriaan Morriën in de redactie zat. Ook besteedde ze de nodige tijd aan haar zoon en dochter. Ze was dol op allebei, maar klaagde dat het wel veel werk was. Misschien had ze ook weinig geduld voor het moederen. ‘Als ze haar baby de fles gaf‘, merkte een vriend uit die tijd afkeurend op, ‘zat ze over het hoofd van het kind heen nòg een gesprek te voeren over Gide of Malraux’.

Bij het voorbereiden van een lezing die ze in maart 1967 gaf over vrouwenarbeid, ontdekte ze dat haar eigen moeite met het combineren van de zorg voor kinderen met meedoen in de samenleving bij veel meer vrouwen voorkwam. De feministe Joke Smit was geboren. In die lezing en het daarop gebaseerde, in november verschenen artikel Het onbehagen bij de vrouw formuleerde Smit de idealen die ze voortaan vol passie zou uitdragen. Nederland moest een land worden waar vrouwen en mannen gelijk werden behandeld en waar zorgzaamheid even belangrijk zou zijn als economische ontwikkeling. Vrouwen zouden pas een zelfstandig bestaan kunnen hebben ‘als mannen en vrouwen in gelijke mate buitenshuis gingen werken en de zorg voor kinderen en andere dierbaren eveneens gelijk verdeelden’.

Later zou Joke Smit dit uitgangspunt concretiseren in de eis van een vijfurige arbeidsdag waarvoor ze vrouwen uit alle politieke richtingen warm hoopte te krijgen. In Het onbehagen bij de vrouw pleitte ze voor betere onderwijskansen voor meisjes en vrouwen, kinderopvang, arbeidstijdverkorting, het afschaffen van het kostwinnersprincipe in de belastingen en de sociale zekerheidswetten en het toestaan van abortus op verzoek van de vrouw.

De reacties op het Gids-artikel waren zo positief – ook Jokes moeder vond het mooi – dat Smit er een vervolg aan wilde geven. Simone de Beauvoir, overwoog ze, had zich beperkt tot een boek – De tweede sekse – en dat had niet voldoende geholpen. Samen met Hedy d’Ancona, die haar ook al had aangemoedigd haar lezing tot artikel om te werken, richtte ze een feministische actiegroep op: Man Vrouw Maatschappij. Doel van MVM was om politici te bestoken met rapporten en adviezen om te komen tot een vrouwvriendelijk beleid. Vergaderd werd meestal bij Joke thuis in de Amsterdamse Wouwermanstraat, tot de actieve leden hoorden zowel vrouwen als mannen. Het bestuur van MVM betekende voor Joke een zware taak erbij, maar ze had naar eigen zeggen nu eenmaal een Luthercomplex: wat moest dat moest, ‘hier sta ik, ik kan niet anders’.

De vrouwenbeweging groeide als kool. Twee jaar na MVM richtten jongere, linksere vrouwen Dolle Mina op, dat zich richtte op ludieke acties. Er volgde een explosie van vrouwenpraatgroepen, vrouwenhuizen, cafés, boekhandels, vrouwenstudies, uitgeverijen (SARA, de Bonte Was), Moedermavo’s, VOS-cursussen (Vrouwen oriënteren zich op de samenleving), enzovoorts.

Joke Smit bundelde haar artikelen in Hé zus, ze houen ons eronder (1972); op de achterflap omschreef ze zichzelf provocerend als viswijf, ontaarde moeder en iemand die het met vrouwen doet. Nog meer opzien baarde Anja Meulenbelt met De schaamte voorbij (1976), een met feministische lessen doorspekte autobiografie. Het comité Wij Vrouwen Eisen streed met succes voor het uit de strafwet halen van abortus.

Joke Smit bezag het opkomen van de feministische golf met instemming, maar ook kritisch. Ze hekelde het ‘kerstboodschappenfeminisme’, dat zich blind staarde op mooie vergezichten, maar volgens haar bang was om zich in te laten met mannen of met politieke actie. Ze bekritiseerde het ‘taboe op analytisch denken’ en vreesde dat het feminisme zou blijven steken in navelstaren en onderling gekrakeel. Smits strategie bleef pragmatisch: zoveel mogelijk vrouwen organiseren, druk uitoefenen op de politiek, macht veroveren. In een artikel ter gelegenheid van tien jaar MVM vroeg ze zich af: ‘hoe willen wij de geschiedenis in? Als de beweging die alleen de legalisatie van abortus min of meer heeft geregeld? Of als de beweging die een gynandrische samenleving heeft gebouwd?’

Met dat laatste bedoelde ze een samenleving waarin het niet meer uitmaakt of iemand man of vrouw is, omdat iedereen evenveel (5 uur per dag) werkt en verzorgt. Die vijf-urendag zal er niet komen, maar voor het overige zou Joke Smit, als ze er nog was geweest, tevreden kunnen terugblikken. Kinderopvang, werkende moeders, goed onderwijs voor meisjes, zelfs vrouwen in vooraanstaande posities, het is allemaal heel gewoon geworden. Het paradijs op aarde heeft het niet gebracht, maar met haar Luthercomplex heeft Joke Smit veel bijgedragen aan het vergroten van de vrijheid voor vrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden