Vol gas vanaf de eerste dag

Het vorige kabinet gebruikte zijn eerste honderd dagen om eens lekker rustig te gaan praten met de mensen in het land; het kabinet Rutte gaat er juist vol tegenaan. Hoe belangrijk zijn die eerste honderd dagen nu echt?

Op een geheime locatie in Den Haag kwamen de kandidaat-bewindslieden van bijna-premier Mark Rutte op 12 oktober bij elkaar.


Voor de teambuilding én om het bijzondere moment te markeren. Want na de bordesscène zouden ze met een beetje geluk vier jaar in een achtbaan zitten, met weinig contemplatieve momenten. Mark Rutte sprak zijn ploeg toe. 'We geven meteen vol gas vanaf dag één, we hebben veel ambities waar te maken. We hebben niet de luxe om rond te kijken.'


In de eerste honderd dagen moet het gebeuren, is de politieke wijsheid die vanuit de Verenigde Staten is komen overwaaien en die zich inmiddels ook in Nederland lijkt te wortelen. Die eerste periode is bepalend voor de uitstraling van een kabinet.


Het nieuwe kabinet-Rutte handelt ernaar, met in het oog springende maatregelen die meteen duidelijk maken dat er een andere wind waait. Linkse hobby's worden overboord gezet en het volk wordt meteen bediend met concrete zaken.


De subsidie aan de hulporganisatie Terre des Hommes werd stopgezet en die aan Oxfam Novib is gedecimeerd door CDA-staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken. VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, Cultuur en Mediabeleid) schrapte, twee dagen na het debat over de regeringsverklaring, de 50 miljoen euro voor de bouw van een Nationaal Historisch Museum.


CDA-staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw) wachtte niet eens de regeringsverklaring af en draaide de geldkraan voor het aanleggen van verbindingen tussen natuurgebieden dicht. Het moet afgelopen zijn met de bonnenquota voor agenten, verordonneert minister Ivo Opstelten van Veiligheid. Melanie Schultz-Van Haegen (VVD, Verkeer) gaat veel meer hardrijders flitsen in woonwijken en minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid) zet met onmiddellijke ingang een streep door het rookverbod in eenmanszaken.


Begin deze week speelden de ministers haasje-over in daadkracht. VVD-staatssecretaris Fred Teeven van Justitie sluit ten minste vijf van de veertien jeugdgevangenissen en verruimt het spreekrecht van slachtoffers bij rechtszaken.


VVD-minister Henk Kamp van Sociale Zaken is al enthousiast in de weer met de pensioenpremies waarvan de babyboomgeneratie in Nederland wakker ligt, CDA-minister Hans Hillen roert zich meteen inzake de bezuinigingen op Defensie, waar de PVV zeer aan hecht. De liberale staatssecretaris Frans Weekers zet het mes in het door het volk gehate Belastingdienst: er verdwijnen vijfduizend banen. En minister Gerd Leers van Immigratie en Asiel zette dertig asielzoekers uit naar Irak. Maar het Europese Hof floot hem terug.


Het contrast met het vorige kabinet kan nauwelijks groter zijn. Waar de ploeg van Balkenende IV eerst honderd dagen het land in trok om 'met de mensen te praten', proberen Rutte en zijn ploeg al in de eerste drieënhalve week juist daadkracht uit te stralen.


Nieuwe piketpalen

Het kabinet-Rutte kán ook beleid maken, want de neuzen staan collectief naar rechts. In het laatste kabinet-Balkenende stonden de twee olifanten, CDA en PvdA, met hun koppen tegen elkaar en kwam er nauwelijks beleid van de grond. Mede daarom dook CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen in het muizengaatje om een rechts minderheidskabinet mogelijk te maken. Na drie jaar frustraties met de PvdA kan er eindelijk worden geregeerd.


En dat zullen we weten ook. 'Op korte termijn moeten we duidelijk maken waar de nieuwe piketpalen staan', zegt CDA-minister Maxime Verhagen van het nieuwe 'superministerie' van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 'We hebben het er in de eerste ministerraad over gehad hoe we ons willen presenteren en hoe we duidelijk maken waar we staan. Juist ook, omdat een minderheidskabinet iets bijzonders is.'


Zijn staatssecretaris Knapen markeerde zijn nieuwe beleid met de kortingen op de Ontwikkelingssamenwerking. 'Dat moet je snel naar buiten brengen. Dan is het voor iedereen duidelijk.'


Toch ziet Knapen in die eerste periode vooral een opgave op zijn eigen departement liggen. 'Intern is het belangrijkste dat je de basis legt voor het dagelijks vertrouwen. Dat duidelijk wordt dat je open communiceert en dat je geen dubbele agenda hebt.'


Minister Schippers denkt er net zo over: 'Voor mij als minister is het allerbelangrijkste dat ik de mensen met wie ik intensief moet werken scherp uitleg wat ik wil en wat ik niet wil.' Dat ze zo snel kwam met het intrekken van het rookverbod voor eenmanszaken, kon niet anders, zegt ze: 'Dat was niet omdat ik zo daadkrachtig wil lijken, maar gewoon omdat er rechtszaken liepen.'


Intern orde op zaken stellen, het is de belangrijkste aanbeveling die oud-Onderwijsminister Jo Ritzen (PvdA) doet in zijn boek De minister, een handboek. Als je je ministerie niet snel naar je hand zet, lukt dat niet meer, zegt Ritzen.


Duidelijke prioriteiten stellen, de confrontatie met topambtenaren aangaan, een grondige reorganisatie inzetten: in die eerste periode moet het gebeuren. 'Wie na honderd dagen op zijn departement alleen maar vriendelijke, blije gezichten ziet', schrijft Ritzen, 'is óf een perfecte minister of heeft een groot probleem.'


Maar Ritzen opereerde begin jaren negentig op het Binnenhof. In de vijftien jaar daarna is de media-aandacht alleen maar groter geworden. Het electoraat is kritischer, hongeriger en ongeduldiger. Een bewindspersoon die wil slagen, heeft niet eens honderd dagen meer om zich op zijn eigen ministerie te concentreren. Ook de buitenwereld moet worden bediend.


Tot nu toe zijn maar weinig kabinetten in staat geweest in die eerste belangrijke weken iets 'neer te zetten' dat paste in de tijdgeest en de verandering belichaamde.


Het eerste kabinet-Lubbers was in 1982 tot zo'n trendbeuk in staat. De beuk moest in het financieringstekort dat in de dubbele cijfers was geraakt. Er was door kabinetten lang gelummeld met het op orde brengen van de schatkist. Het no nonsense-kabinet, met jonge ambitieuze ministers als premier Lubbers, Wim Deetman (Onderwijs) en Elco Brinkman (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur), sneed fors in de begrotingen.


Hans van der Voet, toenmalig directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst, relativeert de magie van honderd dagen. Maar hij kan niet ontkennen dat de grootste ingreep in die eerste honderd dagen door Lubbers werd aangekondigd: 3 procent korten op uitkeringen en overheidssalarissen. 'Dat was een magistrale move van Lubbers. Iedereen werd erdoor geraakt. Men verzette zich, het liep vol op het Binnenhof en het Malieveld, maar iedereen voelde ook dat er een kern van redelijkheid in zat.' Het kabinet-Rutte doet dat toch anders, vindt Van der Voet. Hij ziet wel een paar bezuinigingen die eruit springen, zoals Ontwikkelingssamenwerking. 'Maar het is vooral sprokkelwerk. Één eenvoudige ingreep die alles raakte, zoals Lubbers deed, heeft Rutte niet bedacht.'


Een trendbreuk van een andere orde was het eerste kabinet-Kok (1994-1998), dat de geschiedenis in ging als Paars. Dat straalde vooral uit dat het er was, voor het eerst sinds mensenheugenis zónder christen-democraten.


Wijlen Jan Blokker schreef daarover na die eerste maanden: 'Honderd dagen? Ach Jezus. Kok zit er nog - dat lijkt me ongeveer alles wat je ervan kunt zeggen. Veel bewindslieden hebben nog altijd iets fris, hoewel: sommigen (Pronk, Ritzen, de premier zelf) hebben iets stokouds. Wat een schat die Sorgdrager. Wat een knappe man, die Wijers. Wat een kordate tante die Jorritsma. Maar ja - en toen?'


De waarneming van Blokker zal minister-president Kok niet hebben tegengestaan. Kok deinsde terug voor de gedachte dat met Paars alles nu heel anders was: hij noemde het dan ook 'een gewoon kabinet'. D66 en VVD waren opgetogener en ventten ook in die eerste honderd dagen uit dat het hier een ander kabinet betrof. D66'er Wijers regelde dat winkels op zondag hun deuren konden openen en zijn partijgenoot Els Borst kreeg op medisch-ethisch gebied al snel zaken voor elkaar die opeens niet meer door het CDA konden worden geblokkeerd.


Kans op mislukking

De eerste honderd dagen vormen ook een mooie kans op mislukking. De toon kan worden gezet voor de eigen ondergang. Gaat het daar mis, dan komt het meestal niet meer goed. Het eerste kabinet-Balkenende (2002) bestond uit CDA, LPF en VVD. Het ongenoegen van het volk had een plek in het kabinet gekregen door deelname van de LPF. Dat was ook de enige verdienste. Roemloos zeeg het kabinet na 87 dagen ineen. Hetzelfde lot trof het tweede kabinet-Van Agt (1981-1982) met Joop den Uyl (PvdA) en Jan Terlouw (D66). De ego's waren zo groot dat er al een breuk ontstond bij het opstellen van de regeringsverklaring. Na het lijmen ervan, stierf het kabinet alsnog na negen maanden.


De PvdA ronkte in 1989 van plezier, toen ze onder Wim Kok toetrad tot het kabinet. Er was geld voor nieuw beleid, zo rechtvaardigden de sociaal-democraten hun regeringsdeelname. Vijf miljard gulden was eruit gesleept, en dat was het alibi van de PvdA om ja te zeggen. Het geld voor sociale vernieuwing bleek in de eerste honderd dagen al een fata morgana. Door economische tegenvallers moest de helft van dat geld worden ingeleverd. Toch zat tot ieders verbazing het kabinet de rit uit.


Anno 2010 is het alweer bijna onvoorstelbaar hoe nog maar drieënhalf jaar geleden het kabinet-Balkenende IV zijn eerste honderd dagen besteedde: het land in om te praten met en vooral om te luisteren naar de bevolking. Ook een fraai voorbeeld van mislukking. Staatssecretaris Halbe Zijlstra erkent dat die ervaring buitengewoon inspirerend was voor het kabinet-Rutte. 'Namelijk om het héél anders te doen.'


Sommige oud-bewindslieden kijken daar met enige gêne op terug. Voormalig minister van Onderwijs Ronald Plasterk (PvdA) herinnert zich als dieptepunt een uitzending met vrijwel het voltallige kabinet in het televisieprogramma Knevel&Van den Brink: 'De decorbouwer had van die bankjes neergezet die net te hoog waren, zodat je voeten net niet de grond raakten. Toen kregen we helemaal het idee van een kleuterklas, zo met die bungelende benen. Voor mij is dat beeld een pars pro toto voor het hele gevoel van ongemak. Maar ja, ik was zo uit het laboratorium de politiek komen binnenzeilen. Ik vond niet dat ik daar een mening over hoefde te hebben.'


Het idee voor de tournee ontstond destijds aan de onderhandelingstafel. Informateur Herman Wijffels had uit de gesprekken het begrip 'samen' gedestilleerd als de gedeelde grondgedachte onder de samenwerking tussen CDA-leider Balkenende, PvdA-leider Bos en André Rouvoet van de ChristenUnie.


'Helemaal niet gek', zegt Plasterk. 'We hadden jaren van ruzies en conflicten achter de rug: de moorden op Fortuyn en Van Gogh, de LPF, protesten tegen bezuinigingen,


Gerda Verburg, oud-minister van Landbouw, is het daar roerend mee eens. 'Er is een enorm verschil tussen toen en nu. Toen Balkenende IV aantrad, scheen de zon. Nu is het crisis. Dat verandert de hele sfeer.'


Voormalig CDA-spindoctor Jack de Vries kreeg de organisatie van de tournee destijds op zijn bordje. 'Het werd toen allemaal goed ontvangen. Er was bewondering dat het ons was gelukt om het kabinet een hele avond op televisie te krijgen.'


Het idee wás ook goed, houdt De Vries vol. De kabinetten-Balkenende hadden steeds gedraaid om daadkracht. Maar er was veel onrust geweest, het Malieveld had vol gestaan. Het werd tijd voor werken aan draagvlak. 'Maar de uitstraling die wij wensten, had het uiteindelijk niet. Toen het kabinet moeizaam bleek te draaien, droegen die honderd dagen uiteindelijk bij aan het imago van besluiteloosheid.'


Oud-staatssecretaris Frans Timmermans (PvdA) is het met De Vries oneens. 'Het léék niet of we het niet eens konden worden, dat was gewoon zo. Er waren grote ideologische verschillen. We wilden per partij zo veel mogelijk binnen slepen. Dat is een groot contrast met nu. Het kabinet-Rutte is vooral bezig de buitenwereld van zich af te houden. Er is een gemeenschappelijke vijand: links.'


Plasterk ziet voorlopig helemaal geen daadkracht. 'Welnee, het is allemaal puur revanchisme. Affakkelen van wat er was. Er wordt afgerekend met alle beleid dat op minderheden was gericht; vrouwen, allochtonen. En met de hele zogenaamd 'linkse' wereld van kunst en cultuur: zie het afschieten van het Nationaal Historisch Museum'.


Het kabinet-Rutte zit er nu 24 dagen en heeft al veel werk verzet. Het heeft er nog 76 te gaan om de indruk te bestendigen dat er een frisse, rechtse wind waait.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden